Zaken doen met een beer

De man zit in een boot met een hengel te vissen naar niks. Het bootje, een gele, schommelt rustig in het wilde water. Het water duwt ertegenaan alsof ze het bootje wat wil vertellen. De man rookt een sigaret. Hij heeft een vissershoedje op met verschillende stukjes aas die hij onder een elastiekje rondom z’n hoed heeft geschoven. Daar zijn vissershoedjes ideaal voor. De broer van de man maakt ze, en heeft er een fortuin aan verdiend. De man krijgt geld van zijn broer. Niet veel, maar de broer kan het missen en de man hoeft alleen te vissen, dat geeft hem voldoende voldoening in zijn luie leventje.

De hengel: een werp. Er zijn ook andere modellen, die zijn onhandig. De werphengel is een hoogstaand staaltje techniek. Als je aan het hendeltje draait, doet het klosje twee dingen: het haalt de lijn binnen, en de klos waarop de lijn zich bevindt beweegt tegelijkertijd op en neer. Ook zit er éénrichtingsmodus op, die je aan zet nádat je de lijn hebt uitgeworpen. Als je de lijn uitwerpt, wil je zo ver mogelijk komen. Daarna wil je dat de lijn vanaf dat moment alleen nog maar korter wordt. Met een schuifje zet je de éénrichtingsmodus aan, en haal je de lijn een beetje in. Zo ligt de lijn niet op het water, maar ontstaat er een fraaie boog tussen de dobber en het puntje van de hengel. Op dat moment flikker je de hele hengel in het water. Kutsport.

De man in het gele bootje zit lekker te vissen met z’n kuthengel. Hij heeft er geen haakje aan, dat vindt hij zielig. Daar doet hij het ook niet voor. Hij komt hier voor z’n rust. RUST! rust. Maar het water was onrustig. Dus het is geen goede dag voor de man. Hij heeft wel eens beter water gehad. Helder, stil water waar je prima niet in kunt vissen.

Het scenario: Een groene, bosrijke omgeving, met daarin een meer, met daarin een man met een gele hengel. Op de kade staat een beer te kijken. Hij wacht de man op. De beer is van middelbare leeftijd, heeft een moeilijke jeugd gehad en vindt geen plezier in zijn werk als beer. De beer is daarom per definitie chagrijnig. Dit is geen beer waar we van houden, zoals poeh en mastur. De beer tikt met zijn klauw van een hand tegen zijn been aan. Hij heeft zin om de vissende man, die niet vissen kan, een pak rammel te geven. Hij verkoopt namelijk pallets met pakken rammel, en heeft ontdekt dat de meeste klanten graag een pallet afnemen als hij ze eerst een gratis pak rammel geeft. De beer is erg overtuigend op die manier. Niet bepaald vriendelijk, maar het werkt wel.

Beer heet Hans. Je zou kunnen zeggen, Hans de beer. Dat vindt Hans maar niks. Hans is zijn naam en dat hij een beer is vindt hij een voor de hand liggend feit dat nogmaals benadrukt hoeft te worden door deze of gene. Het heeft heel wat pallets met pakken rammel mogen verkopen aan mensen die hem Hans de beer noemen. Daar loopt ie dan lekker van binnen. Beer heeft niet zoveel aan geld. Beer’s valuta is angst. Hoe mee angst hij verzamelt, hoe sterker hij wordt. Hans heeft wel eens geprobeerd een coachingbedrijf van de grond te krijgen, maar nadat hij realiseerde dat hij met zijn nieuw verdiende geld weinig echt praktische dingen kon kopen (een gasstelletje voor de camping en een stuk klimtouw) was hij er maar mee gestopt. Jammer, want de markt had wel behoefte aan cursussen pallets met pakken rammel verkopen. Dat ging dan ongeveer zo. Dan komt er een klant binnen bij Hans.

Tringeling, doet de bel van het coachingsbedrijf. “Goedemorgen, wat kan ik voor u doen” zegt Hans op een toon met een vriendelijkheid van pak ‘m beet een magere zes. (Hij heeft immers een reputatie hoog te houden). Waarop de nieuw binnengelopen klant dan iets zegt in de trant van ik kom voor een cursus pakken rammel verkopen heeft u daar iets voor kunt u me helpen misschien want ik kan wel wat angst gebruiken. En dan zegt Hans iets in de trant van ja kom maar mee waarop hij dan een hendeltje overhaalt en de hele ruimte verandert in een Japanse dojo met een pallet Rammel in het midden waarop de klant dan zoeits heeft van jemig wat is dit nou weer, en Hans dan al meteen op verkeerde voet met de klant staat waardoor hij angst krijgt en dat is precies hetgene dat Hans wil uitleggen in zijn cursus dus is dat het wel zo’n beetje. Dan heeft de klant zoiets van: O ja, nu snap ik het. Op dat moment vraagt Hans de klant een exorbitant bedrag, dat de klant vervolgens fluitend betaalt (hij snapt immers ook dat het best wat geld kost om een kantoor te hebben die je met een hendel kunt transformeren naar een Japanse dojo met een pallet Rammel in het midden). Zo komt Hans redelijk uit de kosten.

Maar het gaf geen voldoening. De ondernemende beer is gaan rondtrekken, iets wat bij ‘m past. Wat dichtbij hem staat, zijn Roots, zijn Passie. Hans staat nu op de kade om rondtrekkende mensen in de natuur het mooie van pakken rammel te laten ervaren. De beer heeft de tijd, alle tijd. Al moet hij een beetje plassen. Wacht hij is zo terug.

De vissende man in de gele boot heeft nog een paar lijntjes uitstaan. Hij is namelijk aan het solliciteren naar een baan als full-time visser. Ik denk dat hij een verkeerde verwachtingen heeft van de functie. In het gebied waarin hij zich begeeft, Alaska van Amerika, zijn alleen maar ruige vissersboten die aan krabvissen doen. Hmm, krab. De man hoopt er betaald te krijgen voor wat hij nu ook doet. NAMELIJK RECREATIEF VISSEN. De man is daarin wat naief. Maar ach, dat geeft ook allemaal weer niet he! Hij is wel lekker aan het vissen! Alleen het water mocht wel wat minder wild. Dan heeft hij opeens beet. Hij wordt gebeld: “hee man, wil je komen werken voor de vissersboot?” “Jazeker” zegt de man. Hoera, de man krijgt betaalt om het zelfde te doen opeens. Hij moet alleen nog even naar huis toe om zijn lunchtrommel te pakken en andere zaken die relevant zijn in dit soort situaties.

De man start het motortje van de gele boot en haalt zijn kuthengel binnen. BrrrrrrbbllBrrrrrrrrbblBBBRRBBBRBBRRRRRRRRBBRBRRRBRBBRBRRBRBRBBRBRRBBRRBRBRBBRklotsBRRRBBBRBRBRBRBRRBRRBRBRBRBBRBRBRBRBRBRRBRRBBRBRRBRB
Nu is hij aan de kade aangekomen. Daar staat Hans de beer NEE WACHT HANS GEWOON HANS te wachten op de man. Nog steeds want het was inmiddels al een beetje gaan schemeren en koud geworden want nu komt het spannende gedeelte van het verhaal.

BAM! Hans verkoopt de man een gratis pak rammel. De man zegt iets in de trant van wauw, dit is geweldig heb je een pallet voor me? De beer zegt iets in de trant van jazeker. De beer had hier al op geanticipeerd dus hij had een pallet met rammel verstopt achter een boompje.

Met zo’n wagentje met twee van die lange vorkachtige dingen (volgens mij heet het een palletwagentje) kun je zonder al te veel moeite een pallet op tillen. Heel handig zijn die dingen, en je ziet ze dan ook veel in de wat grotere magazijnen. Ik weet niet of je wel eens bij de Makro bent geweest, daar kun je alleen in met een Makropas, maar daar zie je die wagentjes ook veel.

Met zo’n wagentje dus pakt Hans de pallet met rammel en zet hem voor de man neer. De man zegt: “Oh gaaf, zo’n wagentje! Mag ik eens op het pallet staan en dat jij me dan zo omhoog tilt? Dat kan hij vast wel aan.” Hans zucht. Hij is nogal populair met dat wagentje maar daar gaat het nu helemaal niet om. “Neen. Ik kom hier om jou een pallet met rammel te verkopen”. De man kijkt naar de pallet. Een stapel van 3 lagen met dozen liggen netjes omwikkeld met plasticfolie op de pallet. De man vraagt hoeveel het kost. Hans zegt 300 Angst. De man zegt ik heb helemaal geen Angst, ik heb alleen een gele vissersboot, een kuthengel en een sollicitatiegesprek.

“Voor een sollicitatiegesprek doe ik het.” Zegt Hans. “Ja dààg, weetje hoeveel dat waard is?” Zegt de man. “Nou?” zegt de beer. “280 Angst” zegt de man. Hans en de man onderhandelen nog wat en uiteindelijk komenze er wel uit in de trant van 285 angst. Hans heeft weer een nieuwe klant gemaakt, en de man kan gewoon weer gaan vissen de volgende dag. Hij was stiekem gewoon naar het sollicitatiegesprek gegaan. Beren kunnen echt geen zaken doen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *