Ik ben een fiets

Ik ben een fiets. Op mij zit een man. Hij duwt mijn trappers voort met zijn beige timberlands. De koffer die hij draagt, daar zit een gitaar in, ik voel het. Ik stik van het slot dat hij strak om mij heeft gewikkeld. Alsof iemand interesse heeft in mijn zadelpen. Godzijdank, hij stapt af. De klootzak. Vorige week reed hij me met volle vaart een stoeprand op. Ik voel me beschadigd, respectloos betrapt. Ik staar wat voor me uit. Geluid maken is zinloos. Anderhalf jaar geleden –alsof het niets was– ramde hij mijn mooie stuur tegen zo’n fietsrek aan. Je weet wel, zo’n onhandig groot woud van rijen aan rijen pisbakkenstaal in de vorm van een nietje gekant. Met een lagertje. Trek hem eruit, duw me erin. Zet me maar weg. Alsof ik een gezellig gesprek start met die pretentieuze e-bike naast me. En toen was het pats, weg fietsbel. Gooi mij maar in de gracht.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *