Ik ben bang

Ik vraag me af hoe ik ooit dood zou gaan. Dat is niet omdat ik suicidaal ben, maar het lijkt me een interessante vraag. Ik hoop dat ik later oud word zodat ik zoveel mogelijk dagen heb om van te morgen genieten. Maar morgen kan het ook afgelopen zijn. Als ik morgen onder de bus zou komen zou ik daar ergens ook wel vrede mee hebben. Ik weet het niet precies. Als de wereld dat zo wil, dan is dat maar zo. Een beetje raar, maar het geeft me wel rust. Anywhere the wind blows, doesn’t really matter.

Maarja, makkelijk praten. Ik ben me niet bewust van de traumatische dingen die een mens kan ondergaan. Hier zit ik dan, in m’n veilige Utrechtse kamertje. Het is aangenaam warm. Er staat een kopje thee naast me en er ligt een stapeltje boterhammetjes naast me te wachten om door mij opgepeuzeld te worden. En ik ben gelukkig. Écht gelukkig, want wat heb je eigenlijk nou nog meer nodig? Geluk is een keuze. Ik neem een hap van m’n boterham. Hmm, hagelslag.

Misschien word ik op een dag wel neergeschoten. Dan komt er opeens een bange jongen langs die me met een kalasjnikov een paar keer door mijn kop schiet. De bange jongen heeft in zijn arme, eenzame leven zonder ouders warmte gevonden in een groep vrienden die hem vertelden dat als hij mij, en vele anderen neerschiet, hij een gelukkig eeuwig leven gaat krijgen. Dat zijn lichaam en geest hier op kosmische schaal er helemaal niet toe doet. Dat hij een lichaam heeft gekregen waar hij in deze dimensie een waanzinnig mooie kans heeft gekregen om een held te zijn, voor zichzelf. Voor zijn vrienden.

Buiten roepen de mensen dat hij er niet toe doet. Het doet hem pijn, maar ach, dat hoort hij wel vaker. Hij heeft grotere plannen. Het hogere doel, gaaf!

We roepen hard dat we niet bang zijn. De arme jongen heeft er geen boodschap aan. De groepering heeft er geen boodschap aan. Allebei geloven ze dat ze met het goede bezig zijn. Dat zij de wereld een stukje beter hebben gemaakt.

Ik vraag me af hoe ik ooit dood zou gaan. Hoe groot is dan de kans dat je door een aanslag om het leven komt? En hoe blij zou ik daar die arme, onzekere jongen mee maken?

Pff.

Waren we maar wat meer empatisch met z’n allen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *