Haring

Gaan we ontsnappen naar een plek op een middeleeuwse brug met een houten constructie eroverheen? iets pittoresk. Een brug waarop dingen gebeuren. Zware stenen, en licht hout bovenop. Onder de brug is een marktje met daar een visboer die elke dag verse vis verkoopt. Hij heet Hans, en hij verkoopt momenteel haringen. Ikzelf hou niet zoveel van haring, maar Hans wel. Hij moet zich altijd een beetje inhouden, want het liefst eet hij zelf zijn hele voorraad op. De buik van Hans, een veel voorkomend onderwerp van gesprek. De mensen die praten over de buik van Hans, een zacht, betrouwbaar aanwezig kussen in tijden waarin voedsel niet per sé in overvloed is. De lokale viscus zou eens moeten te raden gaan.  Belastingen voor de visserij.  Bij Hans of –wat dat betreft –meerdere visverkopers in de nabije omgeving. Waar of dat het voorraadverschil vandaan komt. Want man man, wat smaakt die haring goed. Haring, lieve mensen, is een zoutwatervis die je vangt in de zee dan wel oceaan. Zo’n visje glibbert in een school van pak ‘m beet 50.000 haringen rond de noordelijke noordzee voordat hij met net en al gevangen wordt en niet veel later al in je buik belandt, of die van Hans.

Één zo’n visje heet Blub-85. Een vrij laag getal in een school van velen, ge-oormerkt door de lokale vismanager. Vismanagers in de toekomst bewegen zich op zee, permanent, en oormerken hun vissen. Het lijkt arbeidsintensief maar in deze middeleeuwse toekomst is dit een volledig geautomatiseerd proces. Kleine microzwemrobots zwemmen de vissen achterna en plakken met vernuftige precisie een oormerkje op zo’n haring, totdat de hele school gehad is. Blub-85 is er één van. Namen worden, in verband met de grote kwantiteit aan leefbaar dan wel pre-mortem materiaal, herhaald. Eerst een naam, dan een nummer. Per school uniek. De naam Blub is één van een rijtje namen die wordt hergebruikt. Zoals het ook bij Koei’n gebeurt. Maar die link had je vast wel gelegd. Als schrijver hoor ik dat eigenlijk niet verder uit te leggen, daarvoor heb je het ‘show, don’t tell’ principe waarbij, net als een goede kunstenaar, een bepaald gevoel in het werk wordt overgebracht zonder dat expliciet te verwoorden. Nou, ik doe dat lekker wel. Ik wil dat je je vrolijk vermaakt en komisch verwonderd voelt! Een vis met een oormerk, wie verzint dat nou.

Een paar dagen verder zijn we weer bij Hans, op de houten/stenen brug en hij ritst met een vlijmscherp mes de ingewanden van Blub-85 uit z’n glibberige, lullige lijfje. De bloederige zooi is onderdeel van de dagelijkse praktijk en er kraait geen haan naar. Kukelekuu! Luister vent, zegt de man die voor Hans staat. Ik gaf je een tientje en ik kreeg twee euro terug. Hans vindt zijn hoeveelheid wisselgeld wat weinig voor slechts één haring. Hij was al eens eerder opgelicht, maar het donkerblauwe colbert van deze man laat hem weinig anders dan twijfelen over zichzelf. Hij zal zijn tientje wel voor een vijfje hebben aangezien. Een kleine verontschuldiging en 5 euro later en er kan weer om gelachen worden. Spetter-442 krijgt een mes in z’n buik. De dag trekt voorbij, al schoonmakend en visverkopend maakt Hans de mensen van de Brug blij met zijn heerlijke vissies. De dag vliegt ook voorbij voor het stel meeuwen die om Hans’ voeten heen staan te waggelen. Hij had er al een stuk of drie een schop verkocht. In zijn fantasie. De beestjes zijn veel te snel. Vissenkoppen worden weggegrist uit de bak slachtafval die Hans vrijwel niet meer over de brug hoeft leeg te dumpen. Bedankt, meeuws.

IJs, ijs is de sleutel tot succes. Dat wist Hans, maar zijn concurrenten helaas ook. Een vis kan maar zó lekker zijn of de lat wordt al weer hoger gelegd. Gelijk op ijs leggen werd op een gegeven moment niet genoeg meer. Het werd de dé-facto standaard in de inde industrie. De kraam, die hij van zijn vader had overgenomen, doorleefde weer zo’n fase van; komt het wel goed, wat moeten we als het mis gaat, gaan we iets anders verkopen anders? Toch maar een keer noten in plaats van vis? Zoveel vis was er immers niet meer. Leeggevist. Zelfs niet door meticuleuze robotisering/ automatisering van de visboeren en het oormerken van hun vissies. Maar een notenkraam, dat was toch wel een stap terug. Hij stelde zichzelf voor dat hij met een schepje een bruingestrept zakje met macadamia’s vulde, en dat dan woog, ofzo. Daar werden je handen op de eerste plek niet lekker koud van, en hij was toch geen homo. Hij was gewend aan de kou, de glibberige gorigheid van de vis.

Er gaat een verhaal in de rondte over zijn over-overgrootvader en die keer dat zijn viskraam in vuur en vlam stond door wat later bleek een ‘constructiefout’ in de door hem doorgesneden gaskabel. De verzekering had niets door. Er was ook niets aan gelogen, de waarheid was gewoon een beetje verdraaid, net als over-overgrootvaders’ mentale staat. De hopeloze man kreeg een nieuwe kraam en dat was dat. Dus stond hij na een paar dagen geforceerde rust gewoon weer messen in vissenbuikjes te steken. Verzekeringen van toen keerden geen geld uit maar betaalden in natura. Dat alles om fraude te voorkomen. Je kreeg dan zo’n net-niet oplossing. Over-over kreeg een soort ‘Toyota onder de viskramen’ onder zijn kont geschoven. Klanten houden van mooiigheid, wat betekende dat er alsnog fors aan verbouwd moest worden om de boel weer een beetje modern te laten ogen. Maar de mensen bleven een beetje weg.

De mensen aten toen gewoon minder vis. Dat had ook wel een beetje te maken met de uitstekende kwaliteit kippetjes van kipverkoper Rembrandt aan de overkant van het marktplein. Rembrandt’s kip is lekker aan de lip. Rembrandt lekkerste kip in het land. Hij maakte er een spelletje van, die Rembrandt. En dat was zijn unique stelling point. Elke maand een andere leus. Rembrandt Bakel, voor kip die niet kakel. Kip met humor, gemarineerd in een saus van gelach. Beter smaken dan dat kon het niet. Het bleek een gouden ingredient te zijn. De over-overgrootvader heeft in zijn verbouwde viskraam van gewerkt tot hij in elkaar zakte.

Och. Had de achternaamloze familie Hans maar een sterker analytisch vermogen. Dan hadden ze wat van Rembrandt Bakel kunnen leren. Terwijl Hans weer een klant een prima doch voorspelbare haring-ervaring biedt en zijn klandizie gestaag terugloopt weet de beste man niet wat hij mis doet. Met zijn vette vingers krabt hij zich achter de oren. krab krab. De kracht van een spectaculaire klantervaring zit hem toch echt in de humor. En dat, juist dát… ging steevast aan onze held voorbij.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *