Ain’t no sunshine when she’s gone

"geef haar nog twee minuutjes, ze slaapt bijna"

“Wacht even, ik verstond je niet, er zit schuim in m’n oor. Wat zei je?”
“Ik zei, het punt is, banners is natuurlijk wel een beetje de creme de la creme van webdevelopment, op micro schaal.”
“Ja ok, maar hoe kom je hier aan een laptop?”
“Marie werkt regelmatig op haar laptop in bad, en we weten allebei dat ze na een half uur in slaap valt en met geen mogelijkheid is wakker te krijgen. De perfecte kans voor mij om even aan m’n opdrachten te werken.”
“Goed geregeld.”

Ain’t nobody

Disney m'n beste werk

De chinees is in zijn element met de badeend. Het element Water om precies te zijn, en de badeend – net zo geel als de chinees die ‘m beschilderd heeft – eert het jaar van de badeend #342494920 met een rode stip op zijn vlakke onderkant. Piep. Ik noem hem Kwak. Ik staar het rubbere zelfgenaamde ding aan als het prompt begint te zinken, ’t is niet z’n jaar, duidelijk.

Granola

hmm, granola met pootjes

De granola smaakte hem niet. Hij wist niet wat het precies was wat hem tegenstond, maar er was iets in zijn mond wat een signaal afgaf – het signaal RED FLAG, PLEASE REMOVE FROM MOUTH IMMEDIATELY.

Eigenlijk was de eerste hap al mis geweest. Een crunch (was deze granola altijd al crunchy?) een licht nootachtige smaak (apart bij Gepofte Rijst Bosbes) en een schurende textuur die zijn tong deed aanvoelen als schuurpapier. Een man moet echter toch eten, dus hij haalde zijn schouders op, nam nog een hap met het ongemakkelijke bestek van het koffiezaakje waar hij tegenwoordig zijn donderdagochtend doorbracht en staarde naar de reden waarom hij hier was; de schoonheid achter de toonbank.

Op dit moment was ze met een geconcentreerde blik melk in een figuurtje aan het gieten, maar ze keek op en glimlachte naar hem. “Hoe bevalt onze nieuwe granola, meneer Joosten?” 

Hij aarzelde. Ze had hem inderdaad iets verteld bij binnenkomst, maar lange wimpers en een figuurtje als een Nokia 3.1 hadden hem afgeleid van de boodschap. 

“Niet slecht, hoe heet deze ook alweer?” 

“Crunched Grasshopper Blueberry,” hoorde hij, en kon nog net zijn laptop aan de kant schuiven voor zijn ontbijt weer naar buiten kwam.

5 Redenen Waarom Deze Telefoon Van Bram Te Gek Voelt In Je Broekzak Of Handtas

nokia 3.1 phone in perspective
Dit is ‘m dan

De Nokia 3.1, wat een toptoestel. Daar gaat deze top 5 over.

#1 Geen Zooi

Hou jij van nodige of onnodige dingen? Precies. Deze telefoon heeft Android One, en dat is een soort Android light. (En geen Windows dus) Lekker slank, net als jij. Het draait lekker, maar installeer er geen Facebook op. Want Facebook is als gefrituurde slagroomtaart. Je wordt er hartstikke dik van en alles slibt dicht.

#2 FM Radio

Lekker wakker worden met de hits van Tim Immers, Gijs Staverman en Daniel Dekker op radio Veronica! Wie luistert en nou geen radio? Wel eventjes de oortjes erin, want de kabel fungeert als antenne.

#3 Underdog

Zij die zich moeten bewijzen, werken harder. Je ziet dat deze Nokia telefoon echt goed luistert naar haar gebruikers. Want in een wereld van iPhones, Samsungs en .. nou ja dat is het wel een beetje, moet je wel uit het juiste aluminium gesneden zijn om weer naar de nummer 1 te klimmen. Verwacht voorlopig een klantgefocuste telefoon totdat corporate egoisme toeslaat en we allemaal weer snakken naar een nieuwe underdog.

#4 Ringtone

tudududu tudududu tududududu… Mozart of Beethoven had het 200 jaar geleden al bedacht, het mooiste klassieke riedeltje, en dat weer in je broekzak. Niemand wordt het zat. Met deze RingTone ben jij de coolste Milennial uit daar.

#5

Wat doe je nog met een telefoon? Precies. Whatsappen, beetje bellen, dat is het wel. Dat hoeft de wereld niet te kosten. Deze telefoon is goedkoop. Hoe goedkoop? 120 euro bij de Mediamarkt.

De empathie van Ollie de olifant

Kijk daar heb je Ollie, de eervolle olifant. Hij zit achter een vogel aan. Met zijn snuit spuit hij water tegen de vogel; een gans. De gans, een stug beest, daagt de olifant uit. Ik kan alleen maar gissen over het geschil dat de twee hebben. Waarover kunnen een gans en een olifant nou in de clinch liggen? Het dierenrijk is groots, machtig. Maar tegelijkertijd zo onschuldig. Ik kan niets anders dan concluderen dat de twee verschillende dieren met elkaar in de telepathie zijn stuk gelopen. Dat, of ze communiceren met hele hoge of lage frequenties. Hoe dan ook, er ging iets aan vooraf.

Er werd uitgedaagd. “Je had me beloofd je Xbox te lenen, Ollie!” Zei dan de gans vooraf. Terwijl Ollie daar nixbox van kon herrinneren. Ollie, een betrekkelijk slim beest, trekt de claim van gans in twijfel. En gans, immer bezig met het indruk maken op zijn andere vriendjes die hij op voorhand een game-avond had beloofd, zal nu met gans zijn billen bloot gaan en uitgelachen worden door zijn ganzennetwerk. Oh, had gans dát maar gezegd tegen Ollie, die wel een stukje empathie kon opbrengen. Maar zo gaan die dingen! Eigenlijk zijn het net mensen, dieren.

Jij bent jij

Stel je nou eens voor, dat je een persoon tegen het lijf loopt die jou uitmaakt voor boterkoek. Jij, duidelijk geen boterkoek, probeert deze individu ervan te overtuigen dat je niet bestaat uit dit mengseltje van ei, suiker en boter. Jouw vreemde opponent gaat een tijdje zo door, totdat je uit vermoeidheid hem gelijk geeft. Het effect van deze beslissing bestaat uit twee delen. Ten eerste zal je je voelen als boterkoek. Hoe je huid licht krokantig en bruin is, hoe je met je nagel bij wijze van spreke je naam in jezelf kunt drukken. Hoe je de vettigheid tussen je duim en wijsvinger voelt als je ze tegen elkaar wrijft. Hoe je je fragiel voelt, bang, dat er een stuk van je zelf zal afbreken. Ten tweede zal je jezelf afvragen hoe het zover heeft kunnen komen dat iemand jou er van overtuigt dat jij een boterkoek bent. Het mentale vraagstuk dus. Had de persoon, met wie jij discussie voerde, ooit opgehouden te zeuren als je scherper van repliek was? Over dat moment waarbij jij de kans schoon zag in te grijpen toen de discussie een draai maakte van één naar twee mespuntjes zout? Dat je niet bij het opnoemen van de oventypes al had kunnen aangeven dat het een irrelevant punt was om in te brengen bij een discussie? Zo van: “boterkoek is boterkoek, of je dat nou na 45 minuten uit een Smeg trekt of na 50 minuten uit een Bosch. En dat je vreemd genoeg beledigd begon te voelen toen er de voorgeprepareerde oplossingen op tafel kwamen. Ik ben toch zeker geen pakje van de koopmans? Nee. Jij bent jij. Met al jouw complexiteiten. Voel je trots en vergeet niet te vergeten wie je bent. Twee harde stukken wafel met een smeuiige vette laag stroop erin. Jij bent een stroopwafel. Laat je niet gek maken.

Haring

Gaan we ontsnappen naar een plek op een middeleeuwse brug met een houten constructie eroverheen? iets pittoresk. Een brug waarop dingen gebeuren. Zware stenen, en licht hout bovenop. Onder de brug is een marktje met daar een visboer die elke dag verse vis verkoopt. Hij heet Hans, en hij verkoopt momenteel haringen. Ikzelf hou niet zoveel van haring, maar Hans wel. Hij moet zich altijd een beetje inhouden, want het liefst eet hij zelf zijn hele voorraad op. De buik van Hans, een veel voorkomend onderwerp van gesprek. De mensen die praten over de buik van Hans, een zacht, betrouwbaar aanwezig kussen in tijden waarin voedsel niet per sé in overvloed is. De lokale viscus zou eens moeten te raden gaan.  Belastingen voor de visserij.  Bij Hans of –wat dat betreft –meerdere visverkopers in de nabije omgeving. Waar of dat het voorraadverschil vandaan komt. Want man man, wat smaakt die haring goed. Haring, lieve mensen, is een zoutwatervis die je vangt in de zee dan wel oceaan. Zo’n visje glibbert in een school van pak ‘m beet 50.000 haringen rond de noordelijke noordzee voordat hij met net en al gevangen wordt en niet veel later al in je buik belandt, of die van Hans.

Één zo’n visje heet Blub-85. Een vrij laag getal in een school van velen, ge-oormerkt door de lokale vismanager. Vismanagers in de toekomst bewegen zich op zee, permanent, en oormerken hun vissen. Het lijkt arbeidsintensief maar in deze middeleeuwse toekomst is dit een volledig geautomatiseerd proces. Kleine microzwemrobots zwemmen de vissen achterna en plakken met vernuftige precisie een oormerkje op zo’n haring, totdat de hele school gehad is. Blub-85 is er één van. Namen worden, in verband met de grote kwantiteit aan leefbaar dan wel pre-mortem materiaal, herhaald. Eerst een naam, dan een nummer. Per school uniek. De naam Blub is één van een rijtje namen die wordt hergebruikt. Zoals het ook bij Koei’n gebeurt. Maar die link had je vast wel gelegd. Als schrijver hoor ik dat eigenlijk niet verder uit te leggen, daarvoor heb je het ‘show, don’t tell’ principe waarbij, net als een goede kunstenaar, een bepaald gevoel in het werk wordt overgebracht zonder dat expliciet te verwoorden. Nou, ik doe dat lekker wel. Ik wil dat je je vrolijk vermaakt en komisch verwonderd voelt! Een vis met een oormerk, wie verzint dat nou.

Een paar dagen verder zijn we weer bij Hans, op de houten/stenen brug en hij ritst met een vlijmscherp mes de ingewanden van Blub-85 uit z’n glibberige, lullige lijfje. De bloederige zooi is onderdeel van de dagelijkse praktijk en er kraait geen haan naar. Kukelekuu! Luister vent, zegt de man die voor Hans staat. Ik gaf je een tientje en ik kreeg twee euro terug. Hans vindt zijn hoeveelheid wisselgeld wat weinig voor slechts één haring. Hij was al eens eerder opgelicht, maar het donkerblauwe colbert van deze man laat hem weinig anders dan twijfelen over zichzelf. Hij zal zijn tientje wel voor een vijfje hebben aangezien. Een kleine verontschuldiging en 5 euro later en er kan weer om gelachen worden. Spetter-442 krijgt een mes in z’n buik. De dag trekt voorbij, al schoonmakend en visverkopend maakt Hans de mensen van de Brug blij met zijn heerlijke vissies. De dag vliegt ook voorbij voor het stel meeuwen die om Hans’ voeten heen staan te waggelen. Hij had er al een stuk of drie een schop verkocht. In zijn fantasie. De beestjes zijn veel te snel. Vissenkoppen worden weggegrist uit de bak slachtafval die Hans vrijwel niet meer over de brug hoeft leeg te dumpen. Bedankt, meeuws.

IJs, ijs is de sleutel tot succes. Dat wist Hans, maar zijn concurrenten helaas ook. Een vis kan maar zó lekker zijn of de lat wordt al weer hoger gelegd. Gelijk op ijs leggen werd op een gegeven moment niet genoeg meer. Het werd de dé-facto standaard in de inde industrie. De kraam, die hij van zijn vader had overgenomen, doorleefde weer zo’n fase van; komt het wel goed, wat moeten we als het mis gaat, gaan we iets anders verkopen anders? Toch maar een keer noten in plaats van vis? Zoveel vis was er immers niet meer. Leeggevist. Zelfs niet door meticuleuze robotisering/ automatisering van de visboeren en het oormerken van hun vissies. Maar een notenkraam, dat was toch wel een stap terug. Hij stelde zichzelf voor dat hij met een schepje een bruingestrept zakje met macadamia’s vulde, en dat dan woog, ofzo. Daar werden je handen op de eerste plek niet lekker koud van, en hij was toch geen homo. Hij was gewend aan de kou, de glibberige gorigheid van de vis.

Er gaat een verhaal in de rondte over zijn over-overgrootvader en die keer dat zijn viskraam in vuur en vlam stond door wat later bleek een ‘constructiefout’ in de door hem doorgesneden gaskabel. De verzekering had niets door. Er was ook niets aan gelogen, de waarheid was gewoon een beetje verdraaid, net als over-overgrootvaders’ mentale staat. De hopeloze man kreeg een nieuwe kraam en dat was dat. Dus stond hij na een paar dagen geforceerde rust gewoon weer messen in vissenbuikjes te steken. Verzekeringen van toen keerden geen geld uit maar betaalden in natura. Dat alles om fraude te voorkomen. Je kreeg dan zo’n net-niet oplossing. Over-over kreeg een soort ‘Toyota onder de viskramen’ onder zijn kont geschoven. Klanten houden van mooiigheid, wat betekende dat er alsnog fors aan verbouwd moest worden om de boel weer een beetje modern te laten ogen. Maar de mensen bleven een beetje weg.

De mensen aten toen gewoon minder vis. Dat had ook wel een beetje te maken met de uitstekende kwaliteit kippetjes van kipverkoper Rembrandt aan de overkant van het marktplein. Rembrandt’s kip is lekker aan de lip. Rembrandt lekkerste kip in het land. Hij maakte er een spelletje van, die Rembrandt. En dat was zijn unique stelling point. Elke maand een andere leus. Rembrandt Bakel, voor kip die niet kakel. Kip met humor, gemarineerd in een saus van gelach. Beter smaken dan dat kon het niet. Het bleek een gouden ingredient te zijn. De over-overgrootvader heeft in zijn verbouwde viskraam van gewerkt tot hij in elkaar zakte.

Och. Had de achternaamloze familie Hans maar een sterker analytisch vermogen. Dan hadden ze wat van Rembrandt Bakel kunnen leren. Terwijl Hans weer een klant een prima doch voorspelbare haring-ervaring biedt en zijn klandizie gestaag terugloopt weet de beste man niet wat hij mis doet. Met zijn vette vingers krabt hij zich achter de oren. krab krab. De kracht van een spectaculaire klantervaring zit hem toch echt in de humor. En dat, juist dát… ging steevast aan onze held voorbij.

Liftman

Je zou wel denken. Waar gáát dit over? Een paar dagen geleden stond ik met mijn goede vriend Bob in een tweedehands-kledingzaak op zoek naar ideeën voor een sketchshow (lang verhaal). We vonden daar een tof t-shirt met wat pijlen erop, en zo was het idee van het typetje “Liftman” geboren. Liftman, een man die gek is op liften! Bij wijze van oefening schreven we er vervolgens een backstory over…

Liftman, een niet zo heel populair jongetje was, op zijn twaalfde verliefd op een meisje, Emma. Emma was het mooiste meisje van de klas, populair maar niet arrogant. Zo mooi als haar karakter was, was haar uiterlijk.

Met haar rode jurkje en haar lange haar tot op haar heupen liet ze iedere jongen van de kostschool “de bronzen toren” smelten. Op de strenge kostschool, waar liftman zat, was het natuurlijk verboden om contact te hebben met de meisjes, maar zijn liefde voor Emma overwon en tot zijn verbazing was het gevoel wederzijds.

Er ontstond een verboden romance. Elke dag keken Liftman en Emma naar elkaar en wisten dat ze ooit, later, met elkaar zouden trouwen in huis ver weg van waar ze nu zijn. Elke aanraking, elk fysiek contact was schaars. Op een dag waren liftman en meisje zo verliefd dat ze met elkaar wilden zoenen.

Liftman en het meisje sprongen het personeelsliftje in. Dit was het moment. Alles was goed. Toen liftman Emma probeerde te zoenen, hoorden ze plots een geluid. De lift kwam in beweging. In haar bevlogenheid had Emma te laat door dat haar lange haar was blijven steken in de liftdeur. Liftman kon niets anders dan lijdzaam toe zien hoe de liefde van zijn leven gescalpeerd werd en, ter plekke in een plas bloed naar de allerhoogste verdieping van de kostschool werd gebracht. Na jaren van traumaverwerking heeft liftman de lift als iets positiefs weten te zien en hij werd fan. Iets té obsessief fan de liftindustrie.

Trivialiteiten in pasta

Een prins in groene kleding op een vliegend tapijt, gemaakt van pasta. Hoe kwam hij aan dat tapijt? Dat is waar dit verhaal over gaat.

Het is misschien wel de beste vraag die je je vandaag kunt stellen. Prins, vliegend tapijt. Waarom? Je zal niet teleurgesteld zijn! Luister en huiver, keerr twee!

Een prins rijdt (hm) vliegt (hm) zweeft (dat is het!) op een tapijt gemaakt van pasta. In elkaar gevlochten spaghetti om precies te zijn. De zon staat in een perfecte hoek van 45-graden op z’n gezicht geprojecteerd. Het is laat in het jaar. Je kent het wel. Vliegend over zijn land, vliegvlieg, Italië. Het is allemaal van hem. Generaties geleden begon er ooit een keer iemand met mensen uitbuiten. Deze persoon lulde zichzelf een hoop eigendom toe. Het ging meestal van: “hé, wist je dat jouw land van iedereen is? We delen alles eerlijk. Dus geef maar hier.” Natuurlijk, sommigen stribbelden tegen, maar de meesten gingen mee in de retoriek. En nu was opeens het land van de prins…

Jaren terug. Het begon allemaal met graan. Die granen worden vermalen. Poeder van chocolade wordt soms toegevoegd. Heb je er dan iets aan? Klassiek vraag-antwoordmechanisme. Leuk voor ’t verhaal. Komt ‘ie. Het chocoladepoeder is voor de kleur. Voor de smaak is het niet zo belangrijk. Als je nou een jury was die pasta moet jureren, dan kan de kleur een factor zijn in je beoordeling. Zo van hup, kleur. 7,8. En dat speelt dan mee voor een totaalscore. Maar door de bank genomen doet het er niet toe.

Flits, we zijn in een dorpje, ergens in Zuid-Italië, waar we te maken hebben met een paar magische tapijtmaaksters. Het gilde van de magische pastatapijtmaaksters is ooit opgericht door een groepje verveelde drugsmama’s. In Zuid-Italie heerst enorm veel drugsgeweld. En de gemiddelde vrouw van de gemiddelde drugsbaron heeft op een dag op z’n zachts gezegd weinig te doen. Je zit als vrouw toch redelijk opgesloten, als je gezocht wordt door Jan en alleman. In een bizar toeval, in een zoektocht naar de ideale hobby, kwamen ze hier naar uit. De magische tapijterij is een hobby die door deze vrouwen is gepionierd.

Op een dag kwam Maria, één van de vrouwen van de verveelde drugsvrouwenclub VDC en een schat aan ervaring in het vlechten van mandjes, dekentjes hoedjes, in aanraking met het idee van het het vlechten van tagliatelle. Brede, lange lappen pastadeeg. Traditioneel wordt spaghetti gebruikt, maar tagliatelle heeft dat typische “gemakkelijke vlechtkarakter” waar veel beginners graag mee starten. Je moet immers eerst plezier hebben in wat je doet. Daarna is het haast onvermijdelijk dat de pastavlechter zichzelf begint uit te dagen door bijvoorbeeld met spaghetti te gaan werken. Tegen alle traditie in kocht Maria haar spaghetti gewoon bij de Aldi. Tijden veranderen, en de pasta van de Aldi was prima. Zelf maken? Mwa. Het zijn dan wel misschien vrouwen van drugsbazen, maar er werd aardig liberaal gedacht over traditie en ambacht. Dit geldt vooral om triviale dingen, zoals waar je je pasta koopt.

Een drugsmama die met een Aldi-tas gezien wordt, kan veilig over straat. Iemand zal echt niet zo snel een bom onder je auto monteren als je spaghetti bij de aldi koopt. Gelukkig maar. Elke keer met je handen vol de onderkant van je auto controleren zou een hoop gedoe zijn.

Voor de lezers die het gemist hebben; Ik leg uit hoe onze groene prins aan zijn pastatapijt komt. In dat dorpje ergens in Zuid-Italie zijn ze tot de ontdekking gekomen dat door op een speciale manier de spaghetti te bereiden, je ze kunt weven. Eerst koken, dan weven. Nu voor het magische zweefgedeelte.

Maria en de drugsmama’s kwamen elke maand bij elkaar en praatten over de dingen waarin ze die maand in geïnteresseerd waren. De bijeenkomsten waren een manier om allemaal een beetje structuur in hun leven te houden. Dat zouden ze zelf in groepsverband nooit aan elkaar toegeven omdat er altijd een bepaalde psychologische afstand werd gehouden. Iets met zelfbescherming. Maar iedereen wist het wel, en het beviel goed. Ergens, een keer op een bijeenkomst in Oktober kwamen de dames bij elkaar in Maria’s huis. Oktober! De spannende maand, in al z’n spookachtige herfsterigheid, waar de vrouwen het over het Ouija bord begonnen. Een van de mama’s had dat dan een keer op internet gelezen. Een Ouija-bord (spreek uit OE-WIED-JEE-A, vanaf nu), is een bord waarmee je contact op kunt nemen met de doden. Je schrijft het alfabet erop, en met z’n allen houd je je vinger op een glaasje. Na wat ritueel gedoe begint dat glaasje dan te bewegen en ontstaat er een tekst. De notulist van zo’n sessie had dus een cruciale rol. FUNICULI FUNICULAA!!! Erg handig in een regio waar veel doden en bijna-doden vallen, vanwege drugsgeweld. Meestal vanuit wraak.

De vrouwen besloten een potje te spelen. Maar ze hadden even geen Ouija-bord. Daarom besloten ze het op Maria’s één van de drie gewoven pasta-tapijten te houden. Op het gewoven ding schreven ze de letters A tot en met Y. (de Z pasta er niet meer op, want de schreven het in bolognesesaus en ze hadden het niet goed uitgepland). Stel je voor. Een groep vrouwen rondom een van spaghetti gevlochten creatie met daarop in bolognesesaus geschreven 25/26e deel van het romeinse Alfabet. Het begon. Terwijl de spaghetti de bolognesesaus langzaam op zat te nemen bewoog het glaasje door de tomaten-pasta-drap. De vraag die werd gesteld; kunnen we van dit spaghetti-tapijt een magisch spaghetti-tapijt maken? Het glaasje begon te schuiven; J.A. D.A.T_I.S_M.O.G.E.L.IJ.K (in ’t italiaans dan. In de italiaanse vertaling kwam de letter Z nog een keertje voor, en dat zorgde door een toevalige samenloop voor taalgrapje. De sfeer werd ondanks het occulte geheel verrassend ontspannen.)

Het Ouija-bord had gesproken. Het tapijt begon zachtjes te bewegen; alsof het gewichteloos was. Op dat moment hadden de dames wat ontdekt. Hoe ze zwevende, magische pastatapijten konden maken. Geweldig! Wow! Wat een uitvinding!

Nu hadden ze niet heel veel nodig in het leven om gelukkig te zijn. Dus de volgende maand waren de dames het alweer vergeten, gezellig kletsend over de volgende hobby van een van hen, Beleggen in staatsobligaties en versgebakken brood. Toch bleek het een goede business, en later groeide de techniek uit in een unieke niche in de toch al grote pastabranche.
Een jaar later komt een man in groene kledij aan in een zelfgebouwd groen schipje aan op het strand van Sicilie (er even vanuit gaande dat ze daar strand hebben, niet zoals Kroatie (boee). Op zoek naar iemand die hem de weg naar Rome kan vertellen klopt hij aan bij het huisje waar drie gevlochten pastatapijten buiten stonden uitgestald. Maria deed open. Nou was er eerst een heel gesprek over lieveheersbeestjes, of eerder het gebrek eraan, maar lang verhaal kort; hij kocht een magisch zwevend Pastatapijt. Door zijn gewicht bleek tagliatelle uiteindelijk te broos om een prins te ondersteunen. Na een weekje had Maria er een van spaghetti gemaakt, en dat ging beter. Na een paar onhandige pogingen en blauwe plekken, bleek het ding uiteindelijk verrassend stabiel. En zwart, van de chocolade, maar dat vond de prins minder belangrijk.

Dus daar heb je het; Onze groene prins op z’n chocoladepastatapijt.  Tevreden rondvliegend over zijn koninkrijk.

O ja, dat koninkrijk? Die had hij gratis bij het tapijt gekregen. Goeie deal!