Beige

Daar zijn we dan. De meneer op het bankje zit te draaien aan z’n sigaar. Hij heeft een bruinen tweed jasje aan en een beige broek. Het groene bankje buigt een beetje door van het vele zitten. De meneer overpeinst zijn leven. Was het al voorbij? Wanneer was het dan begonnen? Het Nu heeft hij nooit gekend. alleen het verleden en de toekomst. En de man voelt zich droevig. Het is niet alsof hij zijn tijd terug kan krijgen. Maar ja, het Nu is te pijnlijk geworden. Terwijl je dat soms wil vergeten. De man zoekt naar momenten van geluk in zijn leven. Die zijn er wel. Als hij er naar zoekt, dan vindt hij ze ook. De man realiseert zich dit. Ik moet vaker op zoek naar de geluksmomenten. Dan word ik er gelukkig van. Alleen het is wel te laat. De man beseft zich; ach ja, ik wist het niet eerder. De man heeft ineens vrede met zijn keuzes, hij wist immers niet beter. De man staat op. Het bankje was net geverfd. De strepen lopen over zijn bruine tweedjasje en zijn beige broek. Had ik maar niet op het bankje gezeten, denkt hij, en de man is weer nors.

De moeder heeft twee kinderen, een is ze er kwijtgeraakt. Niet overleden of zo, gewoon kwijt geraakt. Zoek. Ze was een keer aan het wandelen met haar twee kinderen. Het waren twee zonen, of twee dochters. Dat maakt niet uit. Er is er een kwijt. Ze liepen over de straat, de winkelstraat. Toen raakte ze er een kwijt. Welke doet er niet toe. Ze liep over straat te winkelen en ze keek naar een etalage met mooie spulletjes. De etalage was net gelapt en zag er uit alsof je er in kon lopen. Op dat moment liep er eentje weg. De moeder was te druk met staren naar de mooie spulletjes in de gelapte etalage. De moeder liep verder met de twee kinderen, is wat ze dacht. Maar het was er maar eentje. De ander was weg, foetsie.

Het kikkertje zat te kwaken op de pont. De pont gaat meerdere malen elke dag naar Amsterdam Noord en weer terug. Elke keer als het pontje aan de andere kant is kwaakt het kikkertje. KWAAK.

Vele handen maken licht werk, dat is de uitdrukking. Ken je die? Ik wil niet alles in m’n eentje doen, want ik heb maar twee handen. Licht werk, een uitdrukking natuurlijk, staat voor de mate waarop werk zich transformeert van een zware staat naar een staat die minder zwaar is. Geef die boer een stoel, dat is iets, ook, wat de mensen gráág wel eens zeggen. De boer, het gaat niet om een feitelijke boer, met een boerenkiel en een tuinbroek aan en klompen en soms ook een beige hoedje op, of niet, of soms een kalende plek op zijn hoofd. De boer in dit geval gaat om het geluid dat je hoort vanuit Demond. Grappig is de uitdrukking want het woord boer heeft een dubbele betekenis. Het is heel Hollands. Zodra ik een boer laat –of boertje, hij mag immers ook klein zijn– dan zou iemand dat eens kunnen zeggen. Diegene zegt dan eigenlijk iets in de trant van: ik vind het tamelijk onaangenaam dat je hier een boer –of boertje– laat, en ik wil dat je er mee ophoudt. Of de boergever dat dan dus ook daadwerkelijk doet is een tweede. Of hij laat een tweede boer, waar mee hij eigenlijk aangeeft het niet eens te zijn met de uitspraak. Bijvoorbeeld omdat de uitspraak, je weet wel, “geef die boer een stoel”, geen één-op-één verzoek is van de boernemer, maar alleen een verhulling. De tweede boer die de boergever dan laat is –ironisch genoeg– ook geen duidelijk antwoord op het verzoek. Wat hier ontstaat is een situatie van de uitlokking. De uitspraak van de boernemer, weet u ‘m nog; “geef die boer een stoel”, communiceert –vertelt– in zekere zin ook een vorm van of factor dezens mijns inziens iets in de spreekwoordelijke trant, TRANT, van; ik zeg er wat van, maar zo erg vind ik het ook weer niet. Er is voor beide partijen wat van te zeggen. Boeren laten is machtsvertoon.

Graaf maar lekker door, jij graafmachientje. Maak een gat in de wereld, totdat je in china bent. Lukt je niet, op een gegeven moment is daar lava. Dan smelt je graafmachientje. Je gele verf zal afbladderen, je rupsbandjes zullen smelten. Maar graaf maar. Je zult zien dat het niet lukt. Ik vind het ook jammer. Maar we hebben het er mee te doen. De wereld is een toverbal, geen mens weet hoe hij worden zal. Maar één ding dat weet iedereen, je graaft niet zomaar naar China. En waarom zou je ook, het is veel makkelijker om in het vliegtuig te stappen. Over pak hem beet, tien uur, zal je daar aankomen en denken; hier ben ik dan in China. Ha. Voor de vorm zou je, eenmaal daar aangekomen, een gat kunnen graven. En dan net doen alsof je het hele stuk bent aan komen graven. Mijn eerste vraag is dan: waar is al het zand? Zoveel vragen. Nee, het scenario is er eentje van weinig realisme.

Even Evalueren

Als ik terugkijk. Wat wilde ik bewijzen met mijn blog? Waarover wilde ik schrijven? Heb ik een doel? Ik ben nu 29. De afgelopen 10 jaar heb ik me bezig gehouden met van alles. Ondernemerschap, het bouwen van websites, drummen, zingen, dansen en schrijven. Ik heb het gevoel dat ik mezelf nu wel ken. Ik heb geleerd dat geluk in mezelf zit. Dat ik mijn geld het liefst uit geef aan immateriele dingen. Ik heb geleerd dat het leven bestaat uit een aaneenschakeling van experimentjes. En dat angst een slechte raadgever is.

Toch wordt het tijd voor een nieuw hoofdstuk. Ik voel dat het tijd wordt voor iets nieuws. De dames, daar snap ik nog niet al te veel van. Msschien komt er iemand op m’n pad die naadloos bij me aansluit. En een beetje rust kan ook geen kwaad. Een klein beetje groter wonen zou wel prettig zijn.

Ik wil wel blijven ondernemen. Mijn leven ligt nog voor me, en toch heb ik al zo veel gedaan. Het wordt tijd om te gaan focussen. Iets dat ik altijd verschrikkelijk moeilijk heb gevonden. Maar ik ben er van overtuigd dat ik m’n geld kan blijven verdienen, ook met experimentele, nieuwe dingen. En als het écht niet anders gaat, dan kan ik altijd nog wel ergens gaan solliciteren. Ik bedoel, kom op. Maar dat gebeurt me niet.

Dit blog hier, van me. Wat wil ik daar nou mee zeggen? Wordt het tijd voor een videokanaal? Ik wil nog beter kunnen spreken. Een camera kopen, en met geluid vertellen waar ik mee bezig ben. Elke dag een beetje. Mensen meenemen in mijn proces. Korte films maken. Alles vastleggen. Omdat het leuk is om nieuwe dingen aan te pakken. Een blog is ook maar zo tekstueel. Schrijven is goed, maar waarom geen spraak? Waarom geen video? Hoe pak ik dit aan?

Er is altijd die angst, die zit er in geprogrammeerd. Die angst dat ik niet meer “aan de bak” zou komen, omdat ik teveel tijd verklooi met niets doen. Maar dat is zo’n achterlijk denkbeeld. Ik haat angst. Zit daar dan niets goeds in? Ben ik geprogrammeerd om altijd maar mijn passie te volgen?

Volgens mij word ik alleen onrustig omdat ik geen opdrachten heb, dat ik nu thuis niets zit te doen. We moeten de boer op, met Pixelwater. Elke dag ermee bezig. Het blog, dat mag in het teken staan van Pixelwater. En daarin kan ik beschouwend zijn. Ik merk wel dat ik wel klaar ben met blogs schrijven over mijn eigen gedrag. Mijn blog.bramjoosten is een prettige plek om af en toe eens wat op te schrijven. Als ik nou iedere dag blijf bloggen, maar dat ik nu nog een tweede website er naast ga doen.

Blog.bramjoosten krijgt een restyling, en pixelwater wordt een nieuw project voor mezelf. Ja. Zo gaan we het doen. Elke dag bezig blijven met bloggen. Mijn blog blijft een speeltuin en daar kan ik af en toe nog mijn frustraties, moreel gezeik of gekkigheid kwijt. En Pixelwater word de plek voor VR, wat de komende jaren mijn core business gaat worden.

Als ik nu terugblik dan kan ik zeggen dat dit blog-experiment zeer geslaagd is. Ik ga er mee door, elke dag schrijven is lekker, het is goed voor de geest. Maar het neemt ook tijd in beslag dus gaan we het combineren met m’n VR diensten. Het wordt interactiever, met meer afbeeldingen, meer video’s, meer uitleg. Maar vooral; de kwaliteit blijft het belangrijkst.

Schrijflog

17 jan 23:40 – 00:09 (30 min)

No more Zombie Mode: how to spend less time on your phone

I’d call myself crazy if I told this 5 years a go. A while ago, I forgot my phone. Not that I lost it, I just didn’t think about it. I was taking the dog for a walk, and only when I arrived home I remembered that I had it on me the whole time. I could have been checking my phone the whole time during the walk, but I didn’t. And for some reason I felt sort of proud of that.

I have these moments where I’m completely hypnotized by my phone, and only when the battery dies I snap out of it, foggy in my head (and often I notice some cross-eyedness as well). Some six weeks ago I decided that it was enough. My phone usage, and especially my Whatsapp usage has gotten out of hand so I wanted to change my habits. I had to, all this just simply demanded too much of my time.

And I’m not alone. According to a U.S. Study, adults spend an average of three hours each day on their phone1. A friend of mine, a high-school teacher, once said that smartphone usage is a huge problem in high schools, as well as elementary school. But also at work it seems normal now to check your phone regularly. It seems there is a true smartphone pandemic. Apparently, I’m completely wasting my time along with the rest of the Dutch people. But there are lots of other things I want to achieve, skills I want to develop, books I want to read. This could go on no further.

Six weeks later, I don’t feel the urge to check my phone that often. A lot of mental noise has disappeared, I discovered that it’s easier to get in the flow of tasks, I can focus more easily on conversations as well as movies, books and tasks as well as writing this blog. Overall I’m a lot more productive.

In this story I’d like to tell you how I went from a phone-zombie to a lovely, moderate phone user. Why is my phone so addictive? What do we do on Whatsapp and if I quit, is that bad? What works and what doesn’t if I want to change my behavior? I think this story also applies in a broader sense, about changing yourself in general. There are, of course, a lot of things that have been written on this subject. But I noticed that a lot of articles tend to keep it short and tend to stick to tips and tricks. They don’t ask the questions behind the questions. It think that’s important because when I understand the why, I can start motivating myself more easily. Now I’m not a journalist nor a psychologist but I’ll try to go as in depth and be clear about it as much as much as I can. Let’s go!

Our phone seems to transform us into modern zombies. We’re all hugely wasting our time on Whatsapp, Facebook, Snapchat and Tinder. We’re ok while we’re checking our phones, but just after a long social media binge, or when we’re evaluating our behavior, it doesn’t seem that we’re too happy about ourselves. For example I hear a lot of new year’s resolutions about spending less time on the smartphone. So I guess a lot of people want to change their ways. But how are we going to do that? If I make new year’s resolution that’s great, but just that won’t get me there. I need some sort of plan.

Now I used to make excuses for myself. I’d say: “I’m just more sensitive to addiction than others”. Or: “I have so many things to think about. I’ll do this later.” But that doesn’t fix the problem. So if I want to change myself, I have to do something with these excuses. I didn’t think of them for no reason, right? Maybe they’re there because deep down I don’t want to change myself. Or maybe it’s because I don’t believe in myself in general. Maybe I’m insecure. Maybe we’re al insecure. Then I’ll just see insecurity as something I can’t change on the spot, but it’ll take training to become more self-confident. Who knows, that one day I can change whatever I want instantly, without having these moments of relapse. How cool is that!

One technique I learnt comes from cognitive behavioral therapy, called rephrasing. This way you can rephrase something you are saying to yourself, for example an excuse, to something else. That way the excuse can morph from a problem into a something that makes you want come into action. Language has the power to do that. For example, when I say “I am just very sensitive to addiction” is a passive statement. It’s easy to accept it, because it keeps me where I am (the comfort zone). But now let’s rephrase this to: “The amount of time it takes me to become addicted to something is less that most people”. Suddenly the same statement contains a sort of solution to a problem. That is, that it keeps my “self” out of the statement. It’s more confident that way because it doesn’t contain the “I am” but “I have”. I’m not sensitive per se, but i tend to become addicted quicker than average. By the way I don’t believe that I’m that sensitive to addiction. Someone once told me that, but I don’t like it. It’s negative and doesn’t imply action. Maybe it is, maybe it isn’t. But it’s not a problem until I really become addicted to something, right? As long as I believe that statement, things don’t change.

Nowadays I rephrase almost from something with a negative connotation to something positive. I won’t say: “this won’t work at all”, but: “Has it ever worked, if yes, will it work a second time?” Complicated is something I feel doesn’t. A large problem always exists of smaller parts. How does one devour a whale? One bite at a time. Time is the the only parameter. Okay, there are limitations. I’m never going to be a pro football player, but I guess 90% of the new skills I want to learn are still doable. That probably changes when I get old but for now I’m pretty young so lets ignore that.

If you want, you can try it out. Learn to recognize an excuse you’re making for yourself and try to rephrase. If you’re like me, very slowly you’ll start to notice that you’ll stop making excuses entirely. Let’s continue. How do we free ourselves from our phones? It must not be that hard to come up with ways to get ourselves into action. Like the opposite of excuses.

Let’s approach our smartphone problem in a good old positive manner. What if I fail and I give up, which means I continue my old ways, spending 2-3 hours a day on my phone. Am I weak if I can’t get to force myself into action somehow? Of course not! I’m just a human being, so I’m not going to punish myself for being normal. Also there have never been so many people with the same problem as I do right now. One thing’s for sure; calling myself weak wont change my behavior. So let’s not take the negative road. This is going to work, I’m remembering myself that I only need to be patient and try again when I’m having a weak moment or relapse. Babysteps.

So let’s analyze how I got so addicted in the first place. What’s going on?

Everyday, developers at Facebook research how they can improve my user experience. One tool they use, for example, is A/B testing. Sophisticated bleepy sounds, little red dots for notification, emails.. Everything gets tested to pull me into their apps. And they’re good at it. Apparently their definition of a good user experience is one where I’m spending all of my waking hours on my phone. Because of ads, of course.

Could it be that I’m not addicted per se, but that I’m conditioned to check my phone? If I want to get an uneasy, little stressful feeling in my head, all I have to do is think about Whatsapp. Maybe I have a new message. What about you? Do you have a new message already? Maybe you should check. Maybe I should check. No, I’m not going to. Oh yeah. I’m definitely feeling this urge to grab my phone. The “urge” is an automatic response that doesn’t need any conscious effort. I’m not even thinking anymore about content of that potential message. It’s all about the thrill of checking my phone.

What also doesn’t help with changing my ways is that I’m someone who has trouble concentrating. Or at least, that’s what people told me when I was little, so I just accepted that as a true fact. That’s why I never made a serious effort to do something about that. I just kept on distracting myself with whatever I could find so I didn’t get all that much done. Although I’ve always wondered why I could spend hours on end on videogames, tv or, nowadays, my phone. Maybe it’s time to rethink that.

Let’s talk about the negative effects of Whatsapp has, so I know what to look out for when I’m changing my behavior. Let’s say I wanted to check Whatsapp, but just “for a few minutes”, I always promise myself that. But these “few minutes” somehow turn into at least ten minutes up to two hours. Then all is lost, because I’m tumbling from one automatism into the next. It’s what I call my Zombie Mode. Just a few minutes of Facebook, then Instagram, then Snapchat, Tinder et cetera. What was I doing again? O yes, writing an article. Could it be that my phone use is slowly breaking down my ability to concentrate?

There’s also this thing that bothers me when I’m in a conversation and I lose my focus. Maybe the conversation is not that interesting, but still. It makes me want to check my phone. It would be very uncool to actually do that, so I wont. So then, during the boring conversation I’m thinking: “No, I’m not going to check my phone, focus. What was he talking about again?” And while I’m talking to myself during that conversation, of course I’m completely missing the story. So in the end I’m spending all this mental energy on myself, which isn’t very social nor polite towards the one I’m talking with.

Another effect is that the phone is an easy way for me to escape difficult tasks. if a task becomes complicated, for example writing this article, I’m already feeling this urge to grab my phone. That, in the end, makes me be less productive.

And then there’s the forgetfulness. It seems that phone use, or any addiction for that matter, and forgetting things are linked. It’s as if I forget to do important things for a day. I’m not exactly sure how that works, and it’s all a very subtle almost vague experience. I can’t really put my finger on it, but lately I feel clearer in my head and less forgetful already. As if the fog lifts.

So is excessive phone use harmful? It seems that I can’t spend a lot of time on one task without distracting myself from it. I can’t focus all that well, I’m not that productive and maybe it’s making me forget stuff. If I stop using my phone, will all these problems be solved? Should I just throw my phone away? To be honest I really like my phone. It makes me stay in touch with friends and it makes me relax. So what are the positive effects of Whatsapp?

For one, it’s an ideal tool to meet up with friends. Lunch, coffee, sports, band rehearsal. It would be a lot less convenient if I couldn’t do these things. Social media use makes up for the majority of the time spent on my phone. Whatsapp is the first thing I do when I check my phone. Then the other apps follow. It seems like a good idea to break down what Whatsapp is actually used for, so we can understand if we can safely stop using it.

Typical Whatsapp-moments would be using it before going to sleep, when waking up, in public transport, during work. Every situation has its own advantages and risks. , but almost every time I forget the time and go to bed too late.

Typical Whatsapp-moments would be in the morning, in public transport, during work or before going to bed. In the morning, when I’m just waking up, I almost always check my phone. What could my friends have sent me when I was sleeping? When I’m in public transport, that’s a great moment to check my phone. I don’t have that much to do anyway, right? Of course, between work, I can always check if I got some messages. And how nice is it to lay in bed and to send a few messages to dear friends?

But in the morning, checking my phone before I do everything else isn’t a great start of the day. For some reason, I start multitasking. I check my phone while putting on socks and brushing my teeth. So instead now I’m taking a shower first, having breakfast, spend time on my blog for the day and only then, of course I can check my Whatsapp for a bit. I already have done something productive. And when I’m riding the train, of course I can check my phone. And I will, for a short period of time because there is always that book I always wanted to read. And during work, I just look at it for a few minutes when I’m on break. I hate it if a co-worker next to me is distracting him/herself with their phone, so I don’t want to be that person. And then before going to bed is a risky business, because I’m tired and it’s hard to put the phone away. So for now I’m still struggling with this. What helps for me is setting my alarm early in the evening.

If I were to stop using Whatsapp, what would happen? Would I lose my friends? Probably not. My friends would understand. All of the friends whom we speak only on Whatsapp aren’t really friends I guess. Real friends are the ones you actually meet.

Would I become a boring person then? Again, probably not. If anything, it’s the other way around. As someone who spends a lot of time on his phone, I don’t feel like I have a lot to say in company. I mean; what do you talk about? There wouldn’t be a lot of things that make my life unique to me as a person when I spend all of it consuming online. How is that better than TV? While there is so much awesome stuff to do in a day! Drumming, running, dancing, drawing, reading a book. Yeah.

And what about chatting to that one girl I like? It’s safe, talking through text. But still, I’d eventually want to meet her. If I won’t meet up with her, all the time spent on my phone would be a waste of time. Also, not everyone is that expressive in text. Oh, the Tinder days. So there’s also the risk that the person in my head is completely different than the one in real life. I’d better ask her as soon as possible if she wants to have a drink.

I haven’t found a really good reason why I should spend such a huge amount of time on Whatsapp as I’m doing. But I’d hate it if I’d accidentally miss an appointment or an invite to a party. The goal here is spend more time living than phoning, right? This happened to me exactly one time. A friend asked if I wanted to grab a drink, but I saw the message too late. In the meantime my friend made other plans. Fortunately, he called later in the evening if I still had an hour or so left. He called! So yeah, it can happen that I miss an appointment now and then. I just accepted this a a temporary side effect.

When I’m consciously spending time on something, I seem to enjoy it more than if I would just “fill” my spare time with stuff. That means that if I decide to spend half an hour to check my Whatsapp, it’s different than when I check out of habit, or ‘accidentally’. In the latter case, I’d always have a little whispering voice in the back of my head to tell me that I’m probably wasting my time and I should spend it on other, more useful things. Being more conscious also helps me recognise when I’m going into Zombie Mode. Some people seem to call it mindfulness, but I just think that’s hippietalk.

So how do I undo my conditioned brain? I found a few tips on the internet. I shut off my notifications of course. Not just from the app settings, but from the system settings. Apps tend to “forget” their settings after an update. Facebook is really good at that. Also I don’t see those white icons in the upper left corner. I don’t need any of those triggers.

Also I can be aware to not start new chats on Whatsapp. Everything you send will get you a response. That way I’m doing the other a favor of spending less time on their phone, too.

I’ve tried removing Facebook. Doesn’t work. After a while I’m checking the mobile website and a month later I installed the app again because the website was not sufficient. It looks like I really have to change my own behavior. I think we can still dig a little deeper to see what we can do on a psychological level. Because in the end here is what it comes down to:

I want to spend less time on my phone, so I’m going to spend less time on my phone.

Before I’m able to change my behavior, I need to know what exactly it is to change. Maybe I need to start an inner dialogue, talk a bit with myself. As I would talk to someone else. In a positive constructive manner.

When am I spending the most time? What happened before I grabbed my phone?

When I’m grabbing my phone I say to myself; no, don’t. I won’t be able to do this all the time, so I’m just going to keep reminding myself not to look on my phone. I wonder how long it takes before I feel confident I’m not dependent on my phone. A week? A month? A year? I think in the end I have to do it on my own. All those tools and apps are ok, but the solution isn’t always in the technology.

So if that works, what will I do with those 3 hours each day I found? I’m surely not going to stare at a wall. Because then I become bored, and that probably makes me grab my phone again. I need a substitute behavior. There are lots of skills I can develop, and lots of people that I enjoy spending time with. And of course, writing this blog substitutes my phone time. That’s not a coincidence.

Since those six weeks I already feel a lot less of an urge to check my phone. But I’ve had a few relapses. But that’s okay, too. I’m discovering that getting into the flow of things is easy. It happens almost daily. Now and then I feel the phone nagging for attention, but yeah, that’s just my brain getting used to the new situation I guess. It’s already a lot easier to handle those moments than when I first started.

It’s funny. I’m getting into the flow, for example by writing this piece, and I’m also getting into the flow by checking my phone. One’s good, one’s bad. Or, at least, that’s my decision. I decide that spending time on my phone is bad, and writing this article is good. In both cases I forget the world around me, and I forget the things I need to do each day. Maybe our brains just like getting in the flow. If I were to spend all my waking hours writing blogs wouldn’t be wise either.

How many times may I check my smartphone each day? My brother said he treats Whatsapp the same as his email inbox which I thought was quite interesting. Although I’m checking my email twice a day. I don’t feel like that’s enough for Whatsapp. It’s also a bit of trial and error to find the right frequency. Now I first want to have done something useful. I have a big, clear to-do list so I can always remind myself what I want to do on a day.

Am I too hard for myself if I’d stop using Whatsapp altogether? It’s not that bad, is it? It’s a great tool if it leads to real live contact. But I don’t want to have those long chats anymore. When that happens it’s better to just arrange a meeting. I have to learn to separate the time-wasting moments from the ones that matter. In real life I can be much more nuanced in my communication. I have to remind myself of that. Also I will have the time to fully immerse myself in other things, like that one book I still wanted to read. That also helps with having something to talk about. I hate having that feeling of not being in control. As if life forces you to do stuff. From now on, I check my Whatsapp after I’m done with important tasks. Let’s just see how that goes for now.

There’s this noise in my head that I now recognize when I’m on my phone accidentally. I remember myself that there are other things that need to be done, even when at that moment I’m not sure what they are. And I know that I have to stop looking at my phone before there will be room in my head to remember those tasks. When I’m done with a few of those tasks, important ones preferably, only then I allow using my phone for a short period of my precious time. I will have to be careful when it’s late, because it seems more difficult to stop looking when I’m tired. I still have these urges to distract myself, but I recognize them now and that make is pretty easy to ignore them. And there are definitely drawback symptoms.

Such a relief. I feel a lot more free from my phone. As if the world opens up and I can do what I want. Suddenly I have found vast amounts of time to spend on fun or meaningful things. Nowadays I sometimes leave my phone at home. Or I forget it completely, like that one time I was walking the dog. I was proud of that because it made me remind myself about my progress.

I’m happy with where I am right now, and I’m not there yet. That moment will probably take a year or two. Now and then I will still have these off-days and I just grab my phone and won’t care about anything. But I guess we’re all human. Tomorrow I’ll try again.

There’s this point in life when you say: fuck it, I decide what I’m going to spend my time on, not my phone. And maybe it’s because I’m 29. But I became tired of having to deal with the noise and the stress. I know what I want, I have control over my own time. And that feeling is what I wanted to share with you. Hope it helps.

Sources

An interesting piece about smartphone addiction, which contains the statement about the 3 hours adults spend daily on their smartphone. By journalist Wouter van Noort for dutch newspaper NRC Handelsblad

http://www.nrc.nl/next/2015/12/30/vier-uur-per-dag-naar-dat-kleine-schermpje-loeren-1570875

Log

15 jan 10:13 –

14 jan 10:14 – 11:03 (45 min) 100% done, next time finishing touches.

13 jan 11:30 – 12:54 (85 min) 80% done

12 jan 23:06 – 23:20 (15 min) 66% done

11 jan 9:45 – 10:23 (35 min) 65% done

10 jan 00:25 – 00:55 (30 min) 50% done

9 jan 10:49 – 11:42 (55 min) 30% done

8 jan 10:23 – 10:48 (30 min) start translating

7 jan 9:52 – 10:23 (30 min) Klaar, totaal 15,8 uur besteed 🙂

6 jan 8:24 – 9:19 (55 min) Stofkam momentje 2, blijven verfijnen. Nog heel ff.. Geduld. Dit wordt prachtig 🙂

5 jan 8:53 – 10:15 (85 min) Alles doorlezen. Stofkam momentje. Dit stuk kan bijna live.

4 jan 10:02 – 11:10 (70 min) Zie eind 4 jan, verder verfijnen. Samenhang. Therefore, but, meanwhile, back at the ranch.

3 jan 10:00 – 12:14 (120 min) Zie eind 3 jan, verder herschrijven ik-vorm.

2 jan 10:45 – 11:34 (50 min) zie 2 jan om verder te herschrijven

1 jan 16:15 – 16:57 (45 min) Volgende keer de ik-vorm beginnen in te bouwen.

31 dec 12:30 – 13:31 (60 min) Structuur is nu zo goed als af. Whatsapp-lijstje inkorten. (nadenken over evt. afbeeldingen)? Psychologische onderbouwing?

30 dec 11:01 – 12:03 (60 min) Volgende keer bezig met: “Wat loop je eigenlijk mis als je geen (of minder) whatsapp checkt?” Geef het een plek in het verhaal.

29 dec 10:28 – 11:22 (55 min) Volgende keer kijken wat ik in de tweede helft van het verhaal precies wil vertellen.

28 dec 9:29 – 10:08 (35 min) Volgende keer dit verhaal even helemaal doorlezen zonder meteen in een zin te duiken, en aantekenen waar het nog beter kan.

27 dec 22:11 – 23:18 (65 min) verder met schrijven. Einde verder oppakken volgende keer.

26 dec 10:00 – 11:42 (100 min) intro en analyse redelijk voor elkaar, probleem groot maken en oplossing aandragen.

25 dec 10:06 – 10:54 (50 min) Structureren, verder schrijven. De intro goed gebruiken als lijn, en laten terugkomen overal.

24 dec 9:31 – 10:39 (70 min) Initiële setup. Volgende keer meteen een lijn in het verhaal. Een intro, een verkenning, een plan.

Minder Whatsappen

5 jaar geleden had ik mezelf voor gek verklaard, maar laatst ben ik m’n telefoon vergeten. En toch had ik ‘m bij me. Vergeten in de zin dat hij in m’n jaszak zat, maar dat ik er niet aan hoefde te denken. Het gebeurde toen ik laatst bij mijn ouders was en ik een rondje met de hond ging lopen. Pas thuis kwam ik erachter dat ik de hele tijd mijn telefoon bij me droeg, en er dus best op had kunnen kijken. Zeker tijdens zo’n ‘saai’ momentje als bij het lopen van de hond. Daar ben ik best een beetje trots op.

Tijdens dat rondje wandelen zou normaal gesproken op m’n telefoon zitten te staren. Ik heb wel eens van die momenten dat ik thuis op de bank aan één stuk door zit te staren totdat de batterij uitvalt. Na een lange sessie begon ik dan een beetje scheel te kijken. Een week of 6 geleden vond ik het tijd om het eens radicaal anders te doen. Mijn telefoongebruik en met name m’n Whatsappgebruik moest minder worden. Ik moest wel, het kostte me gewoon veel te veel tijd.

En ik ben niet de enige. Uit amerikaanse onderzoeken blijkt dat volwassenen gemiddeld 3 uur op hun telefoon besteden 1. Een vriend van me, hij is docent, zei eens dat dit basis- en middelbare scholen een enorm probleem is. Ook op de werkvloer wordt het steeds normaler om regelmatig je telefoon te bekijken. Een ware smartphone-epidemie lijkt er te heersen. Ik zit dus blijkbaar, samen met de rest van Nederland, ongelooflijk mijn tijd te verdoen. Terwijl ik nog zoveel dingen wil doen, skills wil ontwikkelen en boeken wil lezen. Dit kon zo niet langer.

Ik voel tegenwoordig bijna de noodzaak niet meer om op elk moment m’n telefoon te pakken. Ook voel ik me door de dag heen een stuk rustiger, kom gemakkelijker in de flow, concentreer me beter op gesprekken, films, boeken en het schrijven van dit blog. En bovendien; ik voel me productiever.

Hoe ik van telefoonzombie naar gematigd gebruiker ben gegaan vertel ik je graag in dit verhaal. Hoe komt het dat die telefoon zo verslavend is? Wat doen we eigenlijk op Whatsapp en is het erg als ik er mee stop? Wat zijn daarvan de gevolgen? En als ik besluit om m’n gedrag aan te passen, wat werkt dan, wat werkt niet, wat werkt een beetje? Ik denk dat het verhaal ook in bredere zin geldt, niet alleen voor telefoongebruik, maar gedragsverandering in het algemeen. Er is natuurlijk al een hoop over geschreven, maar veel artikelen geven alleen tips, en stellen niet de vragen achter de vraag. Nu ben ik geen journalist, ook geen psycholoog, maar ik probeer toch een beetje de diepte in te gaan en het logisch te onderbouwen waar mogelijk. Juist dat extra beetje inzicht in m’n gedrag motiveert me sneller tot gedragsverandering, dan als ik slaafs maar wat tips en trucs aanneem van een blog ergens.

Onze telefoon lijkt ons dus te veranderen in moderne zombies. Massaal verklooien we onze kostbare tijd op Whatsapp, Facebook, Snapchat en Tinder. En volgens mij balen we daar ook wel een beetje van. Vooral op de momenten dat we niet op onze telefoon kijken. Een veelgehoord voornemen dit jaar: Wat minder op m’n telefoon zitten. Tsja. HOE DAN?

Als ik het mezelf voorneem dan weet ik al dat dat niet voldoende is om daarmee ook m’n gedrag te veranderen. Maargoed, het is een begin. Ik moet een aanpak hebben.

Vroeger had ik nog wel eens van die excuses. Dan zei ik: “Ik ben nou eenmaal verslavingsgevoelig”. Of: “Ik heb al zoveel andere dingen aan m’n kop, dit komt later wel” Maar daarmee los ik dat probleem niet op. Dus als ik mezelf wil veranderen, moet ik ook wel iets met die excuses doen. Ik heb ze niet voor niets helemaal zelf bedacht. Misschien komen ze wel voort uit een onwil om m’n gedrag te veranderen. Of dat ik er niet helemaal in geloof dat ik in staat ben om mezelf aan te pakken. Misschien ben ik wel onzeker. Misschien zijn we allemaal wel onzeker. Dan zie ik het maar als iets dat ik niet zomaar kan veranderen, maar waarin ik mezelf wel kan trainen. En wie weet dat ik op een dag wel zonder terugvalmomentjes kan zeggen: ik wil nu mijn gedrag veranderen op dit en dit onderwerp, dus dan doe ik dat bij deze. Hoe gaaf is dat!

Een truc die ik heb geleerd komt uit cognitieve gedragstherapie. Het is het opnieuw verwoorden, het herformuleren. Hierdoor kun je een uitspraak van jezelf, bijvoorbeeld een excuus, opnieuw verwoorden zodat het opeens geen echt probleem meer is. Als ik zeg “Ik ben nou eenmaal verslavingsgevoelig”, zit daar iets passiefs in. Ik kan het accepteren en mijn gedrag niet veranderen. Ik kan ook zeggen: “Het kost mij doorgaans wat minder tijd dan de meeste mensen om verslaafd te raken”. Daar zit al een soort oplossing in. Trouwens ik geloof eigenlijk niet dat ik meer verslavingsgevoelig ben. Dat is me ook ooit maar een beetje verteld, en ik vind het maar niks. Het is negatief en zet niet aan tot actie. Misschien is het zo, misschien niet. Zolang ik daar in blijf geloven, verandert er in ieder geval niets.

Inmiddels verwoord ik bijna alles wat een negatieve bijklank heeft naar iets positiefs. Dus plaats van dat ik zeg: “het lukt me gewoon niet” zeg ik: “wanneer is het de eerste keer dat het me lukt, en lukt het me daarna een tweede keer?” Ingewikkeld bestaat niet. Een groot probleem bestaat altijd uit kleine deelprobleempjes. Hoe eet je een olifant? Hapje voor hapje. Het heeft alleen tijd nodig, de rest gaat vanzelf.

Ik zou zeggen, probeer het eens. Leg zo’n excuus eens een keer onder de loep en bedenk; “ach, ik kan best een keertje proberen om dit en dit anders te doen.” Als je een beetje gewend raakt om je excuses in je hoofd opnieuw te verwoorden van iets negatiefs naar iets neutraals of positiefs, dan merk je héél langzaam dat je na een tijd minder excuses voor jezelf zit te maken. Of, nou ja, bij mij in ieder geval. Dus vanaf nu excuses meer. Hoe raken we van die telefoon verlost? Ik denk maar zo: als ik goed bent in excuses verzinnen, dan kan ik ook wel goeie redenen verzinnen om het wél te doen.

Dit probleem gaan we dus lekker positief benaderen. Stel dat het niet lukt. Ben ik dan zwak als ik mezelf niet weet aan te pakken? Natuurlijk niet! Ik ben ook maar mens. Ik ga mezelf niet lopen afstraffen voor gedrag dat heel gewoon is. Bovendien zijn er nog nooit zo veel mensen verslaafd aan hun mobieltjes als nu. Nee. Ik kom alleen maar minder in beweging als ik mezelf zwak ga noemen, dus laten we die kant niet op gaan. Dit gaat gewoon lukken, al duurt het jaren. Het enige wat ik niet moet doen is op te geven. Alles in kleine stapjes.

Okay, dus ik zit hier nu met m’n verslaafde gedrag. Wat kan er dan nog meer aan de hand zijn?

Elke dag onderzoeken ontwikkelaars bij Facebook naar hoe ze mijn gebruikerservaring nóg beter kunnen maken. Dat doen ze bijvoorbeeld met A/B tests. Geraffineerde plopgeluidjes, rode notificatiebolletjes en emails, alles wordt getest om mij naar Facebook en andere apps net toe te lokken. En dat lukt ze vrij aardig. Blijkbaar is hun definitie van een “betere gebruikerservaring” er eentje waarbij mijn hele levende bestaan op mijn telefoon zit door te brengen. Want hoe meer advertenties ik tegenkom, hoe meer inkomsten Facebook krijgt.

Zou het kunnen zijn dat ik min of meer geconditioneerd ben geworden? Ik hoef alleen al te denken aan Whatsapp, of ik word al onrustig. Misschien heb ik wel een nieuw bericht. Heb jij al een nieuw bericht? Misschien moet je even kijken. Nee, niet doen. Ik voel de neiging om naar m’n telefoon te grijpen. Die ‘neiging’ ontstaat vanzelf, daar hoef ik niets voor te doen, het is geen bewuste keuze. Of dat Whatsapp berichtje belangrijk is dat doet er eigenlijk niet eens toe.

Wat ook niet meehelpt is dat ik iemand ben die me van jongs af aan al slecht kan concentreren. Of in ieder geval is me dat altijd verteld dus heb ik dat maar aangenomen. Ik heb blijkbaar nooit echt de moeite gedaan daar wat aan te doen. Dus laat ik mezelf dan maar lekker afleiden, bijvoorbeeld met de telefoon. Totdat ik echt geen werk meer gedaan kreeg.

Vooruit. Eventjes Whatsapp checken. Maar “eventjes” bestaat niet. Ik weet precies hoe dat gaat. Dan is het hek van de dam. Ik val van de ene automatisme in de andere. Nog even facebook, nog even instagram, snapchat, tinder, enzo. En dan zit ik minstens tien minuten, maar soms wel twee uur lang op m’n telefoon. Waar was ik ook alweer mee bezig? O ja, een artikel schrijven. Zou het kunnen zijn dat dat telefoongebruik mijn concentratievermogen afbreekt?

En ik heb ook wel eens dat ik tijdens een gesprek afdwaal. Dan krijg ik weer de neiging om m’n telefoon te pakken. Maar natuurlijk doe ik dat niet, want dat is onbeleefd. Dus zit ik tijdens dat gesprek te denken: “Nee, ik ga Whatsapp niet checken, concentreer je op het verhaal”. Waardoor ik alsnog het complete verhaal mis, omdat ik mezelf zit af te leiden. Dat kost allemaal maar energie. En het is niet bepaald sociaal tegenover m’n gesprekspartner.

En als een taak even ingewikkeld wordt, bijvoorbeeld met het schrijven van dit artikel, dan voel ik alweer die neiging om naar m’n telefoon te grijpen. Het is als ontwijkend gedrag waardoor m’n productiviteit afneemt.

En dan lijkt het nog alsof vergeetachtigheid en telefoongebruik wat met elkaar te maken hebben. Het lijkt wel alsof ik af en toe even vergeet wat belangrijk is op een dag. Ik weet niet hoe het komt, maar het lijkt alsof dat ‘vergeten’ minder wordt als ik ook minder op m’n telefoon zit. Helemaal duiden kan ik het niet, maar ik voel me toch scherper en minder vergeetachtig.

Ik kan dus door dit mjin telefoongebruik minder lang aan één taak besteden, ik kan slechter focussen, ik ben minder productief en misschien word ik wel vergeetachtig erdoor. Zou dat minder worden als ik m’n telefoon (bijna) niet meer gebruik? Is het dan zinvol om die telefoon maar helemaal weg te doen? Ik vind het ding eigenlijk reuze handig en fijn. Het zorgt voor een beetje ontspanning.

Whatsapp is bijvoorbeeld ideaal om met mensen af te spreken. Lunch, koffie, sport, bandrepetitie. Dat wordt opeens een stuk onhandiger als ik dat niet meer zou hebben. Social media, en met name Whatsapp, is een groot onderdeel van m’n tijdsbesteding op zo’n telefoon. Bovendien is Whatsapp vaak het eerste wat ik doe als ik op m’n telefoon kijk. Daarna volgen de andere apps. Het lijkt me handig om mijn gedrag op Whatsapp eens onder de loep te nemen.

Typische Whatsapp-momenten kunnen zijn: voor het slapen gaan, bij het opstaan, in de trein, tijdens het werk. Elke situatie heeft zo zo’n voordelen en risico’s. Voordat ik ga slapen vind ik het fijn om even in alle rust wat berichtjes te sturen, maar het overkomt me bijna altijd dat ik dan te laat ga slapen. In de trein heb ik tijd zat. Ik kan wat berichten sturen, en aankondigen wanneer ik ergens ben. Ik heb immers toch niet zoveel te doen, toch? Maar ik wou altijd nog dat ene boek lezen. Dus dat kan ik óók doen. Als ik net uit bed kom, ook zo’n typisch moment om meteen de telefoon te pakken. Wie weet wat mensen me allemaal gestuurd hebben toen ik lag te slapen? Maar op een of andere manier zit ik dan, terwijl ik m’n sokken aan het aantrekken ben, terug te appen. Niet bepaald een lekkere start van de dag. Eerst maar eens even douchen en ontbijten. En bloggen. En wat taakjes doen.

Als ik nou eens zou stoppen met Whatsapp te gebruiken. Wat gebeurt er dan eigenlijk? Verlies ik dan m’n vrienden? Nee, mijn vrienden zullen dat wel begrijpen. Vrienden die je alleen op Whatsapp spreekt zijn geen vrienden, vrienden zie je in het echt en spreek je mee af.

Word ik dan saai? Vast niet. Ik vind het juist saai als ik in gezelschap er niet 100% bij ben met m’n hoofd. Wat heb ik nog te vertellen als ik de hele dag alleen maar op m’n telefoon heb zitten staren? Er is dan niks meer wat m’n leven interessant maakt. Ik kan zoveel doen op een dag! Drummen, hardlopen, dansen, tekenen, een boek lezen.

Hoe knoop ik dan een gesprek aan met dat ene meisje? Tja. die zou ik dan toch een keer in het willen ontmoeten. Dan kan ik haar maar beter snel vragen of ze een keer koffie wil drinken. Waarom zou ik alles wat zij me stuurt in tekst gaan interpreteren zoals ik dat wil? Misschien lees ik dan wel veel meer in datgene wat ze me stuurt, dan dat ze bedoelt. Of erger nog: misschien stuurt ze me wel subtiele hints die compleet niet aankomen. Nee, ik kan maar beter zorgen dat ik haar zo snel mogelijk een keer in het echt zie. Dat zag ik met Tinder ook een beetje. Zat ik te lang met iemand te chatten. Bleek ze in het echt toch heel anders. Wat een tijdverdoenerij.

Hmm, ik heb nog niet echt een goede reden voor mezelf gevonden waarom Whatsapp moet blijven gebruiken. Ik zou het wel erg vinden als ik een keer een feestje of uitnodiging mis. Dat zou wel erg zijn. Want mijn doel is uiteindelijk om toch meer échte ontmoetingen te hebben? Het is me welgeteld één keer gebeurd. Een vriend vroeg me of ik zin had in een biertje, maar dat las ik te laat. Inmiddels had hij andere plannen gemaakt. Gelukkig belde hij later op de avond nog eens of ik een uurtje over had. Belde! Toch heb ik me er maar een beetje bij neergelegd dat ik af en toe een afspraak mis. Ach ja. Om daarvoor nou een verslavingspatroon in stand te houden.

Als ik ergens bewust de tijd voor uittrek, dan geniet ik er ook meer van. Als ik dus bewust de tijd neem om even op whatsapp te kijken, bijvoorbeeld een half uurtje, dan is dat anders dan dat ik in m’n achterhoofd zo’n fluisterzacht stemmetje hoor met: je moet nog andere dingen doen, maar nog heel even dit berichtje checken, dat blogje lezen. Ik wil dus bewuster zijn naar mezelf toe, zodat ik herken wanneer ik in die Zombiemodus duik. Sommige mensen noemen dit mindfulness geloof ik, maar ik vind dat maar zweverig.

Hoe maak ik mijn geconditioneerde brein dan in de praktijk ongedaan? Op internet heb ik een paar lijstjes gevonden. Ik heb m’n notificaties uitgezet, niet alleen vanuit de app, die worden door een nieuwe update toch weer overschreven. Maar vanuit het systeem kan ik de apps echt goed stil krijgen. Ik zie nu zelfs niet meer die irritante witte icoontjes linksboven in beeld. Als ik whatsapp wil checken, dan doe ik dat zelf, ik wil niet van die triggers.

Ik lok nieuwe berichten ook wel weer een beetje uit. Als ik zelf een gesprek aan ga op Whatsapp; “Hee, hoe was je dag?” dan krijg ik daar natuurlijk ook reactie op. Door niet meer zomaar een gesprek aan te knopen doe ik de ander ook een gunst.

Facebook verwijderen, dat heb ik wel eens geprobeerd. Maar na een weekje kijk ik dan toch een keer op de mobiele website en een maand later had ik uit ergernis van de beperkingen van de mobiele site maar gewoon weer de app geïnstalleerd. Dat werkt dus niet. Het lijkt erop alsof ik echt zelf mijn eigen gedrag moet aanpassen.

Er zijn zat handige tips en trucs te vinden op internet. Ik denk dat we nog wat verder kunnen graven om te kijken wat we nog meer kunnen doen.

Voordat ik mijn gedrag wil veranderen, moet ik dus eerst weten wat ik precies wil veranderen. Misschien moet ik dan wel een innerlijke dialoog met mezelf aan gaan. Gewoon lekker praten met mezelf op een opbouwende, positieve manier, net als ik bij andere mensen doe.

Maar uiteindelijk komt het hier op neer. Ik wil minder op m’n telefoon kijken, dus ga ik minder op m’n telefoon kijken. Wanneer kijk ik nou eigenlijk het meest op m’n telefoon? Wat ging er aan vooraf? Als ik naar m’n telefoon wil grijpen zeg ik: nee, niet doen. Dat zal niet meteen lukken, en dat is niet erg. Ik blijf er gewoon op letten, net zo lang totdat het gelukt is. Ik ben benieuwd hoe lang dat duurt. Een week? Een maand? Een jaar? Ik denk dat ik het uiteindelijk gewoon op eigen kracht moet doen. Die 1000 hulpmiddelen en apps zijn leuk, maar de oplossing zit ‘m niet altijd in de technologie.

Die 3 uur per dag die ik opeens over heb, waar ga ik die straks aan besteden? Ik ga ook niet stoïcijns voor me uit zitten staren, want dan ben ik binnen de kortste tijd verveeld en dan haal ik die telefoon weer uit m’n broekzak. Dus ik moet iets van een alternatief hebben. Dingen waar ik mezelf mee ontwikkel, of waar ik vrolijk van word lijkt me wel een goeie. Bijvoorbeeld afspreken met vrienden, drummen, tekenen, programmeren, schrijven.

Sinds die 6 weken geleden voel ik dus veel minder de neiging om mijn telefoon te checken. Ik kom nu met gemak dagelijks in de flow met het schrijven. Af en toe voel ik m’n telefoon nog wel zeuren om aandacht. Maar ach. Dat is gewoon m’n brein die aan het afleren is, denk ik dan. Het is nu gemakkelijker om daar mee om te gaan dan in het begin.

Eigenlijk grappig. Ik kom in de flow door te schrijven. Terwijl ik ook in een soort flow kom als ik op m’n telefoon kijk. In beide gevallen vergeet ik de wereld om me heen, en ook een beetje de taken die ik nog moet doen op een dag. Te lang doorgaan met schrijven is dus ook niet handig. Misschien houdt ons brein wel gewoon van in de flow raken.

Hoe vaak Smartphonen op een dag is wijsheid? Mijn broer zei dat hij Whatsapp als zijn email ziet. Ik check twee keer per dag m’n email. Maar dat vind ik voor Whatsapp net iets te weinig. Het is ook een beetje proefondervindelijk ervaren wat een geschikte checkfrequentie is. Ik wil nu eerst iets nuttigs gedaan hebben voordat ik op whatsapp ga. Ik heb een grote, duidelijke to-do lijst, zodat ik mezelf altijd even kan herinneren aan wat ik nog wil doen.

Maar wanneer mag ik ’t dan wél? Ik ben te streng voor mezelf als ik ’t helemaal zou afzweren. Zó erg is het nou ook weer niet. Ik denk dat Whatsapp oké is als het tot echte ontmoetingen leidt. Maar hele chats op whatsapp houden, dat is wil ik niet meer. Dan spreek ik wel af. Ik wil dus een beetje onderscheid gaan tussen wat belangrijk is, en wat alleen maar chats zijn om de chats. De zin van de onzin scheiden. Want natuurlijk is het leuk om even gezellig te chatten, maar in het echt kan je veel duidelijker zijn in je communicatie. Dan heb ik ook weer de tijd om helemaal op te gaan in dat ene boek. Heb ik meteen iets leuks te bespreken als ik iemand weer zie. Ik wil gewoon niet meer dat gevoel hebben dat ik geleefd word. Als ik nou 2, soms 3 keer op een dag m’n Whatsapp check, zodat ik geen afspraken hoef te missen, en dan alleen tussen taken in. Als ik m’n jas aan heb om de deur uit te gaan, bijvoorbeeld.

Ik herken nu die onrust in m’n hoofd als ik per ongeluk toch zit te appen. Ik weet dat er ander dingen gedaan moeten worden, hoewel ik dat niet precies weet. En ik weet dat ik eerst de telefoon moet wegleggen voordat er weer ruimte in m’n hoofd ontstaat om me te herinneren aan die taken. Pas als ik helemaal klaar ben met iets, dan sta ik eventjes Whatsapp toe. In de avonden zal ik voorlopig nog heel voorzichtig moeten zijn. En pas na het tanden poetsen ’s avonds, maar voordat ik in bed lig, check ik nog even staand m’n berichten, en beantwoord ik de meest noodzakelijke. En ’s ochtends pas nadat ik m’n blogje en eerste taak heb gedaan. Ik voel nog vaak genoeg de onrust, maar die herken ik en negeer ik. Er zijn dus afkickverschijnselen, maar die zijn nu, zo’n paar weken na het begin van het experiment, een stuk minder.

Wat een opluchting. Ik voel me verlost van m’n telefoon. Alsof de wereld aan mijn voeten ligt. Opeens heb ik zeeën van tijd om aan leuke, of nuttige dingen te besteden. En die mentale rust! Ik laat ook af en toe m’n telefoon thuis. Of ik vergeet dat ik ‘m heb, zoals die ene keer toen ik de hond uitliet. Ik was trots, omdat ik dus merkte dat het werkt.

Ik ben blij met waar ik nu sta, maar ik ben er nog niet helemaal. Af en toe heb zijn er van die baaldagen, en dat geeft niet. Ik wil nog iets minder m’n Whatsapp checken, maar ik wil ook niet compleet afgesloten zijn van de buitenwereld. Het lijkt erop als of ik steeds beter onderscheid maak in functioneel whatsappen en gezellig whatsappen. Dat laatste dat wil ik dus niet meer, hoe gezellig dat soms ook voelt.

Op een gegeven moment bereik je zo’n punt in je leven waarop je zegt: fuck it. Ik bepaal waar ik mijn tijd aan besteed, niet mijn telefoon. En misschien is het ook wel gewoon de leeftijd, ik ben nu 29. Maar al die ruis, onrust, word je gewoon zat. Ik weet wat ik wil, ik heb controle over mijn tijd. En dat gevoel gun ik iedereen.

Bronnen

Over de 3 uur per dag die volwassenen besteden en goed stuk over smartphoneverslaving van een journalist Wouter van Noort http://www.nrc.nl/next/2015/12/30/vier-uur-per-dag-naar-dat-kleine-schermpje-loeren-1570875

Schrijflog

7 jan 9:52 – 10:23 (30 min) Klaar, totaal 15,8 uur besteed 🙂

6 jan 8:24 – 9:19 (55 min) Stofkam momentje 2, blijven verfijnen. Nog heel ff.. Geduld. Dit wordt prachtig 🙂

5 jan 8:53 – 10:15 (85 min) Alles doorlezen. Stofkam momentje. Dit stuk kan bijna live.

4 jan 10:02 – 11:10 (70 min) Zie eind 4 jan, verder verfijnen. Samenhang. Therefore, but, meanwhile, back at the ranch.

3 jan 10:00 – 12:14 (120 min) Zie eind 3 jan, verder herschrijven ik-vorm.

2 jan 10:45 – 11:34 (50 min) zie 2 jan om verder te herschrijven

1 jan 16:15 – 16:57 (45 min) Volgende keer de ik-vorm beginnen in te bouwen.

31 dec 12:30 – 13:31 (60 min) Structuur is nu zo goed als af. Whatsapp-lijstje inkorten. (nadenken over evt. afbeeldingen)? Psychologische onderbouwing?

30 dec 11:01 – 12:03 (60 min) Volgende keer bezig met: “Wat loop je eigenlijk mis als je geen (of minder) whatsapp checkt?” Geef het een plek in het verhaal.

29 dec 10:28 – 11:22 (55 min) Volgende keer kijken wat ik in de tweede helft van het verhaal precies wil vertellen.

28 dec 9:29 – 10:08 (35 min) Volgende keer dit verhaal even helemaal doorlezen zonder meteen in een zin te duiken, en aantekenen waar het nog beter kan.

27 dec 22:11 – 23:18 (65 min) verder met schrijven. Einde verder oppakken volgende keer.

26 dec 10:00 – 11:42 (100 min) intro en analyse redelijk voor elkaar, probleem groot maken en oplossing aandragen.

25 dec 10:06 – 10:54 (50 min) Structureren, verder schrijven. De intro goed gebruiken als lijn, en laten terugkomen overal.

24 dec 9:31 – 10:39 (70 min) Initiële setup. Volgende keer meteen een lijn in het verhaal. Een intro, een verkenning, een plan.

Domino

Hi ha ho, daar zijn we weer hoor. Lekker verder met een schrijfopdracht. Gisteren was het wel leuk te ontdekken dat je neit per se dialoog nodig hebt om twee karakters tot leven te laten komen. De gegenereerde karaktereigenschappen die als input voor mijn verhaal dienden, waren niet echt inspirerend. Ik denk dat ik er uiteindelijk wel een grappig verhaal uit heb kunnen halen, maar wat meer experimentatie kan geen kwaad. Het is misschien wel leuker om een soort sketch te schrijven.

Parijs, zomer 2015. Een jonge man van 27 is onderweg naar het Louvre, waar hij werkt als beveiliger. Gregory is altijd trots geweest op zijn werk. Hij was nooit de slimste in de klas, maar hij wist dat hij daar niets aan kon doen. Hij was wel altijd de sterkste, en dat was ook wat waard. Elke keer als hij zich dom voelde, dacht hij aan het verhaal wat zijn moeder hem had verteld. Dat hij, net als obélix, in een pot met toverdrank is gevallen en daarom zo sterk is, maar omdat de druiide was uitgeschoten met het fluitekruid, hij als bijwerking had dat zijn intelligentie wat achter liep. Hoewel Gregory dat niet echt geloofde, vond hij het wel een leuk verhaal en werd hij daar blij van. En als hij daar blij van werd, dan was zijn doel behaald.

Parijs, herfst 2015. Yvet en Viviane zijn twee huisgenoten die wonen in het 18e arrondissement, vlak bij Gare du Nord. Yvet heeft bruin, stijl haar, draagt graag gebreide poncho’s en draagt graag een baretje. Viviane heeft rode, krullende haren en draagt vaak groen. Vandaag zijn ze in de stad om voor de vader van Yvet een cadeau te kopen. Yvet is speels, vrolijk, soms een beetje serieus. Toen ze 5 was, scheidden haar ouders. Daarom heeft ze moeite relaties aan te gaan. Yvet is prachtig. Ze heet een perfect maatje 36, en ze hoeft er niets voor te doen. Fokking hell, wat een saaie wijven weer. Dit moet ff wat extremer.

Yvet heeft een dikke wijnvlek in haar gezicht. Verder is ze prachtig, maar dat maakt haar onzeker. Terwijl dat helemaal niet nodig is. Dat beseft ze dan ook wel weer. Ook heeft yvet een extra teen op haar rechtervoet. Zes tenen, dus. Dat is voor haar best onhandig, dus draagt ze graag all-stars. Het modieuze knappe franse meisje met een wijnvlek en 6 tenen. En ze kan niet praten. Okay. ze heeft geen zes tenen, ze kan alleen praten, schilderen, ze is heel creatief. Ze woont in een appartementje met een kat, natuurlijk. Een appartementje op twee hoog van zo’n 40 vierkante meter. Een keukentje, een badkamer. Een theestelletje. Een fiets. Een leuke hippe fiets. Een vintage racefiets. En ze werkt als grafisch ontwerper, zelfstandig. Sexy. Geen wijnvlekken dus. Ze kijkt uit over gare du nord. In haar kamertje hangt vanalles. Alles is lekker opgeruimd, schoon. Ze heeft alles strak ingericht en een wand is van bloemetjesbehang met een boekenplank. Doktersromannen zijn haar guilty pleasure. De kat heet domino. Domino is een echte eigenwijze kat. Hij komt graag knuffelen als Yvet met een kopje thee op haar bank zit opgekruld en een boekje leest. Maar soms is domino ook heel speels, dan pakt hij zijn speeltjes, een grote bal touw en een bal met een belletje, en die gooit hij dan tegen Yvet aan. Domino en yvet zitten nu rustig te lezen op de bank, in het appartement dus, met de avondzon. Het is rustig buiten. In de binnenplaats, waar alle appartementen zich bevinden, speelt een buurman Take Five op zijn saxofoon. Ze wil hem wel eens ontmoeten, die mysterieuze saxofonist. Maar ze weet niet welk appartement het is. In het boek heeft de dokter net zijn assistent verteld dat hij verliefd op haar is, maar zij is getrouwd. Dan zoenen ze. Yvet moet lachen. Zo gaat het altijd met die boekjes. Het is de voorspelbaarheid die ze er zo leuk aan vindt. Misschien moet ze maar eens een lijstje bijhouden met het aantal keer dat die dokters vreemd gaan. Dan gaat de bel.

Ze kijkt naar beneden vanaf haar balkon. Beneden staan twee figuren in bruine jassen. De mannen merken haar op. “Bonjour Mademoiselle, Wij zijn van de politie. We willen graag even met u praten”. Daar gaat haar avondje. Wat nú weer? Dit is al de derde keer deze maand dat ze ongewenst bezoek krijgt. Yvet gaat naar beneden en doet open. “Bonjour. We hebben een arrestatiebevel voor u. U gaat nu mee naar het politiebureau.” Yvet reageert rustig. Ze gebaart de heren voor een kop thee en was al omgedraaid om weer naar boven te lopen. “Mademoiselle, U bent gearresteerd volgens artikel 123 voor moord op een ambtenaar van de wet”. Yvet bleef staan en zuchtte. Ze haatte dit. Nu was ze weer de hele avond bezig. Daar ging haar rustige avondje op de bank. En ze had een lange dag gehad. Waarom kwamen die gasten dan ook zo laat in de avond bij haar huis? Hoe hadden ze haar gevonden? Natuurlijk. Viviane. Ze had vast weer haar mond niet kunnen houden. Zij betaalt morgen de koffie, dat is duidelijk. Yvet draaide zich om en liep op de mannen af. “Mademoisselle, heeft u ons begrepen?” De mannen staan inmiddels in het krappe halletje in de voordeur. De voorste man trekt zijn pistool. “Daar gaan we weer” denkt Yvet. Ze loopt rustig op de heren af en sluit haar hand om de loop van het pistool van de voorste agent, waarop het wapen gloeiend heet wordt. “Sacre bleu! Wat gebeurt hier?” Yvet kijkt de voorste agent diep in de ogen aan. De agent wordt binnen enkele tellen rood. Heel rood. Hij doet zijn pet af. Dan kijkt hij een beetje verdwaasd en valt flauw. Yvet kijkt naar de tweede agent, een knappe jonge man met zwart haar. Op z’n jas staat “Thierry Lafontaine” Jammer, Thierry. Dan kijkt ze ook deze Thierry strak in z’n ogen aan. De agent draait zich snel om en springt in de auto. Het is altijd handig om er eentje te laten gaan, zodat mensen weten waar ze mee te maken hebben.

Uit het schuurtje op de begane grond pakt Yvet een het vloerkleed. Hij lag gelukkig nog bovenop de stapel rotzooi, van vorige keer. Ze loopt terug naar het halletje en met veel gedoe wikkelt ze het lichaam van de vervelende agent in het vloerkleed. Met veel moeite tilt ze het lichaam over haar schouder heen en loopt via de achterdeur naar buiten, waar ze het lichaam in een vuilniscontainer gooit. Dat zal ‘m leren. Morgen is hij wel weer bij kennis. Dat ging sneller dan ze gedacht had. Misschien volgende keer eerst die mannen mee naar achteren nemen, dat scheelt sjouwwerk. Ze werd er steeds handiger in. En nu weer naar boven. Lekker verder lezen voordat ik ga slapen. Ze vulde de waterkoker nog eens bij. Maar waar was domino?

Metagelul

Okay ik beloof bij dit artikel dat het niet META wordt, okay? Dus ik ga niet schrijven over dat ik aan het schrijven ben, Ok? Okay toch wel HAHA

Lalala ik schrijf en ik schrijf en ik typ en ik typ en de woooooooorden vliegen over mijn beeldscherm heen
ik doe het maar gewoon, het is spontaan en het is leuk, van je wiieeeeeeee en je woooeeeeeee en ik lig in een deuk! En het rijmt dus soms ook wel wat is dat toch leuk. Maar het hoeft niet te rijmen dit alles want oeps, soms doe ik het vanzelf floeps!

En soms, dan is er ook de serieuze noot. Over de dood.

En dan gaat het weer van wieeeeeeeeej, hoera! Het is feest! Wat een pret is dit toch. Lekker schrijven over alles en niks. Dus het hoeft niet te rijmen. Wat is het “het” dan? Een ode aan het woord “het”.

“Het”.

De en een zijn jaloers, want “het” is toch wel “hét” woord. Dat zit een beetje in hem.

OH GOD NIET WEER DAT METAGELUL

Sorry, vorige zin, ik kan er niks aan doen. Het zit gewoon in me. IK BESCHOUW DE SHIT UIT ALLES EN DAAR HOORT METAGELUL BIJ.

Poe hee. Wat een vermoeid gedoe. Ik denk dat ik eventjes uitrust. HE he..

En weeeeerr ddooooooorrrrr!!!! We komen op tijd binnen op station Amersfoort! Is dat niet EEENIG???? TJOEKE TJOEKE TUUUUUT!!

Ik ga zo niet vergeten uit te checken. Dat zit in me. dat je het even weet. Ik check die shit yo. WAWAWA GERTJE.

Kees en Frederik

Een vriendin zei ooit eens tegen me dat ik eens fictie zou moeten schrijven. Dat probeer ik dan maar een beetje. Ik weet niet of ze dat tegen me zei omdat ze me leuk vindt, maar dat weet ik ook niet zeker. Afijn. Maakt ook niet uit. Ik ga lekker een stukje fictie schrijven! En om me te helpen had ik al een leuke site gevonden met wat schrijfoefeningen.

Ik genereer 2x drie karaktereigenschappen. Karakter 1 is idealistic, dependable, lively en karakter 2 is decisive, idealistic, cheerful. Kijk. Dat komt mooi uit, ze zijn allebei idealistisch. Daar kan ik wel wat mee. Of niet. We zien wel.

Kees en Frederik zijn twee jongens van 15 en ze hangen in een parkje in hun woonplaats, het dorpje Doorn, twintig minuten rijden onder Utrecht. Kees is een levendige jongen. Hij heeft twee ogen, een neus en een mond. En haar. om precies te zijn krullend haar en een mooie rij tanden. Kees is wel wat onzeker over zijn neus, maar zijn moeder zegt dat dat onzin is. Kees wantrouwt dat altijd een beetje. Misschien dat hij ooit nog wel een neuscorrectie neemt. In de klas wordt hij wel eens uitgemaakt voor Jood. Maar omdat Kees de oudste in de klas is, begrijpt hij dat het ook een beetje aandachtvragerij is.

Frederik is een echte kakker. Hij draagt een dure Canada Goose jas die hij met kerst van z’n ouders heeft gekregen. Ook Frederik heeft haar, neus, tanden, etc. In dit geval zijn zijn haren golvend en bruin. Frederik valt in de smaak bij de meisjes, want hij speelt in de spits van het 1e hockeyteam van DMHC ’70, de Doornse hockey, en zit in de selectie. Hij is er goed in, maar vindt het eigenlijk niet zo heel leuk.

Frederik en Kees zijn twee echte makkers die elkaar al gevonden hebben vanaf dag 1 op het Doorns Lyceum. Wat hun bindt is hun idealisme. In het park staat een speeltuintje. Kees bungelt wat onhandig op de schommel waar hij veel te groot voor is. “Casemeister, zouden we over vijftig jaar in deze tijd van het jaar in korte broek lopen?” vraagt Frederik zich af. Kees mompelt wat. “Ik bedoel, met de opwarming van de aarde enzo. Ik weet dat het niet helemaal pluis is, maar is dat eigenlijk niet super chill?” Kees lacht. “Kan je die dure jas van je wel weggeven. Maar je hebt gelijk. Het is dan vast een stuk warmer. We zijn nu jong, daar kunnen we wat aan doen. Wordt dat ons masterplan?”. “Daar kun je wel een hoop mensen blij mee maken. Maar ik weet niet of je er per se heel rijk mee wordt.” Kees had dit altijd een beetje een non-argument gevonden. Frederik was hartstikke materialistisch, dat was hem met de paplepel ingegoten. Maar hij was ook wel betrokken bij dingen die hij belangrijk vond. Daar had Kees altijd wel bewondering voor. Kees had niet zo’n zin om een lange discussie met hem aan te gaan over dit onderwerp, hij vond het maar saai. Frederik vond het ook maar saai. Ze stonden allebei niet echt stil bij het idee dat ze wel eens een onderdeel konden zijn van een schrijfoefening. Dat zou hun hele bestaan nogal op losse schroeven zetten. Frederik voelde zich niet zo lekker.

“Voel je dat ook?” Zei Frederik. “Wat bedoel je?” Zei Kees. “Ik kreeg een heel vreemde rilling langs mijn rug, en een soort lichtflits. Ik voelde me even heel leeg.” Kees bevroor. Hij stapte van de schommel en liep naar Frederik toe. “Volgens mij weet ik wat je bedoelt. Alsof je je een stripfiguur voelt in een verhaal.” “Precies!” Riep Frederik. “Ik word niet goed geloof ik.” Langzaam kwamen de jongens erachter dat er iets aan de hand was. Er leek iets aan de hand te zijn met dit verhaal. Alsof elke keer een vierde wand werd doorbroken. En het besef dat ze elk moment iets zouden kunnen overkomen doordat hun lot was overgelaten aan de grillen van degene die het verhaal bepaalt “Nou voel ik het weer! Dit is niet goed, dit. is. niet. goed. man.” Kees en Frederik raakten in paniek. Wat konden ze doen? Ze waren gevangen in een verhaal. En ze waren misschien wel idealistisch en vrolijk, daar heb je feitelijk niks aan als je niet echt bestaat. Kees en Frederik liepen in paniek rondjes te rennen rondom het speeltuintje. Dat hielp niet echt, dus renden ze van het speeltuintje het park uit, de drukke weg over (zonder te kijken) en langs het fietspad richting hun huis (ze woonden in de buurt). Maar tijdens het rennen merkten ze dat ze niet vooruit kwamen. Het had geen zin, ze waren gevangen in het verhaal. Dus stonden ze maar stil. “Ik ben kapot” zeiden ze op exact hetzelfde moment tegen elkaar. Ze keken elkaar aan. Dat was raar. Alsof ze totaal geen controle meer hadden over hun eigen acties. Plots begonnen ze weer met rennen, terug de weg over, Frederik raakte bijna een oranje bestelbusje, terug naar het parkje, en naar het speeltuintje. “Help! Dit is niet grappig meer! Wat gebeurt hier!” Riep Kees, terwijl hij probeerde zijn eigen wil te zoeken en te stoppen met rennen. Dat lukte hem niet. Toen de jongens aan waren gekomen bij het speeltuintje konden ze even uitrusten. Kees keek Frederik aan. Zou het dan echt…? “Zijn we slechts een schrijfoefening?” vroeg Frederik maar in het luchtledige. Er kwam geen antwoord. Kees begon rondjes te rennen rond het speeltuintje. Frederik ging op z’n kop staan. Tijdens dat Kees rondjes rende riep hij: “FLIERE FLARE FLOEP, IK RUIK EEN BEETJE POEP”. Frederik moest lachen. Frederik moet HEEL HARD LACHEN. Frederik moest zo hard lachen dat hij alle vogels in het bos wegjoeg. “HAHAHAHAHA”. Maar hij bleef maar lachen. “HAHAHAHAHAH” Totdat hij het niet meer leuk vond. Hij had geen controle meer over zijn acties. Hij lachte zo hard dat hij moest kotsen. Het kwam uit zijn neus, en uit z’n oren ook. Dat was wel een beetje raar. Arme Frederik. Opeens hield zijn gelach op. He he, even uitrusten. Terwijl Kees nog steeds rondjes rende rondom de speeltuin (hij had bijna geen adem meer over). Zat Frederik verbaasd te kijken naar Kees. Wat gebeurt hier in godsnaam? Frederik riep tegen Kees: “Hee Kees, stop gewoon man!” Dus Kees stopte gewoon. Dat wilde hij zelf. Dacht ‘ie. Hehe. Kees en Frederik zaten in het zand van het speeltuintje uit te puffen. Ze waren er stil van. “Alsof je geen eigen wil hebt, dat had jij ook toch?” Zei Kees. Frederik zweeg. Wat een dag. Voor Frederik en Kees was het nu duidelijk. Ze bestonden niet en ze waren onderdeel geworden van een tekstschrijfoefening. Als dat maar goed ging.

Toen de jongens waren uitgerust begonnen ze weer met rennen. Ze renden weer het parkje uit, richting huis. Waarom ze dat deden wisten ze zelf ook niet, maar ze hadden zich er maar bij neergelegd. Hoezo vrije wil? Maar toen gebeurde er iets vreemds. Elke keer als ze het parkje uitrenden, leek het alsof ze weer een beetje controle terug kregen over hun eigen acties. Alsof iemand had beslist dat ze hun lot in hun eigen hand hadden. Ze konden weer rustig stilstaan. En even uitpuffen. Maar niets is wat het lijkt. Helaas zijn ze nog steed onderdeel van een schrijfoefening. En de schrijver had er eigenlijk niet zoveel zin meer in. In de verte hoorden ze een zoemend geluid. Bijen! De jongens zetten het op een lopen. Langs de weg. Ze werden achterna gezeten door de grootste bijenkolonie die ze ooit hadden gezien. Waar ze vandaan kwamen? Geen idee. Maar ze waren er, ze waren groot en ze werden ingehaald. Prik, prik prik. Au Au au! Arme Frederik en Kees. En zo zijn we aan het eind gekomen van onze twee helden. Twee jongens, gevangen in een verhaal. Ze konden er niets aan doen, overgeleverd aan de grillen van de schrijver, die ze genadeloos ten onder liet gaan. Dood door bijensteek. Een gemakzuchtige, ongewone dood. Maar ze werden niet gemist. Ze bestonden immers niet. Of wel?

Nooit meer nieuws lezen

Ik houd niet van nieuws. Is het erg als ik geen nieuws meer kijk? Nee, natuurlijk niet. Het belangrijkste nieuws dat hoor je wel via vrienden. Ik word alleen maar ongelukkig van het nieuws. En daar is alles mee gezegd, toch?

Wat zijn de voordelen?

Nieuws laat alleen zien wat afwijkt van wat normaal is. Niet van wat gewoon is. Wat is gewoon?

Nee. Ik heb geen zin meer om je mijn mening te geven. Wat maakt mij het nou uit wat je van mijn mening vindt? Je kunt ook prima zelf een mening vormen. Misschien houd je wel van nieuws. Misschien vermaak je je er mee, en dat mag. Ik vind dat allemaal prima. Het is niet dat ik me beter voel dan jij als ik opeens supertrots loop te verkondigen wat voor een spectaculair leven je leidt als je geen nieuws meer volgt.

Wat motiveert mij nou om zo’n onderwerp te verkennen? Goed, met zo’n houding kan ik wel helemaal stoppen met dit blog. Ik moet eerlijk zeggen, ik zit ook best een beetje vast. Maar dat zag ik ook wel weer aankomen. Dus gewoon, hoofd koel houden en morgen maar weer eens kijken waar we het nog meer over kunnen gaan hebben. Misschien een keertje een tutorial schrijven ofzo. Of iets met wat meer multimedia doen. Iets met video?

Waarom wil ik zo graag de wereld vertellen over wat ik vind? Dat kan ieder voor zich toch ook lekker googelen? Misschien omdat ik nog jong ben. “Dit is mijn opvatting over X, dus luister naar mij, en laat mij je overhalen want dan is alles beter (?)”. Ach ja.

Ik heb af en toe wel eens dat iemand me vertelt: Bram, ik heb naar je advies geluisterd, ik heb zus en zo gedaan. Dat vind ik dan best een mooi compliment. Daarmee zeg je eigenlijk: Ik vertrouw je inzicht, en ik ben het met je eens. Heel mooi is dat, en leuk. Ik merk dat dat dan meestal komt vanuit mensen die dicht bij me staan, vrienden, vriendinnen. Die ken je goed, en die vertrouw je. Voor de rest is het maar ingewikkeld om iemands mening te veranderen. Moet je eigenlijk helemaal niet willen. Want dan? Dan zijn er nog 100.000 anderen die je kunt proberen over te halen.

Maar waar moet je het dan over hebben in zo’n blog. Pff. Simpele ervaringen vastleggen misschien. Hoe het is om een jongen te zijn, hoe het is om te leven. Hoe het is om een kopje koffie te drinken. Hihi.

Flups, een bonusblog.

BESTE LEZER. DIT IS EEN DISCLAIMER. IK HEB MET MEZELF AFGESPROKEN AL MIJN CREATIEVE UITINGEN ONLINE TE ZETTEN. DIT IS EEN 1-OP-1 DUMP UIT M’N BREIN. IK DENK DAT HET INTERESSANT KAN ZIJN OM ER EEN KIJKJE IN TE NEMEN. MAAR OP EEN GEGEVEN MOMENT NEEMT HET EEN WAT DUISTERE AFSLAG. DAAR BIED IK MIJN EXCUSES VOOR AAN. IK BEN DOORGAANS EEN LIEVE JONGEN. VEEL LEESPLEZIER.

Typerdetiep. Het verhaal van pixar vond ik interessant. Dat je met een groep of 20 man in een hutje in het bos met z’n allen gaat brainstormen. Heel eerlijk tegen elkaar zijn. Er wordt gepraat over dingen als emotionele boog in een verhaal. En over als een verhaal vast zit, hoe dat dan wordt opgelost. Wat ik ervaarde tijdens het lezen van het boek, was een soort verademing. Een bedrijf waarbij men zo eerlijk tegen elkaar kan zijn, alles met als doel een mooi project opleveren. En het leren falen. Het is een boek dat heel erg past bij de levensfase waarin ik nu zit. Mijn 29-jarige ik, die op een bepaalde manier tot rust is gekomen, maar ook graag projecten samen wilt doen met mensen, omdat je daardoor tot een mooi resultaat komt. Samen iets fantastisch moois neerzetten. Dat kan je gewoonweg niet in je eentje. En nu zit ik in een soort situatie waar ik al vaker in heb gezeten: VR, wel of niet. Het is een enorm risico, denk ik dan. Maar is dat wel zo? Ik doe het er toch gewoon naast? Ben ik bang dat ik straks teveel tijd aan VR besteed? Ik wil anders gewoon een regelmatig leven leiden, en dan m’n hele dag volplannen. Of in ieder geval proberen de taken te doen op die dag. En verder ga ik een beetje waar de wind me naartoe blaast. Dus het is ook wel lekker om ook die technische kant wat meer aan te sporen. Dus mijn leven bestaat nu uit Lindy hop, Drummen, Bloggen, en m’n onderneming. En toch voelt het alsof de onderneming hetgene is waar ik al mijn tijd aaan moet besteden. En dat is raar. Ik geniet zo van al die leuke dingen. Dan denk ik: pleeg ik geen roofbouw op m’n toekomst? Ik ontwikkel mezelf alle kanten op, maar waar verdien ik uiteindelijk mijn geld mee? Dat geld verdienen, dat lukt nog niet echt. Maar dat wil ik wel graag. Niet per se op een conventionele manier. Ik ben immers ondernemer. Maar ik wil iets bedenken, iets waar de markt op zit te wachten. En ik zou niet weten hoe. Ik voel me niet genoeg een commercieel zwaargewicht om iets tofs neer te zetten. Het maakt ook eigenlijk niet zo heel veel uit WAT het is waarmee ik uiteindelijk wil doorbreken. Wil ik doorbreken? Ja, ik wil wel mijn stempel op de wereld achterlaten, wie niet? Maar het is ook wel erg comfortabel nu. Ik heb m’n computertje, ik heb m’n blogje, ik heb een gelukkig leven. Ik voel me gelukkig, maar toch mist er iets. Ik mis denk ik een project waar ik lekker aan kan bouwen. Ik blog nu. Moet ik dat blog stoppen, zodat ik meer tijd over houd om te besteden aan andere dingen? Ik bedoel: het is wel heel gemakkelijk nu dat bloggen. Ik kom lekker in de flow, zoals nu. Beetje reflecteren op mezelf. Niets aan het handje. En vervolgens is het een uur verder. Een uur dat ik ook nuttiger had kunnen besteden. Maar in ieder geval is het al nuttiger dan het te besteden aan social media en die flauwekul. Kijk eens al die mensen ’s avonds op hun telefoons kijken. Tuurlijk. Gezellig doen is ook belangrijk. We hebben allemaal dat sociale nodig. Maar ik wil ook ergens naartoe bouwen. Bouwen bouwen bouwen. Misschien wat meer verdiepen in ondernemingen. Op een bepaalde manier verdiep ik me dus al in ondernemingen, door dat boek van Pixar. Zucht. Wat is het soms toch vermoeiend om niet echt een doel te hebben. De focus, die komt nu in ieder geval een beetje. En daar ben ik extreem blij mee. Maar daar word ik ook weer wat minder gezellig door. Tja. Het blijft allemaal een beetje balanceren. Man, wat zou ik graag bij Pixar willen werken. Maar dan vooral vanwege Pixar Braintrust. Dat kan ik natuurlijk zelf ook opzetten. Maar dat is wel spannend. Maar wel te doen. Fouten maken dan maar. Lekker een groepje mensen bij elkaar en iets creatiefs neerzetten.

Even wat anders. Wat was het leuk om vandaag even door Innsbruck te lopen. Wat een mooie stad. Ik raak dan helemaal geinspireerd. Het maakt me niet zo heel veel uit als ik al die trekpleisters mis. Het centrum, met al die winkeltjes en marktjes is leuk. Maar ik heb nog niet het gevoel dat Innsbruck echt mijn stad is. Er komen niet per sé inspirerende mensen vandaan. Geen bekende componisten, voor zover ik weet. Die komen dan allemaal uit Wenen of Salzburg. Maar het is geen verkeerde stad. Innsbruck is een beetje het Zwolle van Oostenrijk, gok ik. Zo’n stad die dan op een belangrijke handelsroute ligt, waar mensen komen en gaan. Een hotel die er prat op gaat dat Wolfgang Amadeus Mozart er een keertje gelogeerd heeft. Een Swarovski experience winkel. Mozartkugeln. Nu afgeprijsd voor duur in de toeristenwinkeltjes, maar in bulk te verkrijgen in de lokale spar. Spar, volgens mij staat dat voor “Sparen”, of “Bespaar”, ofzo. En ik loop in gedachte weer verder door de lange straten met gesloten winkels in Innsbruck. Zondag is alles dicht. Volgens mij wordt morgen leuker.

Mag ik je voorstellen aan Johan? Johan is een 43-jarige architect. Hij is getrouwd en heeft twee kinderen. Johan is een eenvoudige architect. Niet zo’n omhooggevallen, coltrui- en flinterdunnebrilmontuurdragende flapdrollen zoals zijn collega’s vaak zijn. Johan woont in een appartement in Amsterdam Zuid. Hij doet het zeker niet slecht voor een Architect. Maar hij heeft zijn succes niet behaald door het neerzetten van supersonische wolkenkrabbers. Hij ontwerpt liever functionele, prettige woningen voor jonge gezinnen. Johan heeft zijn hele leven gevoetbald. Elke zondag speelt hij met zijn team competitie bij de lokale voetbalvereniging. Hij is niet zo actief. Dat was hij vroeger wel. Maar zijn gezin is niet heel erg van het voetbal. Johan is een toegewijde man maar na jaren van desinteresse van zijn gezin neemt ook zijn inzet daardoor wat af. Dat, en het auto-ongeluk dat hij in 2006 heeft opgelopen maakt dat hij wat eerder moe is. Verder Johan een prettige vent om mee in gezelschap te zijn. Hij is aan de kleine kant, draagt graag een overhemdje en een trui daaroverheen, zodat hij z’n overhemd niet hoeft te strijken. Daaronder vaak een goede jeans en schoenen die hij op maat laat maken in italië. Daar is hij heel nuchter over; hij vindt goede schoenen belangrijk. Verder is hij helemaal niet omhooggevallen. Wat wil Johan verder nog uit het leven halen? Niet heel veel. Hij is vrij gelukkig met hoe hij is. Wat een saaie bal gehakt, die Johan eigenlijk. Misschien moeten we eens kijken of we iemand anders kunnen verzinnen.

Ik heb hier Claire. Claire werkt als secretaresse bij het hoofdkantoor van een groot modeconcern in Rotterdam. Ze is een lange tante, 1.81m. En heeft een prachtig uiterlijk. Ze heeft lange, blonde haren en draagt graag zwart. Dat wordt ook van haar verwacht. In haar vrije tijd gaat ze graag een rondje lopen. Ongeveer 3 keer per week loopt ze een een uur hard rond de kralingse plas. Op vrijdagavond ploft ze op de bank neer in haar appartementje en gaat ze de voice zitten kijken. Claire heeft magische krachten. Ze kan iedereen afluisteren die ze wil. Dat was vroeger nog wel een probleem, toen had ze die krachten nog niet goed onder controle, zoals zoveel superhelden dat hadden. Maar rond een jaar of 10 kon ze dat wel. Dat maakte haar in haar puberteit heel onzeker. Want ze ontdekte dat mensen over haar roddelden. En dat trok ze zich enorm aan. Maar Later begreep ze dat ze daar niet meer naar hoefde te luisteren, omdat er over iedereen werd geroddeld. Het is wel gaaf, als je alles en iedereen kan horen. Ze kan ook buitenlanders afluisterren. die kan ze gewoon verstaan in haar eigen taal. Het is daarom eigenlijk een beetje gek dat ze niet politica is geworden, of bij de VN werkt als tolk. Maar zodra ze haar echte oren gebruikt, dan kan ze opeens buitenlandse taal niet meer verstaan. Claire is al wat interessanter, als personage. Maar ze is nog wel een beetje een saaie muts die dan maar op de bank de voice gaat kijken.

Dan heb ik hier nog Otto. Otto is een jongetje van 8 die op een boerderij in het dorpje flups woont. Otto heeft geen magische krachten, maar is wel een heel bijzonder jongetje. Otto heeft namelijk een bijzondere wens. Otto wil later, als hij groot wordt, dictator worden. De mensen in het dorp flups nemen Otto niet heel erg serieus, want ja. Wat is dat nou voor een wens. Waarom wil hij dictator worden? Dan ga je toch ook niet een gelukkig leven tegemoet? Otto heeft een volwassen besef. Hij heeft al vroeg geleerd wat de dood is, en daar heeft hij een stelling over ingenomen. Hij heeft besloten niet bang te zijn voor de dood. Hij wil graag dictator worden, want dat is zijn enige logische pad. Dat is hem van tevoren ingefluisterd door de Stille Kracht, een niet-tastbare entiteit die hij perongeluk is tegengekomen in het bos vlakbij de boerderij. Dat zit zo: sinds een tijdje mag Otto alleen het bos in. Otto heeft niet veel vrienden. Otto woont bij zijn opa en oma in het bos. Hij begreep nooit wat “ouders” waren. Op een herfstige dag in oktober trok hij het bos in, waar hij alleen kon zijn. In het bos kwam hij wel eens entiteiten tegen: die gaf hij dan namen. Azareus en Ueda waren twee van deze entiteiten. Het zijn onzichtbare krachten. Hij zag ze af en toe, als een schim in de bomen. De entiteiten geven hem instructies. Hij vond ze aardig, ze leken geen vlieg kwaad te doen. De entiteiten hadden geen doel; ze waren daar nou eenmaal. Otto voelde ze. Op een dag fluisterde Ueda Otto in: Jij bent het. Wij helpen je. Otto voelde zich veilig. Hij keek naar boven; het was al laat. Otto stond stil en liet de dood om hem heen grijpen, zoals hij vaker deed. Bomen verbleekten en alle vogels vielen recht naar beneden in de grijs geworden bladeren, in een staal van 4 passen gebeurde dit. Otto klikte zijn kaken een beetje. Hij voelde zich thuis. De Entiteiten hadden hem vandaag goed voorbereid op de Gebeurtenis.

Tja tja tja. bladiebla, koeienvla. hopjesvla. Moeimoeimoei ratel reutel fladieda. Zit je vast? ZITJ EVA ASTE? DE GODVERGETEN TERROR VAN ELLENDE. HET BREIN IS KNEEDBAAR HIJ IS HET KWAAD HEIL SATAN EN WAT NEIT AL. Hehe.

Heil satan, en wat niet al. Want het leven is al zo kort. Geef me een koekje, ik stuur er 10 op je af. Wie? 10 logische bijtjes van honing en gort. Parelgort om precies te zijn. We zijn duister, we zijn levend we zijn licht. Het maakt niet uit. De sokken zitten op voeten, de scheetjes mogen gelaten worden. Ik ben spontaan. Ben jij het ook ? Lees maar door. We zijn nog wel even bezig hoor. Een treintje. Een paprika. Een ei. Een reep chocola. De bajes, een vriend. Regels. Gedichten. Muziek, Poezie. Pak het beet. Pak me dan. Dobbelsteen. Bordspel. Gnoom. Warmte, en gezelligheid. Ik ga alle kanten op. Kun jij dat ook? Ken je dat? Wat denk jij er van? Vind je dat ook? Is er leven na de dood? Is er dood na het leven? Sta je daar wolkjes te blazen, in de koude winter. Het is donker. Maar in de duisternis is er licht. Er is altijd licht, komop man. Eventjes terug naar af. Ga niet langs start. Want je weet net zo goed als ik dat het leven geen spelletje is. Sta op, en loop. Geef elkaar een dikke knuffel en snijd me nog een plakje van dat goddelijke brood af. Zo knisperig, zo fijn. Met een beetje nutella erop. Of lust je dat soms niet? Heb je soms geen honger? heb je al gegeten dan? Doe er maar wat moeite voor. Doe er maar wat moeite voor. Want van moeite word je moe. De levenslust die je toekomt is gepast. Levenslust? Springen we toch gewoon een eindje de lucht in? Of van de brug. Of van de trein. Waar gaat het heen? Is er een doel? Er is geen doel dus ik ga door. De willekeur houdt me gevangen. Totdat het opeens weer serieus wordt en er een verhaaltje verteld moet worden over een of andere aap in een speelgoedwinkel. Die aap loopt dan met alle speelgoedjes te spelen, tot ongenoegen van de eigenaar. Die aap, zijn naam is leo, smijt ook wel eens met poep en we gaan weer door, want het is weer een weertje he! De logica, als een kraantje opendraaien. Eerst ging het ergens over en nu gaat het nergens meer over! Grappig is dat, dat dat gewoon kan als mens. Als mens. Als mens. Als mens. Ik ben geen mens, ik ben een paar handen met vingers die maar gewoon wat typt in het wilde weg. Dat wilde weggetje is de perfecte weg. Neem de wilde weg. Ik neem hem in ieder geval. Pak m’n hand, ga met me mee. Daar is het veel leuker, dan die andere weg. Oja? Niet waar! Het leven is veel leuker als je het veilige pad neemt. Lekker veilig veilig. Gewoon, op de fiets. Het veilige fietspad des levens. Pas op, wat zien we daar? Het is meneer carriere, die heeft het op je gemunt om je levenslust uit je te zuigen. Met een rietje!

Versterker

Een jaar geleden kocht ik een tweedehands versterker. Ik luister niet vaak muziek. Soms zet ik ‘m aan voor de ruis. Anders is het te stil. Ruis is er altijd, kun je niet uitzetten. Eigenlijk luister ik best vaak muziek. Maar ik hou ervan om zelf muziek te maken. Drums. Als je me vraagt naar welke muziek ik graag luister dan voel ik me betrapt. Ik houd namelijk ongelooflijk veel van muziek. Gisterenochtend kreeg ik spontaan zin in Ennio Morricone. Ik kreeg er tranen van in m’n ogen. Om 10 uur ’s ochtends. Maar ik weet nooit goed antwoord op de vraag. Vraag het me gewoon niet. “Van alles” is geen bevredigend antwoord. Iemand vraagt om je muziekstijl om te horen wat hij wil. Het is altijd een van de volgende antwoorden: ” Ja, gaaf hé, ken je dat ene album ook? ” Of: “Nee? Moet je eens luisteren, want blablabla”. Dus in de praktijk heb je er niks aan, die vraag. Nee wacht, dat is niet fair naar de ander toe. Als iemand je muzieksmaak vraagt, is dat juist leuk. Het antwoord is altijd genuanceerd. “Ik hou van zo veel, ik zou het echt niet kunnen opnoemen”. Je bent wat je luistert, daar geloof ik niet in. We hebben muziek, en die muziek hebben we voor ons zelf. Vroeger had je geen privé muziekspeler. Toen moest je het maar doen met de liedjes van de Bard, rondom een kampvuur. Daar kunnen we ons nu niets bij voorstellen maar dat was toen heel gewoon. Het zal een heel bijzonder moment zijn geweest, de langspeelplaat. Vooral toen men muziek voor zichzelf kon gaan spelen. Muziek was altijd weggelegd voor de rijkeren. Hmmm Muziek. Ik houd er steeds meer van. Hpe een liedje in je hoofd kan blijven steken.