Gummi

Gummiberen, daar kan je pas echt mee lachen. Ze zijn op de eerste plaats lekker, daarnaast voelen ze goed tussen je tanden, bijvoorbeeld als je iets tussen je kiezen hebt, dan nemen ze af en toe restjes eten mee. Een gummibeer heeft een leuke naam. Gummi, alsof je een gummetje hebt. En een beer. Beren zijn leuk. Ik had al eens eerder een verhaal over een beer geschreven. Dat was een van mijn succesverhalen. Doe ik het dan om het succes? Om de glitter en de glamour? Nee, tuurlijk niet. Toch? Nou.. In ieder geval.. Waar had ik het ook alweer over. Beren, gummiberen, hm. VReemd. VRRREEEMD. Gummiknuppel. Ook zo’n leuk woord. Alsof je een knuppel hebt van snoep. Maar eigenlijk is het een heel vervelend ding. Een zwart rubberen staaf waar je mensen onwijs pijn mee kan doen. Symbool voor fascistische staten met politiekrachten en/of knokploegen die maar een beetje erop los slaan. Nee, in mijn land, BRAMLAND, zijn gummiknuppels gewoon knuppels, maar dan van snoep gemaakt! En gummiberen komen dus zomaar uit de lucht vallen. Want die worden afgevuurd met gummikatapulten. Als je in BRAMLAND namelijk iets fouts hebt gedaan, dan word je afgevuurd. Dat is eigenlijk een heel sympathieke straf. Zo zijn gummiberen. Maar er moet toch een maatregel zijn. Gummiberen zijn namelijk TRAAG. Een gummibeer loopt ongeveer 3 kilometer in een uur. Dat heeft onder andere te maken met een slechte motoriek en korte armpjes en beentjes.

Daar hebben gummiberen wel wat op gevonden, ze rijden rond in de allerschattigste elektrische wagentjes, elektrische vliegtuigjes en bootjes. (de rivieren in BRAMLAND zijn gemaakt van siroop, maar dat is een verhaal voor later). Als een gummibeer iets ergs heeft gedaan, bijvoorbeeld moord. Dan wordt hij door een blauw politiegummibeertje opgepakt en in een elektrisch politieautootje gestopt en naar een katapult gebracht. De katapult vuurt zo’n gummibeertje dan, hup, een heel stuk buiten de stad, en kost het zo’n beertje al gauw een jaar om weer terug te komen in zijn stad. Gummibeertjes hebben veel minder strikte scheiding tussen ziel en lichaam. Daarom is moord een relatief luchtig vergrijp.

Zodra een gummibeertje een ander gummibeertje doodsteekt of beter gezegd opeet, dat is eigenlijk doodsoorzaak nummer één in BRAMLAND, dan verplaatst de ziel van het gummibeerdje zich in een nieuw gummiberenlichaam. Gummibeertjes zijn daarom ook veel minder met uiterlijk bezig. De ene dag is een gummibeertje groen, de andere dag is hij geel omdat hij de avond ervoor tijdens het stappen was vermoord. De moordenaar is inmiddels ergens ver buiten de stad gekatapulteert, en de ziel van het groene gummibeertje is vervlogen en heeft zich in een nieuw gummiberenlichaampje genesteld. De rivier waarop gummiberen de stad doorvaaren was gemaakt van siroop. De ziel van een gummibeertje reist als het ware met de rivier mee en eindigd in 99% van de gevallen in de machines van de gummibeerfabriek. Daar krijgt hij een nieuwe kleur aangewezen en -afhankelijk van de matrijs- ook een ander lichaampje. Er zijn een paar varianten. Dan zet de gummibeer een foto van zichzelf op instaBRAM en dan weet iedereen dat de groene beer vervolgens geel door zijn korte leventje doorgaat.

Als het dan zo eenvoudig is om een nieuw lichaampje te krijgen? Waarom dan een jaar lang uit de stad gekatapulteerd worden voor zo’n vergrijp? Nou, dat heeft te maken met die 99%. Er gaat namelijk wel eens wat mis. Zoals elke fabriek heeft ook deze fabriek wat we noemen “verlies”. Het is onvermijdelijk als je bijvoorbeeld een toevoerkanaal maakt dat alle siroop uit de rivier opvangt. Zo’n toevoerkanaal heeft zo zo’n scherpe randjes, ongedefinieerde hoekjes en gaatjes waar het een en ander in verstopt raakt. Dat betekent de “dood” van een gummibeerziel. En tja. Als een gummibeerziel dood gaat, dan eindigt hij in de echte wereld. Als de ziel van een echt persoon. In de echte wereld heb je mensen die zielen van gummibeertjes bevatten. We noemen ze de Creatieven. Creatieven hebben zware levens, en zijn in het algemeen uit balans. Dus daar heb je ’t. Een creatief persoon is een gereincarneerde gummibeer die ergens gaandeweg perongeluk in de kiertjes van een gummibeerfabriek in BRAMLAND terecht is gekomen. Dat je ’t ff weet.

Dirkje klapte tegen een lantaarnpaal

Geef mij een rijtje van 5 gouden tandjes en ik tover je de wereld. Dat is wat mijn collega bij het kopieerapparaat niet tegen me zei. Sterker nog, hij nodigde me uit voor een feestje. Of ik het leuk vond om, samen met een handjevol andere collega’s en hier en daar wat aanhang zijn verjaardig wilde vieren. Tuurlijk. Het is niet alsof ik wat beters te doen heb op vrijdagavond. We verlengen de vrijdagmiddagborrel wel. En rijden we met z’n allemaal aangeschoten naar zijn huis. Wie het eerste aankomt, dat is dan wel spannend. Brokken maken is pizza’s betalen, vaste regel bij elke verjaardag. De Bob? Een vergeten concept van een een eenvoudigere tijd van voor de dotcombubbel. Vroem! En als we welig tierend met een puntige flap pizza in onze achterkiezen de avond benaderen zullen we elkaar op de schouder kloppen. De collega’s, de aanhang en kleine dirk, die was blijven hangen aan een lantaarnpaal. We sturen hem de pizzarekening wel via whatsapp. Van de doos was weinig meer over. Spiegeltjes schijnen in m’n ogen, het is na middernacht en het lokale buurthuis ademt het volk naarbinnen. Of we allemaal een stoel willen pakken om te kijken wat er temidden de dansvloer gebeurt. Niet veel, kan ik je vertellen. Een anderhalve man zoent met een paardekop en dat is het wel. En terwijl de zon opkomt vraag ik me af waar de rest van de nacht gebleven was. De collega’s, één voor één achtergebleven in een lantaarnpaal dan wel een met chlamydia besmette paardenkop maar zo bedoelde ik het niet. Wel een beetje respectvol blijven, dat is wat we tegenwoordig willen, met z’n allen. Fietslichtcontrole? Nu geen risico. Het dekbed trek ik over me heen, en ik word wakker naar de dag die gaat komen. Hoera weekend. Vishengels, rally kijken. Dat ene dingetje met die decoupeerzaag en een pakkie melk. Vraag mij niet hoe ik het elke keer weer voor elkaar krijg maar het geeft me gewoon die energie, die ‘vibe’ als ik denk aan de nacht van zaterdag op zondag. kauwen. Kijken. voelen. drinken. Gaap. Is het al zondag? Ik sta op een pallet, koffie in m’n klauwen. Niet 3, maar twee rake klappen van de windmolen hebben me de das om gedaan. Dit is grijs, zo. uitzitten. Maandag. Ja ja.