Domino

Hi ha ho, daar zijn we weer hoor. Lekker verder met een schrijfopdracht. Gisteren was het wel leuk te ontdekken dat je neit per se dialoog nodig hebt om twee karakters tot leven te laten komen. De gegenereerde karaktereigenschappen die als input voor mijn verhaal dienden, waren niet echt inspirerend. Ik denk dat ik er uiteindelijk wel een grappig verhaal uit heb kunnen halen, maar wat meer experimentatie kan geen kwaad. Het is misschien wel leuker om een soort sketch te schrijven.

Parijs, zomer 2015. Een jonge man van 27 is onderweg naar het Louvre, waar hij werkt als beveiliger. Gregory is altijd trots geweest op zijn werk. Hij was nooit de slimste in de klas, maar hij wist dat hij daar niets aan kon doen. Hij was wel altijd de sterkste, en dat was ook wat waard. Elke keer als hij zich dom voelde, dacht hij aan het verhaal wat zijn moeder hem had verteld. Dat hij, net als obélix, in een pot met toverdrank is gevallen en daarom zo sterk is, maar omdat de druiide was uitgeschoten met het fluitekruid, hij als bijwerking had dat zijn intelligentie wat achter liep. Hoewel Gregory dat niet echt geloofde, vond hij het wel een leuk verhaal en werd hij daar blij van. En als hij daar blij van werd, dan was zijn doel behaald.

Parijs, herfst 2015. Yvet en Viviane zijn twee huisgenoten die wonen in het 18e arrondissement, vlak bij Gare du Nord. Yvet heeft bruin, stijl haar, draagt graag gebreide poncho’s en draagt graag een baretje. Viviane heeft rode, krullende haren en draagt vaak groen. Vandaag zijn ze in de stad om voor de vader van Yvet een cadeau te kopen. Yvet is speels, vrolijk, soms een beetje serieus. Toen ze 5 was, scheidden haar ouders. Daarom heeft ze moeite relaties aan te gaan. Yvet is prachtig. Ze heet een perfect maatje 36, en ze hoeft er niets voor te doen. Fokking hell, wat een saaie wijven weer. Dit moet ff wat extremer.

Yvet heeft een dikke wijnvlek in haar gezicht. Verder is ze prachtig, maar dat maakt haar onzeker. Terwijl dat helemaal niet nodig is. Dat beseft ze dan ook wel weer. Ook heeft yvet een extra teen op haar rechtervoet. Zes tenen, dus. Dat is voor haar best onhandig, dus draagt ze graag all-stars. Het modieuze knappe franse meisje met een wijnvlek en 6 tenen. En ze kan niet praten. Okay. ze heeft geen zes tenen, ze kan alleen praten, schilderen, ze is heel creatief. Ze woont in een appartementje met een kat, natuurlijk. Een appartementje op twee hoog van zo’n 40 vierkante meter. Een keukentje, een badkamer. Een theestelletje. Een fiets. Een leuke hippe fiets. Een vintage racefiets. En ze werkt als grafisch ontwerper, zelfstandig. Sexy. Geen wijnvlekken dus. Ze kijkt uit over gare du nord. In haar kamertje hangt vanalles. Alles is lekker opgeruimd, schoon. Ze heeft alles strak ingericht en een wand is van bloemetjesbehang met een boekenplank. Doktersromannen zijn haar guilty pleasure. De kat heet domino. Domino is een echte eigenwijze kat. Hij komt graag knuffelen als Yvet met een kopje thee op haar bank zit opgekruld en een boekje leest. Maar soms is domino ook heel speels, dan pakt hij zijn speeltjes, een grote bal touw en een bal met een belletje, en die gooit hij dan tegen Yvet aan. Domino en yvet zitten nu rustig te lezen op de bank, in het appartement dus, met de avondzon. Het is rustig buiten. In de binnenplaats, waar alle appartementen zich bevinden, speelt een buurman Take Five op zijn saxofoon. Ze wil hem wel eens ontmoeten, die mysterieuze saxofonist. Maar ze weet niet welk appartement het is. In het boek heeft de dokter net zijn assistent verteld dat hij verliefd op haar is, maar zij is getrouwd. Dan zoenen ze. Yvet moet lachen. Zo gaat het altijd met die boekjes. Het is de voorspelbaarheid die ze er zo leuk aan vindt. Misschien moet ze maar eens een lijstje bijhouden met het aantal keer dat die dokters vreemd gaan. Dan gaat de bel.

Ze kijkt naar beneden vanaf haar balkon. Beneden staan twee figuren in bruine jassen. De mannen merken haar op. “Bonjour Mademoiselle, Wij zijn van de politie. We willen graag even met u praten”. Daar gaat haar avondje. Wat nú weer? Dit is al de derde keer deze maand dat ze ongewenst bezoek krijgt. Yvet gaat naar beneden en doet open. “Bonjour. We hebben een arrestatiebevel voor u. U gaat nu mee naar het politiebureau.” Yvet reageert rustig. Ze gebaart de heren voor een kop thee en was al omgedraaid om weer naar boven te lopen. “Mademoiselle, U bent gearresteerd volgens artikel 123 voor moord op een ambtenaar van de wet”. Yvet bleef staan en zuchtte. Ze haatte dit. Nu was ze weer de hele avond bezig. Daar ging haar rustige avondje op de bank. En ze had een lange dag gehad. Waarom kwamen die gasten dan ook zo laat in de avond bij haar huis? Hoe hadden ze haar gevonden? Natuurlijk. Viviane. Ze had vast weer haar mond niet kunnen houden. Zij betaalt morgen de koffie, dat is duidelijk. Yvet draaide zich om en liep op de mannen af. “Mademoisselle, heeft u ons begrepen?” De mannen staan inmiddels in het krappe halletje in de voordeur. De voorste man trekt zijn pistool. “Daar gaan we weer” denkt Yvet. Ze loopt rustig op de heren af en sluit haar hand om de loop van het pistool van de voorste agent, waarop het wapen gloeiend heet wordt. “Sacre bleu! Wat gebeurt hier?” Yvet kijkt de voorste agent diep in de ogen aan. De agent wordt binnen enkele tellen rood. Heel rood. Hij doet zijn pet af. Dan kijkt hij een beetje verdwaasd en valt flauw. Yvet kijkt naar de tweede agent, een knappe jonge man met zwart haar. Op z’n jas staat “Thierry Lafontaine” Jammer, Thierry. Dan kijkt ze ook deze Thierry strak in z’n ogen aan. De agent draait zich snel om en springt in de auto. Het is altijd handig om er eentje te laten gaan, zodat mensen weten waar ze mee te maken hebben.

Uit het schuurtje op de begane grond pakt Yvet een het vloerkleed. Hij lag gelukkig nog bovenop de stapel rotzooi, van vorige keer. Ze loopt terug naar het halletje en met veel gedoe wikkelt ze het lichaam van de vervelende agent in het vloerkleed. Met veel moeite tilt ze het lichaam over haar schouder heen en loopt via de achterdeur naar buiten, waar ze het lichaam in een vuilniscontainer gooit. Dat zal ‘m leren. Morgen is hij wel weer bij kennis. Dat ging sneller dan ze gedacht had. Misschien volgende keer eerst die mannen mee naar achteren nemen, dat scheelt sjouwwerk. Ze werd er steeds handiger in. En nu weer naar boven. Lekker verder lezen voordat ik ga slapen. Ze vulde de waterkoker nog eens bij. Maar waar was domino?

Metagelul

Okay ik beloof bij dit artikel dat het niet META wordt, okay? Dus ik ga niet schrijven over dat ik aan het schrijven ben, Ok? Okay toch wel HAHA

Lalala ik schrijf en ik schrijf en ik typ en ik typ en de woooooooorden vliegen over mijn beeldscherm heen
ik doe het maar gewoon, het is spontaan en het is leuk, van je wiieeeeeeee en je woooeeeeeee en ik lig in een deuk! En het rijmt dus soms ook wel wat is dat toch leuk. Maar het hoeft niet te rijmen dit alles want oeps, soms doe ik het vanzelf floeps!

En soms, dan is er ook de serieuze noot. Over de dood.

En dan gaat het weer van wieeeeeeeeej, hoera! Het is feest! Wat een pret is dit toch. Lekker schrijven over alles en niks. Dus het hoeft niet te rijmen. Wat is het “het” dan? Een ode aan het woord “het”.

“Het”.

De en een zijn jaloers, want “het” is toch wel “hét” woord. Dat zit een beetje in hem.

OH GOD NIET WEER DAT METAGELUL

Sorry, vorige zin, ik kan er niks aan doen. Het zit gewoon in me. IK BESCHOUW DE SHIT UIT ALLES EN DAAR HOORT METAGELUL BIJ.

Poe hee. Wat een vermoeid gedoe. Ik denk dat ik eventjes uitrust. HE he..

En weeeeerr ddooooooorrrrr!!!! We komen op tijd binnen op station Amersfoort! Is dat niet EEENIG???? TJOEKE TJOEKE TUUUUUT!!

Ik ga zo niet vergeten uit te checken. Dat zit in me. dat je het even weet. Ik check die shit yo. WAWAWA GERTJE.

Kees en Frederik

Een vriendin zei ooit eens tegen me dat ik eens fictie zou moeten schrijven. Dat probeer ik dan maar een beetje. Ik weet niet of ze dat tegen me zei omdat ze me leuk vindt, maar dat weet ik ook niet zeker. Afijn. Maakt ook niet uit. Ik ga lekker een stukje fictie schrijven! En om me te helpen had ik al een leuke site gevonden met wat schrijfoefeningen.

Ik genereer 2x drie karaktereigenschappen. Karakter 1 is idealistic, dependable, lively en karakter 2 is decisive, idealistic, cheerful. Kijk. Dat komt mooi uit, ze zijn allebei idealistisch. Daar kan ik wel wat mee. Of niet. We zien wel.

Kees en Frederik zijn twee jongens van 15 en ze hangen in een parkje in hun woonplaats, het dorpje Doorn, twintig minuten rijden onder Utrecht. Kees is een levendige jongen. Hij heeft twee ogen, een neus en een mond. En haar. om precies te zijn krullend haar en een mooie rij tanden. Kees is wel wat onzeker over zijn neus, maar zijn moeder zegt dat dat onzin is. Kees wantrouwt dat altijd een beetje. Misschien dat hij ooit nog wel een neuscorrectie neemt. In de klas wordt hij wel eens uitgemaakt voor Jood. Maar omdat Kees de oudste in de klas is, begrijpt hij dat het ook een beetje aandachtvragerij is.

Frederik is een echte kakker. Hij draagt een dure Canada Goose jas die hij met kerst van z’n ouders heeft gekregen. Ook Frederik heeft haar, neus, tanden, etc. In dit geval zijn zijn haren golvend en bruin. Frederik valt in de smaak bij de meisjes, want hij speelt in de spits van het 1e hockeyteam van DMHC ’70, de Doornse hockey, en zit in de selectie. Hij is er goed in, maar vindt het eigenlijk niet zo heel leuk.

Frederik en Kees zijn twee echte makkers die elkaar al gevonden hebben vanaf dag 1 op het Doorns Lyceum. Wat hun bindt is hun idealisme. In het park staat een speeltuintje. Kees bungelt wat onhandig op de schommel waar hij veel te groot voor is. “Casemeister, zouden we over vijftig jaar in deze tijd van het jaar in korte broek lopen?” vraagt Frederik zich af. Kees mompelt wat. “Ik bedoel, met de opwarming van de aarde enzo. Ik weet dat het niet helemaal pluis is, maar is dat eigenlijk niet super chill?” Kees lacht. “Kan je die dure jas van je wel weggeven. Maar je hebt gelijk. Het is dan vast een stuk warmer. We zijn nu jong, daar kunnen we wat aan doen. Wordt dat ons masterplan?”. “Daar kun je wel een hoop mensen blij mee maken. Maar ik weet niet of je er per se heel rijk mee wordt.” Kees had dit altijd een beetje een non-argument gevonden. Frederik was hartstikke materialistisch, dat was hem met de paplepel ingegoten. Maar hij was ook wel betrokken bij dingen die hij belangrijk vond. Daar had Kees altijd wel bewondering voor. Kees had niet zo’n zin om een lange discussie met hem aan te gaan over dit onderwerp, hij vond het maar saai. Frederik vond het ook maar saai. Ze stonden allebei niet echt stil bij het idee dat ze wel eens een onderdeel konden zijn van een schrijfoefening. Dat zou hun hele bestaan nogal op losse schroeven zetten. Frederik voelde zich niet zo lekker.

“Voel je dat ook?” Zei Frederik. “Wat bedoel je?” Zei Kees. “Ik kreeg een heel vreemde rilling langs mijn rug, en een soort lichtflits. Ik voelde me even heel leeg.” Kees bevroor. Hij stapte van de schommel en liep naar Frederik toe. “Volgens mij weet ik wat je bedoelt. Alsof je je een stripfiguur voelt in een verhaal.” “Precies!” Riep Frederik. “Ik word niet goed geloof ik.” Langzaam kwamen de jongens erachter dat er iets aan de hand was. Er leek iets aan de hand te zijn met dit verhaal. Alsof elke keer een vierde wand werd doorbroken. En het besef dat ze elk moment iets zouden kunnen overkomen doordat hun lot was overgelaten aan de grillen van degene die het verhaal bepaalt “Nou voel ik het weer! Dit is niet goed, dit. is. niet. goed. man.” Kees en Frederik raakten in paniek. Wat konden ze doen? Ze waren gevangen in een verhaal. En ze waren misschien wel idealistisch en vrolijk, daar heb je feitelijk niks aan als je niet echt bestaat. Kees en Frederik liepen in paniek rondjes te rennen rondom het speeltuintje. Dat hielp niet echt, dus renden ze van het speeltuintje het park uit, de drukke weg over (zonder te kijken) en langs het fietspad richting hun huis (ze woonden in de buurt). Maar tijdens het rennen merkten ze dat ze niet vooruit kwamen. Het had geen zin, ze waren gevangen in het verhaal. Dus stonden ze maar stil. “Ik ben kapot” zeiden ze op exact hetzelfde moment tegen elkaar. Ze keken elkaar aan. Dat was raar. Alsof ze totaal geen controle meer hadden over hun eigen acties. Plots begonnen ze weer met rennen, terug de weg over, Frederik raakte bijna een oranje bestelbusje, terug naar het parkje, en naar het speeltuintje. “Help! Dit is niet grappig meer! Wat gebeurt hier!” Riep Kees, terwijl hij probeerde zijn eigen wil te zoeken en te stoppen met rennen. Dat lukte hem niet. Toen de jongens aan waren gekomen bij het speeltuintje konden ze even uitrusten. Kees keek Frederik aan. Zou het dan echt…? “Zijn we slechts een schrijfoefening?” vroeg Frederik maar in het luchtledige. Er kwam geen antwoord. Kees begon rondjes te rennen rond het speeltuintje. Frederik ging op z’n kop staan. Tijdens dat Kees rondjes rende riep hij: “FLIERE FLARE FLOEP, IK RUIK EEN BEETJE POEP”. Frederik moest lachen. Frederik moet HEEL HARD LACHEN. Frederik moest zo hard lachen dat hij alle vogels in het bos wegjoeg. “HAHAHAHAHA”. Maar hij bleef maar lachen. “HAHAHAHAHAH” Totdat hij het niet meer leuk vond. Hij had geen controle meer over zijn acties. Hij lachte zo hard dat hij moest kotsen. Het kwam uit zijn neus, en uit z’n oren ook. Dat was wel een beetje raar. Arme Frederik. Opeens hield zijn gelach op. He he, even uitrusten. Terwijl Kees nog steeds rondjes rende rondom de speeltuin (hij had bijna geen adem meer over). Zat Frederik verbaasd te kijken naar Kees. Wat gebeurt hier in godsnaam? Frederik riep tegen Kees: “Hee Kees, stop gewoon man!” Dus Kees stopte gewoon. Dat wilde hij zelf. Dacht ‘ie. Hehe. Kees en Frederik zaten in het zand van het speeltuintje uit te puffen. Ze waren er stil van. “Alsof je geen eigen wil hebt, dat had jij ook toch?” Zei Kees. Frederik zweeg. Wat een dag. Voor Frederik en Kees was het nu duidelijk. Ze bestonden niet en ze waren onderdeel geworden van een tekstschrijfoefening. Als dat maar goed ging.

Toen de jongens waren uitgerust begonnen ze weer met rennen. Ze renden weer het parkje uit, richting huis. Waarom ze dat deden wisten ze zelf ook niet, maar ze hadden zich er maar bij neergelegd. Hoezo vrije wil? Maar toen gebeurde er iets vreemds. Elke keer als ze het parkje uitrenden, leek het alsof ze weer een beetje controle terug kregen over hun eigen acties. Alsof iemand had beslist dat ze hun lot in hun eigen hand hadden. Ze konden weer rustig stilstaan. En even uitpuffen. Maar niets is wat het lijkt. Helaas zijn ze nog steed onderdeel van een schrijfoefening. En de schrijver had er eigenlijk niet zoveel zin meer in. In de verte hoorden ze een zoemend geluid. Bijen! De jongens zetten het op een lopen. Langs de weg. Ze werden achterna gezeten door de grootste bijenkolonie die ze ooit hadden gezien. Waar ze vandaan kwamen? Geen idee. Maar ze waren er, ze waren groot en ze werden ingehaald. Prik, prik prik. Au Au au! Arme Frederik en Kees. En zo zijn we aan het eind gekomen van onze twee helden. Twee jongens, gevangen in een verhaal. Ze konden er niets aan doen, overgeleverd aan de grillen van de schrijver, die ze genadeloos ten onder liet gaan. Dood door bijensteek. Een gemakzuchtige, ongewone dood. Maar ze werden niet gemist. Ze bestonden immers niet. Of wel?

Nooit meer nieuws lezen

Ik houd niet van nieuws. Is het erg als ik geen nieuws meer kijk? Nee, natuurlijk niet. Het belangrijkste nieuws dat hoor je wel via vrienden. Ik word alleen maar ongelukkig van het nieuws. En daar is alles mee gezegd, toch?

Wat zijn de voordelen?

Nieuws laat alleen zien wat afwijkt van wat normaal is. Niet van wat gewoon is. Wat is gewoon?

Nee. Ik heb geen zin meer om je mijn mening te geven. Wat maakt mij het nou uit wat je van mijn mening vindt? Je kunt ook prima zelf een mening vormen. Misschien houd je wel van nieuws. Misschien vermaak je je er mee, en dat mag. Ik vind dat allemaal prima. Het is niet dat ik me beter voel dan jij als ik opeens supertrots loop te verkondigen wat voor een spectaculair leven je leidt als je geen nieuws meer volgt.

Wat motiveert mij nou om zo’n onderwerp te verkennen? Goed, met zo’n houding kan ik wel helemaal stoppen met dit blog. Ik moet eerlijk zeggen, ik zit ook best een beetje vast. Maar dat zag ik ook wel weer aankomen. Dus gewoon, hoofd koel houden en morgen maar weer eens kijken waar we het nog meer over kunnen gaan hebben. Misschien een keertje een tutorial schrijven ofzo. Of iets met wat meer multimedia doen. Iets met video?

Waarom wil ik zo graag de wereld vertellen over wat ik vind? Dat kan ieder voor zich toch ook lekker googelen? Misschien omdat ik nog jong ben. “Dit is mijn opvatting over X, dus luister naar mij, en laat mij je overhalen want dan is alles beter (?)”. Ach ja.

Ik heb af en toe wel eens dat iemand me vertelt: Bram, ik heb naar je advies geluisterd, ik heb zus en zo gedaan. Dat vind ik dan best een mooi compliment. Daarmee zeg je eigenlijk: Ik vertrouw je inzicht, en ik ben het met je eens. Heel mooi is dat, en leuk. Ik merk dat dat dan meestal komt vanuit mensen die dicht bij me staan, vrienden, vriendinnen. Die ken je goed, en die vertrouw je. Voor de rest is het maar ingewikkeld om iemands mening te veranderen. Moet je eigenlijk helemaal niet willen. Want dan? Dan zijn er nog 100.000 anderen die je kunt proberen over te halen.

Maar waar moet je het dan over hebben in zo’n blog. Pff. Simpele ervaringen vastleggen misschien. Hoe het is om een jongen te zijn, hoe het is om te leven. Hoe het is om een kopje koffie te drinken. Hihi.

Flups, een bonusblog.

BESTE LEZER. DIT IS EEN DISCLAIMER. IK HEB MET MEZELF AFGESPROKEN AL MIJN CREATIEVE UITINGEN ONLINE TE ZETTEN. DIT IS EEN 1-OP-1 DUMP UIT M’N BREIN. IK DENK DAT HET INTERESSANT KAN ZIJN OM ER EEN KIJKJE IN TE NEMEN. MAAR OP EEN GEGEVEN MOMENT NEEMT HET EEN WAT DUISTERE AFSLAG. DAAR BIED IK MIJN EXCUSES VOOR AAN. IK BEN DOORGAANS EEN LIEVE JONGEN. VEEL LEESPLEZIER.

Typerdetiep. Het verhaal van pixar vond ik interessant. Dat je met een groep of 20 man in een hutje in het bos met z’n allen gaat brainstormen. Heel eerlijk tegen elkaar zijn. Er wordt gepraat over dingen als emotionele boog in een verhaal. En over als een verhaal vast zit, hoe dat dan wordt opgelost. Wat ik ervaarde tijdens het lezen van het boek, was een soort verademing. Een bedrijf waarbij men zo eerlijk tegen elkaar kan zijn, alles met als doel een mooi project opleveren. En het leren falen. Het is een boek dat heel erg past bij de levensfase waarin ik nu zit. Mijn 29-jarige ik, die op een bepaalde manier tot rust is gekomen, maar ook graag projecten samen wilt doen met mensen, omdat je daardoor tot een mooi resultaat komt. Samen iets fantastisch moois neerzetten. Dat kan je gewoonweg niet in je eentje. En nu zit ik in een soort situatie waar ik al vaker in heb gezeten: VR, wel of niet. Het is een enorm risico, denk ik dan. Maar is dat wel zo? Ik doe het er toch gewoon naast? Ben ik bang dat ik straks teveel tijd aan VR besteed? Ik wil anders gewoon een regelmatig leven leiden, en dan m’n hele dag volplannen. Of in ieder geval proberen de taken te doen op die dag. En verder ga ik een beetje waar de wind me naartoe blaast. Dus het is ook wel lekker om ook die technische kant wat meer aan te sporen. Dus mijn leven bestaat nu uit Lindy hop, Drummen, Bloggen, en m’n onderneming. En toch voelt het alsof de onderneming hetgene is waar ik al mijn tijd aaan moet besteden. En dat is raar. Ik geniet zo van al die leuke dingen. Dan denk ik: pleeg ik geen roofbouw op m’n toekomst? Ik ontwikkel mezelf alle kanten op, maar waar verdien ik uiteindelijk mijn geld mee? Dat geld verdienen, dat lukt nog niet echt. Maar dat wil ik wel graag. Niet per se op een conventionele manier. Ik ben immers ondernemer. Maar ik wil iets bedenken, iets waar de markt op zit te wachten. En ik zou niet weten hoe. Ik voel me niet genoeg een commercieel zwaargewicht om iets tofs neer te zetten. Het maakt ook eigenlijk niet zo heel veel uit WAT het is waarmee ik uiteindelijk wil doorbreken. Wil ik doorbreken? Ja, ik wil wel mijn stempel op de wereld achterlaten, wie niet? Maar het is ook wel erg comfortabel nu. Ik heb m’n computertje, ik heb m’n blogje, ik heb een gelukkig leven. Ik voel me gelukkig, maar toch mist er iets. Ik mis denk ik een project waar ik lekker aan kan bouwen. Ik blog nu. Moet ik dat blog stoppen, zodat ik meer tijd over houd om te besteden aan andere dingen? Ik bedoel: het is wel heel gemakkelijk nu dat bloggen. Ik kom lekker in de flow, zoals nu. Beetje reflecteren op mezelf. Niets aan het handje. En vervolgens is het een uur verder. Een uur dat ik ook nuttiger had kunnen besteden. Maar in ieder geval is het al nuttiger dan het te besteden aan social media en die flauwekul. Kijk eens al die mensen ’s avonds op hun telefoons kijken. Tuurlijk. Gezellig doen is ook belangrijk. We hebben allemaal dat sociale nodig. Maar ik wil ook ergens naartoe bouwen. Bouwen bouwen bouwen. Misschien wat meer verdiepen in ondernemingen. Op een bepaalde manier verdiep ik me dus al in ondernemingen, door dat boek van Pixar. Zucht. Wat is het soms toch vermoeiend om niet echt een doel te hebben. De focus, die komt nu in ieder geval een beetje. En daar ben ik extreem blij mee. Maar daar word ik ook weer wat minder gezellig door. Tja. Het blijft allemaal een beetje balanceren. Man, wat zou ik graag bij Pixar willen werken. Maar dan vooral vanwege Pixar Braintrust. Dat kan ik natuurlijk zelf ook opzetten. Maar dat is wel spannend. Maar wel te doen. Fouten maken dan maar. Lekker een groepje mensen bij elkaar en iets creatiefs neerzetten.

Even wat anders. Wat was het leuk om vandaag even door Innsbruck te lopen. Wat een mooie stad. Ik raak dan helemaal geinspireerd. Het maakt me niet zo heel veel uit als ik al die trekpleisters mis. Het centrum, met al die winkeltjes en marktjes is leuk. Maar ik heb nog niet het gevoel dat Innsbruck echt mijn stad is. Er komen niet per sé inspirerende mensen vandaan. Geen bekende componisten, voor zover ik weet. Die komen dan allemaal uit Wenen of Salzburg. Maar het is geen verkeerde stad. Innsbruck is een beetje het Zwolle van Oostenrijk, gok ik. Zo’n stad die dan op een belangrijke handelsroute ligt, waar mensen komen en gaan. Een hotel die er prat op gaat dat Wolfgang Amadeus Mozart er een keertje gelogeerd heeft. Een Swarovski experience winkel. Mozartkugeln. Nu afgeprijsd voor duur in de toeristenwinkeltjes, maar in bulk te verkrijgen in de lokale spar. Spar, volgens mij staat dat voor “Sparen”, of “Bespaar”, ofzo. En ik loop in gedachte weer verder door de lange straten met gesloten winkels in Innsbruck. Zondag is alles dicht. Volgens mij wordt morgen leuker.

Mag ik je voorstellen aan Johan? Johan is een 43-jarige architect. Hij is getrouwd en heeft twee kinderen. Johan is een eenvoudige architect. Niet zo’n omhooggevallen, coltrui- en flinterdunnebrilmontuurdragende flapdrollen zoals zijn collega’s vaak zijn. Johan woont in een appartement in Amsterdam Zuid. Hij doet het zeker niet slecht voor een Architect. Maar hij heeft zijn succes niet behaald door het neerzetten van supersonische wolkenkrabbers. Hij ontwerpt liever functionele, prettige woningen voor jonge gezinnen. Johan heeft zijn hele leven gevoetbald. Elke zondag speelt hij met zijn team competitie bij de lokale voetbalvereniging. Hij is niet zo actief. Dat was hij vroeger wel. Maar zijn gezin is niet heel erg van het voetbal. Johan is een toegewijde man maar na jaren van desinteresse van zijn gezin neemt ook zijn inzet daardoor wat af. Dat, en het auto-ongeluk dat hij in 2006 heeft opgelopen maakt dat hij wat eerder moe is. Verder Johan een prettige vent om mee in gezelschap te zijn. Hij is aan de kleine kant, draagt graag een overhemdje en een trui daaroverheen, zodat hij z’n overhemd niet hoeft te strijken. Daaronder vaak een goede jeans en schoenen die hij op maat laat maken in italië. Daar is hij heel nuchter over; hij vindt goede schoenen belangrijk. Verder is hij helemaal niet omhooggevallen. Wat wil Johan verder nog uit het leven halen? Niet heel veel. Hij is vrij gelukkig met hoe hij is. Wat een saaie bal gehakt, die Johan eigenlijk. Misschien moeten we eens kijken of we iemand anders kunnen verzinnen.

Ik heb hier Claire. Claire werkt als secretaresse bij het hoofdkantoor van een groot modeconcern in Rotterdam. Ze is een lange tante, 1.81m. En heeft een prachtig uiterlijk. Ze heeft lange, blonde haren en draagt graag zwart. Dat wordt ook van haar verwacht. In haar vrije tijd gaat ze graag een rondje lopen. Ongeveer 3 keer per week loopt ze een een uur hard rond de kralingse plas. Op vrijdagavond ploft ze op de bank neer in haar appartementje en gaat ze de voice zitten kijken. Claire heeft magische krachten. Ze kan iedereen afluisteren die ze wil. Dat was vroeger nog wel een probleem, toen had ze die krachten nog niet goed onder controle, zoals zoveel superhelden dat hadden. Maar rond een jaar of 10 kon ze dat wel. Dat maakte haar in haar puberteit heel onzeker. Want ze ontdekte dat mensen over haar roddelden. En dat trok ze zich enorm aan. Maar Later begreep ze dat ze daar niet meer naar hoefde te luisteren, omdat er over iedereen werd geroddeld. Het is wel gaaf, als je alles en iedereen kan horen. Ze kan ook buitenlanders afluisterren. die kan ze gewoon verstaan in haar eigen taal. Het is daarom eigenlijk een beetje gek dat ze niet politica is geworden, of bij de VN werkt als tolk. Maar zodra ze haar echte oren gebruikt, dan kan ze opeens buitenlandse taal niet meer verstaan. Claire is al wat interessanter, als personage. Maar ze is nog wel een beetje een saaie muts die dan maar op de bank de voice gaat kijken.

Dan heb ik hier nog Otto. Otto is een jongetje van 8 die op een boerderij in het dorpje flups woont. Otto heeft geen magische krachten, maar is wel een heel bijzonder jongetje. Otto heeft namelijk een bijzondere wens. Otto wil later, als hij groot wordt, dictator worden. De mensen in het dorp flups nemen Otto niet heel erg serieus, want ja. Wat is dat nou voor een wens. Waarom wil hij dictator worden? Dan ga je toch ook niet een gelukkig leven tegemoet? Otto heeft een volwassen besef. Hij heeft al vroeg geleerd wat de dood is, en daar heeft hij een stelling over ingenomen. Hij heeft besloten niet bang te zijn voor de dood. Hij wil graag dictator worden, want dat is zijn enige logische pad. Dat is hem van tevoren ingefluisterd door de Stille Kracht, een niet-tastbare entiteit die hij perongeluk is tegengekomen in het bos vlakbij de boerderij. Dat zit zo: sinds een tijdje mag Otto alleen het bos in. Otto heeft niet veel vrienden. Otto woont bij zijn opa en oma in het bos. Hij begreep nooit wat “ouders” waren. Op een herfstige dag in oktober trok hij het bos in, waar hij alleen kon zijn. In het bos kwam hij wel eens entiteiten tegen: die gaf hij dan namen. Azareus en Ueda waren twee van deze entiteiten. Het zijn onzichtbare krachten. Hij zag ze af en toe, als een schim in de bomen. De entiteiten geven hem instructies. Hij vond ze aardig, ze leken geen vlieg kwaad te doen. De entiteiten hadden geen doel; ze waren daar nou eenmaal. Otto voelde ze. Op een dag fluisterde Ueda Otto in: Jij bent het. Wij helpen je. Otto voelde zich veilig. Hij keek naar boven; het was al laat. Otto stond stil en liet de dood om hem heen grijpen, zoals hij vaker deed. Bomen verbleekten en alle vogels vielen recht naar beneden in de grijs geworden bladeren, in een staal van 4 passen gebeurde dit. Otto klikte zijn kaken een beetje. Hij voelde zich thuis. De Entiteiten hadden hem vandaag goed voorbereid op de Gebeurtenis.

Tja tja tja. bladiebla, koeienvla. hopjesvla. Moeimoeimoei ratel reutel fladieda. Zit je vast? ZITJ EVA ASTE? DE GODVERGETEN TERROR VAN ELLENDE. HET BREIN IS KNEEDBAAR HIJ IS HET KWAAD HEIL SATAN EN WAT NEIT AL. Hehe.

Heil satan, en wat niet al. Want het leven is al zo kort. Geef me een koekje, ik stuur er 10 op je af. Wie? 10 logische bijtjes van honing en gort. Parelgort om precies te zijn. We zijn duister, we zijn levend we zijn licht. Het maakt niet uit. De sokken zitten op voeten, de scheetjes mogen gelaten worden. Ik ben spontaan. Ben jij het ook ? Lees maar door. We zijn nog wel even bezig hoor. Een treintje. Een paprika. Een ei. Een reep chocola. De bajes, een vriend. Regels. Gedichten. Muziek, Poezie. Pak het beet. Pak me dan. Dobbelsteen. Bordspel. Gnoom. Warmte, en gezelligheid. Ik ga alle kanten op. Kun jij dat ook? Ken je dat? Wat denk jij er van? Vind je dat ook? Is er leven na de dood? Is er dood na het leven? Sta je daar wolkjes te blazen, in de koude winter. Het is donker. Maar in de duisternis is er licht. Er is altijd licht, komop man. Eventjes terug naar af. Ga niet langs start. Want je weet net zo goed als ik dat het leven geen spelletje is. Sta op, en loop. Geef elkaar een dikke knuffel en snijd me nog een plakje van dat goddelijke brood af. Zo knisperig, zo fijn. Met een beetje nutella erop. Of lust je dat soms niet? Heb je soms geen honger? heb je al gegeten dan? Doe er maar wat moeite voor. Doe er maar wat moeite voor. Want van moeite word je moe. De levenslust die je toekomt is gepast. Levenslust? Springen we toch gewoon een eindje de lucht in? Of van de brug. Of van de trein. Waar gaat het heen? Is er een doel? Er is geen doel dus ik ga door. De willekeur houdt me gevangen. Totdat het opeens weer serieus wordt en er een verhaaltje verteld moet worden over een of andere aap in een speelgoedwinkel. Die aap loopt dan met alle speelgoedjes te spelen, tot ongenoegen van de eigenaar. Die aap, zijn naam is leo, smijt ook wel eens met poep en we gaan weer door, want het is weer een weertje he! De logica, als een kraantje opendraaien. Eerst ging het ergens over en nu gaat het nergens meer over! Grappig is dat, dat dat gewoon kan als mens. Als mens. Als mens. Als mens. Ik ben geen mens, ik ben een paar handen met vingers die maar gewoon wat typt in het wilde weg. Dat wilde weggetje is de perfecte weg. Neem de wilde weg. Ik neem hem in ieder geval. Pak m’n hand, ga met me mee. Daar is het veel leuker, dan die andere weg. Oja? Niet waar! Het leven is veel leuker als je het veilige pad neemt. Lekker veilig veilig. Gewoon, op de fiets. Het veilige fietspad des levens. Pas op, wat zien we daar? Het is meneer carriere, die heeft het op je gemunt om je levenslust uit je te zuigen. Met een rietje!

Versterker

Een jaar geleden kocht ik een tweedehands versterker. Ik luister niet vaak muziek. Soms zet ik ‘m aan voor de ruis. Anders is het te stil. Ruis is er altijd, kun je niet uitzetten. Eigenlijk luister ik best vaak muziek. Maar ik hou ervan om zelf muziek te maken. Drums. Als je me vraagt naar welke muziek ik graag luister dan voel ik me betrapt. Ik houd namelijk ongelooflijk veel van muziek. Gisterenochtend kreeg ik spontaan zin in Ennio Morricone. Ik kreeg er tranen van in m’n ogen. Om 10 uur ’s ochtends. Maar ik weet nooit goed antwoord op de vraag. Vraag het me gewoon niet. “Van alles” is geen bevredigend antwoord. Iemand vraagt om je muziekstijl om te horen wat hij wil. Het is altijd een van de volgende antwoorden: ” Ja, gaaf hé, ken je dat ene album ook? ” Of: “Nee? Moet je eens luisteren, want blablabla”. Dus in de praktijk heb je er niks aan, die vraag. Nee wacht, dat is niet fair naar de ander toe. Als iemand je muzieksmaak vraagt, is dat juist leuk. Het antwoord is altijd genuanceerd. “Ik hou van zo veel, ik zou het echt niet kunnen opnoemen”. Je bent wat je luistert, daar geloof ik niet in. We hebben muziek, en die muziek hebben we voor ons zelf. Vroeger had je geen privé muziekspeler. Toen moest je het maar doen met de liedjes van de Bard, rondom een kampvuur. Daar kunnen we ons nu niets bij voorstellen maar dat was toen heel gewoon. Het zal een heel bijzonder moment zijn geweest, de langspeelplaat. Vooral toen men muziek voor zichzelf kon gaan spelen. Muziek was altijd weggelegd voor de rijkeren. Hmmm Muziek. Ik houd er steeds meer van. Hpe een liedje in je hoofd kan blijven steken.

John McCain

Goerie garie flee
Wat zal ik eens gaan typen? een gek berichtje misschien over een man of een vrouw of een kind of eeen hond of een paard of een kat of een tijger of een leeuw of een kolibrie of een bij of een meeuw of een aapje of een muisje of een rupsje of een spinnetje.

Ladiedadiedaaaaaa lekker typen zonder doel. Looos, loos loos. Maar ja boeieeeeee

lom plom plom no man ever was no ever will mnno make but hate

Quentin tarantino. ritmes, winter. water.

freedom. Ride, chrash, snare, basedrum. IK BEN EEN COWBOY! JAhooooeeeee!

Onze held John McCain zit op zijn paard. Het leren zadel kraakt in de hete ochtendzon. De wereld ligt aan McCain z’n voeten. Samen met zijn paard kan hij gaan waar hij wil. We zijn in het Wilde Westen. En we gaan op pad, naar avontuuuuuuuuuuuuur! WAT HOUDT DAT IN DAN? Vraag je je misschien af. NOU IK ZAL HET JE VERTELLEN. Het houdt in dat John McCain lekker op zijn paard aan het rijden is. Na een tijdje over de droge prairie te rijden komt hij aan bij een eenzaam huisje. Het is midden op de dag, de zon staat hoog aan de hemel. John zoekt naar water voor hem en james, zijn paard. John ontdekt een klein beekje achter het huisje. Hij vult zijn veldvles en neemt een slok. Ahh. Daar was hij wel even aan toe. Terwijl James de beek leegdrinkt wandelt John wat rond het huisje. Het is een oud, houten huis maar het staat er goed bij. Aan het verfwerk ziet John dat hier nog mensen wonen. Dat, of het is de verse taart die voor het keukenraam ligt. Of het briefje op de deur met “Ben zo terug”.

John heeft wel zin in een stukje taart. Hij besluit te wachten op de bewoner. Inmiddels heeft hij flinke trek gekregen. Maar het huisje is goed afgesloten. John, Marshall van de staat Arizona, is de eerlijkste man van het wilde westen. Hij doet nog geen vlieg kwaad. En daaruit ontleent hij zijn trots. De mensen voelen zich meteen veiliger als John hun dorpje binnen komt lopen. Hij is een legende in Arizona.

Dat was vroeger wel anders. John heeft zijn vader nooit gekend. Zijn moeder heeft hem bij geboorte verlaten. Hij is opgebracht in Sheffield, een plaats in het noorden. Een stad die haar bestaansrecht alleen heeft te danken aan de vele gelukszoekers toen er in de omgeving olie werd ontdekt. De stad was prachtig. Het had alles, een stadhuis, een rechtbank, een kroeg met twee verdiepingen. Maar toen 10 jaar later ineens de olie op was, vertrokken de bewoners en was de stad van de een op de andere dag omgetoverd tot een spookstad.

EINDE!

Eigenwijsheid, portfoliowerk en Bohemian Rhapsody van Queen.

Begin december heb ik met een consultant in Utrecht een project opgeleverd. De vraag aan mij was om te helpen een blog te bouwen. De klant is gedreven, en er was budget voor een goede fotograaf. Dus besloot ik om er een portfolioproject van te maken. Kort gezegd: ik stop er meer tijd in dan ik offereer. Iedereen blij. Toch?

De voordelen

Ik nam dus mijn tijd. Als ik puur op de uren zou hebben gelet, zouden we nooit een poll op de site hebben ingebouwd. Een feature die duidelijk meerwaarde biedt omdat het een de interactiviteit op de site verbetert.
Ook geeft het inzicht in hoe lang een website, waar ik trots op wil kunnen zijn, duurt om te maken. Het blijft altijd lastig om dat in te schatten. Ik wil niet zo’n webdeveloper zijn die over elk uurtje zeurt. Maar hoe meer een website vorm krijgt, hoe meer een klant ziet wat de mogelijkheden zijn. Je krijgt dan altijd een lijst met aanpassingen. “Kun je nog alleen even dit, en dit, en dit?”. Daar ben ik best bang voor, want meestal zijn dan de uren al op.
Eigenlijk is er nooit tijd voor creatieve ideeën die ook nog eens bruikbaar zijn doorgevoerd. Terwijl juist die ideeën mijn klant een concurrentievoordeel oplevert (en mij dus ook). Dat kan je wel proberen mee te verkopen, maar dat werkt niet. Het is alsof je opeens ontdekt dat je auto een achteruitrijcamera heeft. Super nuttig. Maar je website neem je niet even voor een testrit. Daarvoor bestaan teveel features. Dit soort toegevoegde features kunnen voor kleine projecten als deze eigenlijk niet uit. Maargoed. Een project als deze trekt uiteindelijk hopelijk weer een nieuw project aan met een hoger budget.
Ook ontstaat er ruimte om te experimenteren met dingen die nieuw voor me zijn. Op een gegeven moment bood ik aan om feedback te geven op de artikelen die mijn klant schreef. Na een paar artikelen kon ik dit opeens goed inschatten (zo’n 2 uur per artikel). Nu kan ik toekomstige klanten die dit ook willen een realistische tijdsinschatting aanbieden. Dat soort dingen moet je gewoon eens hebben ervaren, als is het maar omdat iedereen dat anders aanpakt en er dus meer of minder tijd aan besteedt.

De nadelen

Mijn fout was mijn gevoel dat, als ik voor dit project mezelf tijd gaf, dat er daardoor automatisch meer begrip ontstond voor een mogelijk uitlopende deadline. Daar zat ik dus naast. Hoewel het belang van een planning door de ene klant meer wordt gewaardeerd dan de ander, is erover goed communiceren is toch wel het minste wat ik kan doen. En ik maar denken dat ik zo’n held was in communicatie.
We zouden in september live gaan, maar daar was ik tegen. Tot ongenoegen van de klant, want hij stond te popelen om de site live te zetten en zijn netwerk ervan op de hoogte te brengen. Maar content is king. Daar optimaliseert Google zijn algoritmes op, dus dat wil je gewoon goed doen.
Het chaotische hoort natuurlijk wel een beetje bij de creatieve sector, dus ik ga mezelf niet onnodig kwalijk nemen. Maar ik besteed in het vervolg wel meer tijd aan het maken van een goede planning.

De conclusie

Ik wil niet verantwoordelijk zijn voor een website waar geen bezoekers op komen. Ik wil trots zijn op een website die de carrière van mijn klant een extra boost geeft. Dat hij dankzij zijn website een keer als expert mag aanschuiven bij een praatprogramma, of een mooie functie krijgt aangeboden in de top van een grote multinational. Noem me naïef, maar ik geloof dat het het echt mogelijk is. Anders kunnen we het net zo goed niet proberen.
Ik vind dat ik, naast het bouwen van een goede website, de verantwoordelijkheid heb om mijn klant het inzicht te geven dat hoort bij een succesvolle website. Dat de bezoekers van een site ook echt iets lezen dat ze interessant vinden, en na een artikel er nog meer willen lezen.
Ik hoor vaak genoeg van vakgenoten: dat is je taak niet. Maar ik ben het daar niet mee eens. Als je uiteindelijk streeft naar het perfecte eindproduct, moet alles goed zijn. Als de bassist van Queen rommelig zou spelen, en ze dat niet erg hadden gevonden, zouden we nu niet op oudjaarsavond meeblèren met Bohemian Rhapsody.
Succesvolle dingen hebben een integrale aanpak nodig. En dat betekent veel, slim en hard werken. Het product, de communicatie, maar ook het projectmanagement. Alles moet kloppen.
Gelukkig zag mijn klant ook dat ik er meer tijd in had gestopt. Ik heb het belang van een goede planning wat onderschat, en gelukkig deze lessen weer kunnen toepassen bij een nieuwe klant. Natuurlijk baal er een beetje van, en dat mag. Volgende keer beter.
Dus conclusie, ik ben eigenwijs geweest, maar ik heb wel iets neergezet waar ik trots op kan zijn.

Zelfmotivatie

Soms zit het bloggen even niet mee. Hiermee zit ik mezelf achter de broek.

11/12 Let op, je laat je de laatste twee artikelen gemakkelijk afleiden. Even focussen. Misschien iets nieuws erop? Het begint een beetje saai te worden, vooral deel 3. Misschien morgen even een gek stukje publiceren. Even weer terug naar de basis, creatief schrijven.

10/12 blegh. wat een kutzooi. ik heb er echt ff geen zin in. Ik heb zin om weer wat lichtere artikelen te schrijven. Waarom doe ik het eigenlijk?

9/12 Jaaa, deel 1 van 3 klaar 🙂

8/12 ik zie er een beetje tegenop. Wanneer mag ik weer leuke gekke verhaaltjes schrijven? Ik besteed nog 1 keer aandacht aan de 3 losse blogjes over perfectie. Jaa, je kunt het!

7/12 Ik voel me steady, vandaag ff een logisch verhaal maken van 3 artikelen. Het mag allemaal wel weer wat spontaner.

6/12 Hmm, gisteren niet geblogd. Kan gebeuren. Vandaag maar 1 uurtje bloggen? Nee. Gewoon minimaal een half uurtje. Ik ga mezelf niet onnodig straffen. Meer zou mooier zijn.

4/12 Okay, misschien ben je nog niet helemaal wakker maar hups, aan de slag 🙂

2/12 Lekker bezig.

1/12 Dit moet van ver komen. wederom, hoofd koel houden. Ben ik doorgeschoten? Is dit stuk niet meer te redden? Nee. Ik geloof dit niet. Gewoon door. Het is angst, dit allemaal. angst angst angst.

30/11 Het lijkt erop alsof je niet meer goed weet welke vorm je het artikel wilt schrijven. Dus maak het jezelf volgende keer wat makkelijker. Herschrijf wat je hebt, begin nog één keer opnieuw en houd het gewoon beschouwend en informatief. Zorg dat eerst de hoofdlijn staat. En relax. Komt wel af dit artikel. Gewoon volhouden!

29/11 Lekker bezig hoor. Hou je hoofd nog steeds koel, dit wordt steeds beter.

28/11 WANNEER KOMT DIT AF?? aargh. OK. afspraak met mezelf. 7 december gaat dit ding live. zels als ie mega kut is.
27/11 ok, stay focused. Het is een pittig onderwerp. Ga op zoek naar de lijn in je verhaal en bedenk hoe je nog steeds een sterke lijn neerzet maar toch niet al te veel hoeft te gaan vertellen.
26/11 ik voel niet dat ik mezelf vandaag hoef te motiveren. Appels en peren.
25/11 MAN MAN MAN.. ok. en weer door.
24/11 Goeiemorgen, pompiedom ik voel ‘m niet echt vandaag maar toe maar.
23/11 Nou, wat laat begonnen vandaag. Vooruit dan maar. Hups! Lets go!
22/11 Okay, gewoon lekker doorgaan. Grootste punt is gemaakt. Opruimen die teringzooi.
21/11 Daarrr gaan we weer. Hood koel houden. Probeer te bedenken wat je wil zeggen, en wat niet. Ging lekker vandaag. Volgende keer misschien nog wat meer te ordenen?
20/11 Oi oi oi Dit is een moeilijke vandaag. Maar kom op. ff focussen. Kom in die flow.
19/11 Oh man, vandaag gewoon weer he! Net ff de boel wat opgeruimd en geordend. Wat meer structuur in het essay 🙂
18/11 Lekker, nog steeds aan het artikel werken. Zet ‘m op! 🙂
17/11 Bedankt Bram uit het verleden, dit helpt wel HAHAHA fapfapfap. Koningggggg
16/11 Houd je hoofd koel, dit wordt een TOP artikel!! 🙂

Schrijflog (2015)

Hier houd ik bij hoeveel tijd ik aan m’n blog besteed. Dit doe ik om mezelf te herinneren hoe ver ik al ben gekomen.

23 dec 8:59 – 10:26 (85 min) domino

22 dec 20:42 – 21:45 (60 min) kees en frederik

21 dec 23:16 – 23:45 (30 min) nooit meer nieuws

20 dec 8:29 – 9:11 (40 min) perfectionisme 3 bijschaven

19 dec 00:13 – 00:48 (35 min) perfectionisme 1 finishing touches.

18 dec 10:00 – 12:03 (120 min) Heerlijk, vandaag ging het weer lekker. Ik heb goed geslapen, dat hielp denk ik. Hernieuwde motivatie voor dit blog. Hoeraa!

13 dec 19:46 – 29:15 (30 min) Vandaag echt even geen zin. Klein verhaalhaaltje over niks, dan maar.

12 dec 11:15 – 11:46 (30 min) Melig verhaaltje geschreven. Ff wat anders. hihi

11 dec 10:17 – 11:01 (45 min) verder met deel 3. Begint een beetje saai te worden dit allemaal.

10 dec 9:25 – 10:29 (65 min) Deel 3 herschreven, is nog nie af nie.

9 dec 9:01 – 10:00 (60 min) Deel 2 herschreven (sort of)

8 dec 9:50 – 11:15 (85 min) Deel 1 herschreven en zo goed als klaar.

7 dec 09:36 – 10:30 (55 min) Beetje opgeknipt en georganiseerd waar mogelijk

6 dec 11:01 – 12:30 (90 min) Perfectie artikel opgesplitst in drie delen

4 dec 09:05 – 10:25 (80 min) Toch redelijk wat nieuwe tekst geschreven. Op zich goed, maar ook ff opletten. Dit laatste “mindset” onderdeel heeft nog wel wat denkwerk nodig.

3 dec 09:54 – 11:03 (60 min) Ah, ging ook weer lekker vandaag. Rustig blijven verbeteren aan de inhoud. De lijn is wel duidelijk. Ik zou dit stiekem wel durven publiceren nu..

2 dec 11:19 – 12:45 (85 min) Wow, dat ging wel weer lekker. Ook wat meer aan de body van de tekst gesleuteld. Nu bewutst even de flow doorbreken. Blijft een vervelend gevoel, maar ik heb nog andere dingen te doen.

1 dec 23:30 – 1:23 (110 min) hehe, het gaat weer een beetje de goede kant op. Die structuur in kopjes helpt wel.

30 nov 10:25 – 11:18 (50 min) Ok, interessant. Ik heb de eerste opening herschreven naar een soort speech. Dat was niet handig, maar wel leuk. Is het al tijd om met verschillende stijlen te experimenteren? Op dit moment?

29 nov 12:11 – 13:34 (80 min) Ff opnieuw begonnen.
28 nov 11:24 – 12:26 (60 min) Interessante analogie bedacht over blokjes machine
27 nov 16:00 – 17:00 (60 min) Bezig geweest met een tweede infographic. Hoe groot gaat dit worden? Nog steeds geen duidelijke lijn in m’n verhaal.Interessant, flow meteen doorbroken, bam.
26 nov 10:34 – 11:38 (65 min) Oe, interessant. Ik kwam in de flow, en deze heb ik doorbroken. En het lijkt alsof ik steeds meer uren erin stop. Vanzelf. Dit blijft een leuke bezigheid. Misschien vind ik het wel bijna jammer als ’t stuk af is!
25 nov 9:57 – 12:17 (175 min) Pff, dit wordt echt een megaproject. Maargoed. We zien wel. Het half uurtje zit er wel weer in.
24 nov 9:52 – 10:45 (55 min) Middenstuk verfijnen. Brr, super spannend. Komt dit ooit af???
23 nov 22:35 – 00:45 (130 min) Nog steeds meer structuur aanbrengen, de betekenis van paragrafen worden wat scherper gemaakt
22 nov 11:06 – 11:36 (30 min) Blij met het besef, nu heb ik gezegd wat ik wil zeggen, en nu mag het kleiner worden.
21 nov 10:22 – 11:19 (60 min) Waar gaat dit artikel nou eigenlijk heen? Besef van dat het goed genoeg is, voor nu.
20 nov 13:07 – 14:24 (75 min) Nog meer uren maken, begint een beetje frustrerend te worden
19 nov 9:51 – 11:10 (80 min) Onderwerp verkennen, wat tekst produceren
18 nov 19:30 – 19:45 (15 min) Ging wel heel soepel vandaag. Ff fris opnieuw beginnen 🙂