Onzeker

Ik wil eigenlijk een keer een lang artikel schrijven die wat meer diepgang heeft.

Ik wil eigenlijk … Haha. Ik zie dat ik elke keer zinnen begin met “ik wil eigenlijk”. Waarom heb ik het woord eigenlijk nodig? Waarom mag ik niet gewoon iets willen? Door eigenlijk te gebruiken zwak ik datgene dat ik wil zeggen meteen af. Alsof ik iets niet 100% voor elkaar zou kunnen krijgen, maar eigenlijk wel.

Dat zette me aan het denken: hoe ziet de wereld eruit als we het woord eigenlijk niet meer gebruiken? Vier situaties.

1. Ik zeg: “Ik wil X”, en X lukt niet.
2. Ik zeg: “Ik wil eigenlijk X”, en X lukt niet.

Ik denk dat ik het woord eigenlijk uit onzekerheid gebruik. Het faalt minder hard als ik iets eigenlijk wil, maar het lukt uiteindelijk niet. Maar het kan ook goed gaan. Ik geloof toch niet echt meer in falen. Dan moet ik er misschien ook naar handelen.

3. Ik zeg: “Ik wil X” en X lukt wel.
4. Ik zeg: “Ik wil eigenlijk X” en X lukt wel.

(hihi, handig, zo had ik er nog niet tegenaan gekeken)

Neem situatie 4; Ik wil eigenlijk een lang artikel schrijven. Dat artikel is gelukt, hoera.

Situatie 4 klinkt niet erg enthousiast. Terwijl ik toch mijn doel heb behaald. Gaaf toch? Het lijkt alsof het woord “eigenlijk” niets meer doet dan onzekerheid projecteren. Het is een twijfelachtig woord. (In Engeland noemen de mensen dat een weaselword).

Situatie 3. Ik wil een lang artikel schrijven. En het is gelukt. Yesss!! Dat voelt toch een stuk beter. Meer zelfvertrouwen, much WOW.

Onzekerheid is een raar ding. Het sijpelt door in ons taalgebruik. Ik ga me niet anders voordoen dan ik ben, ook ik ben eigenlijk af en toe wel een onzeker jongetje. Maar door die onzekere taal minder te gebruiken worden we vanzelf ook minder onzeker, toch? En gaan we dus vanzelf minder eigenlijk gebruiken.

Het eerste wat in me opkomt is wel: hoe zorg ik dat ik zelfverzekerd ben, maar niet arrogant? Waar zit het verschil en hoe voorkom je dat dat er niet insluipt? Maar dat, lieve mensen, is iets voor een volgende keer.

Ik ben bang

Ik vraag me af hoe ik ooit dood zou gaan. Dat is niet omdat ik suicidaal ben, maar het lijkt me een interessante vraag. Ik hoop dat ik later oud word zodat ik zoveel mogelijk dagen heb om van te morgen genieten. Maar morgen kan het ook afgelopen zijn. Als ik morgen onder de bus zou komen zou ik daar ergens ook wel vrede mee hebben. Ik weet het niet precies. Als de wereld dat zo wil, dan is dat maar zo. Een beetje raar, maar het geeft me wel rust. Anywhere the wind blows, doesn’t really matter.

Maarja, makkelijk praten. Ik ben me niet bewust van de traumatische dingen die een mens kan ondergaan. Hier zit ik dan, in m’n veilige Utrechtse kamertje. Het is aangenaam warm. Er staat een kopje thee naast me en er ligt een stapeltje boterhammetjes naast me te wachten om door mij opgepeuzeld te worden. En ik ben gelukkig. Écht gelukkig, want wat heb je eigenlijk nou nog meer nodig? Geluk is een keuze. Ik neem een hap van m’n boterham. Hmm, hagelslag.

Misschien word ik op een dag wel neergeschoten. Dan komt er opeens een bange jongen langs die me met een kalasjnikov een paar keer door mijn kop schiet. De bange jongen heeft in zijn arme, eenzame leven zonder ouders warmte gevonden in een groep vrienden die hem vertelden dat als hij mij, en vele anderen neerschiet, hij een gelukkig eeuwig leven gaat krijgen. Dat zijn lichaam en geest hier op kosmische schaal er helemaal niet toe doet. Dat hij een lichaam heeft gekregen waar hij in deze dimensie een waanzinnig mooie kans heeft gekregen om een held te zijn, voor zichzelf. Voor zijn vrienden.

Buiten roepen de mensen dat hij er niet toe doet. Het doet hem pijn, maar ach, dat hoort hij wel vaker. Hij heeft grotere plannen. Het hogere doel, gaaf!

We roepen hard dat we niet bang zijn. De arme jongen heeft er geen boodschap aan. De groepering heeft er geen boodschap aan. Allebei geloven ze dat ze met het goede bezig zijn. Dat zij de wereld een stukje beter hebben gemaakt.

Ik vraag me af hoe ik ooit dood zou gaan. Hoe groot is dan de kans dat je door een aanslag om het leven komt? En hoe blij zou ik daar die arme, onzekere jongen mee maken?

Pff.

Waren we maar wat meer empatisch met z’n allen.

De Gouden Bol

ChocolademuntenKijk, daar heb je Piet. Piet is een vriendelijke eigenaar van een bonbonnerie in een klein dorpje in Friesland. Piet heeft witgeverfd, lang haar en draagt een zwart schort met een elegant gouden logo van de bonbonnerie rechtsboven. De winkel heet: “De Gouden Bol”. Het winkeltje ligt midden in het dorp Tjurke en is al jaren een begrip. Maar niet ‘een begrip’ zoals jij en ik zouden denken. De Gouden Bol heeft namelijk een geheim.

Elke eerste zondag van de maand verandert Piet zijn zaak in een heus chocoladeparadijs. Dan zet hij de balie aan de kant, alle losse rekken met chocolade worden in het magazijn gezet zodat er een lege vloer overblijft. Dan loopt Piet naar de muur toe waar nog een rekje vol marsepeintjes staat gepresenteerd. Achter de tweede plank van onder zit een héél klein rood tuimelschakelaartje verstopt. Piet duwt met z’n vingers het knopje omhoog. Er gebeurt niets.

Maarr.. 3 seconden later klinkt er van onder de vloer een zoemend geluid. BZZZZ. De vloer opent zich langzaam in 4 gelijke delen en er komt een wereld van chocolade naar boven. Een looppad met klinkers van Mercy™ wordt uitgerold. Een grote ballenbak van M&M’s, sommige wel 20 keer zo groot als normaal, vult zich. Een fontein, van witte, melk, en pure chocolade door elkaar begint te lopen. En er staat geldboom, vol met chocolademunten die je zo kunt opeten zonder te pellen. Een waar Paradijs.

Ja, het is goed vertoeven in het paradijs van Piet. Alleen niemand mag z’n chocoladeparadijs zien. En dat moet je eigenlijk ook helemaal niet willen. Het is er ook niet zo fris want al die chocolade heeft een maand lang onder de winkel stof zitten vangen. Piet stofzuigt het allemaal niet. Piet is best wel een fokking klootzak, als persoon. Nee, die die eerste zondag van de maand is het moment dat Piet zich vurig gaat zitten aftrekken in de ballenbak (die niet veel groter is dan een standaard douchecabine).

Elke keer als Piet dat rode hendeltje overhaalt vult de winkel zich met een zoetzure, stoffige lucht van oude chocolade en opgedroogd zaad. Wat had je dan gedacht? Het vloeroppervlak van een bonbonnerie is pak ‘m beet 50 vierkante meter. Paradijs? Je kan er net een balie in kwijt. De klanten struikelen soms over elkaar heen. Er is wel eens over geklaagd, maarja. Daar doet Piet natuurlijk niks mee.

Nee, Piet houdt eigenlijk niet van mensen. Als hij kon sloot hij zich het hele jaar door op in zijn chocoladeparadijs. Alleen maar aftrekken. Maar zo’n chocoladeparadijs -goed onderhouden of niet- komt toch met de nodige kosten. Gas, water licht, motoronderhoud. Daarom doet hij het maar één keer in de maand.

Nou dat was het einde van het verhaal! Groetjes van Bram.

Niks doen

Vandaag gebeurde iets geks. Ik had een Zeer Belangrijke afspraak, maar mijn wekker ging niet. Afspraak gemist. 

Wat ging er mis?

Hoe kan het zijn dat ik zo’n belangrijke afspraak mis? De avond ervoor keek ik voor het slapen nog “even” op mijn mobiele telefoon. Daarna vergat ik om de telefoon op te laden. Maar hoe komt het dan dat ik dat vergeten was? Ik zat nog even te chatten, te facebooken, of andere niet-zo-spannende dingen te het doen.

Het moment waarop je naar je telefoon grijpt, dat is zo’n moment waar je heel scherp op wil zijn. Die reflex om je telefoon te checken. En waarom greep ik naar m’n telefoon? Omdat ik een soort drang voelde om m’n telefoon te checken. En dan denk ik; wat is er nou mis mee? Nou, zodra dat ertoe leidt dat er belangrijke afspraken worden gemist, is daar heel veel mis mee.

De telefoon is een middel om verbonden te staan met de buitenwereld. Maar eerlijk gezegd begint de hoeveelheid niet-zinvolle tijd die we er op besteden wel heel erg op te lopen. Ik ook; ik krijg zó weinig werk nog gedaan! Als zelfstandig ondernemer moet ik mezelf wel dwingen hier iets aan te doen.

iphone addiction comic

Soms denk ik wel eens: hoe lekker zou het zijn om een regelmatig bestaan te hebben? Jezelf structuur opleggen, van 9 tot 5, of 10 tot 6 aan het werk. Van 10 tot 5 wat mij betreft, want het gaat er natuurlijk om om dingen af te krijgen. Of we nou braaf aan die structuur houden is minder relevant. Ik kan me best voorstellen dat er een hoop banen zijn waarin je minder productief bent, simpelwag omdat het werk niet uitdagend genoeg is. En dan ga je in de tussentijd ook sneller je tijd aan je smartphone besteden. Het lijkt er dus op dat uitdagend werk, dingen afkrijgen en smartphone gebruik met elkaar samenhangt. Hmmm.

Om dus dingen gedaan te krijgen moet je je werk uitdagend genoeg maken voor jezelf. Dan gaat de tijd snel en voel je je aan het eind van de dag nuttig, omdat je je tijd goed hebt besteed. Iets nieuws leren, of een nieuwe uitdaging aan gaan is niet makkelijk maar wel heel leuk!

Hoe zorg je dan dat je je werk voor jezelf uitdagend maakt? Waarom zou ik méér doen dan nodig? Werk is werk, toch? Volgens mij is het heel moeilijk voor mensen om zichzelf te motiveren. Zo hebben we ons hele leven geleerd werkt te doen voor een ander. En toch zou ik zeggen; geef niet op. Want des te meer je het probeert, des te vaker het lukt. Ook al gaat het met Heel Kleine Stapjes.

Dat smartphonegebruik loopt dus spuigaten uit. Maar ik kan me niet voorstellen dat ik de enige ben met dit probleem. Iedereen heeft problemen in meer of mindere mate, en dit het probleem van mij, de freelancer die af en toe te weinig werk heeft en te veel tijd en dus maar gaat zitten staren op z’n telefoon.

Zoals bij veel dingen is dagelijks geluk mijn grootste doel. Productiviteit hangt daar sterk mee samen. Als ik een topdag wil hebben, hoef ik alleen maar een taak af te krijgen waar ik een tijd tegenaan zat te hikken. Smartphonegebruik ondermijnt dat Enůrm. Na al dit geredeneer valt bij mij het volgende kwartje, hier komt ie: Smartphone gebruik verminder je door het gedrag te vervangen met ander gedrag. Zo schrijf ik dit blog al ter vervanging van het staren naar mijn smartpone.

En dan is er nog de andere kant van dit alles. Even op je smartphone kijken is Toch Ook Wel Weer Heel Vijn.

Niemand gaat 2 uur lang naar een zwart scherm zitten staren. Dus is het niet het smartphonegebruik zelf, maar juist de dingen die we met de smartphone doen waar we met z’n allen zo verknocht aan zijn geraakt?

Okay, vanuit het 3e persoonsperspectief ziet een ‘gebruiker’ er natuurlijk dom uit. Staar staar, veeg veeg. Maar hele volksstammen zitten ’s avonds natuurlijk TV te kijken. Dat hele TV kijken hoor je ook niemand meer over. Is dat dan erg? Ergens wel, natuurlijk. Maar dat hebben we ooke aardig onder controle gekregen met zijn allen. Of we zijn simpelweg gestopt met het erg vinden. Toegegeven, de content is ook crap. Als ik bij mijn pa en ma thuis op de bank zit dan erger ik me rot aan de televisie.

Ik vraag me uberhaupt af hoeveel mensen televisie kijken. Zijn kijkcijfers eigenlijk wel accuraat? Wie controleert de club die die kijkcijfers vaststelt? Ik vind dat allemaal maar weinig transparant. Terwijl miljoenenbudgetten op vanuit advertenties en subsidies erop worden gebaseerd! AFIJN. Focus Bram.

Dus wat doen we allemaal op de smartphone, en is dat erg? Hoe verslavend is het?

Ten eerste is het me opgevallen dat langdurig smartphonegebruik kan leiden tot tijdelijk dubbelzien. Door de telefoon wat verder van je hoofd te houden is dat wat meer te vermijden. Dat vergeet ik zelf nog vaak genoeg. Note to self: toevoegen aan het anti-smartphonelijstje.

Dan de apps. Iedere app is op z’n eigen manier verslavend, de een meer dan de ander.

Deze apps gebruik ik zelf het meest.

Whatsapp

Berichtjes van veel mensen, op elk moment van de dag op elke tijd. In de avond is het whatsapp verkeer het grootst. In de ochtend en in de avond checken zou voldoende moeten zijn. Misschien een idee om geen antwoord af te wachten, maar gewoon ff een kort berichtje dat de huidige status uitlegt. Of misschien ff bellen ofzo. Alsof het je moeder is die vraagt hoe je het kerstontbijt wil; doe maar wat. Delegeren gaat over het algemeen goed.

(Facebook) Messenger

Vrijwel hetzelfde als Whatsapp. Alleen wat minder populair nog. Whatsapp is ook van Facebook, dus tja. Misschien dat whatsapp er op een gegeven moment wordt uitgebonjourd. Wat gebeurt er als ik het van m’n telefoon verwijder? Dan zie ik af en toe nog berichtjes op m’n computer. Is dat erg? Is het uberhaupt nog erg om facebook te hebben? Ik heb toch whatsapp?

Facebook

Ook een heerlijk verslavende app. Lekker scrollen op de Facebook wall. Warme gevoelens, maar komop. Really? Het is heerlijk om likes te ontvangen, dat geef ik toe. En het voelt fantastisch als mensen je facebook post liken. Of er comments op zetten. Of dat het viral gaat! Super leuk!

Wat gebeurt er als ik facebook verwijder? Wat raak ik dan allemaal kwijt? Is het erg? Er zijn facebook events, er zijn facebook foto’s. Dan maar wat onhandiger. Maar facebook heb ik blijkbaar nodig voor mijn werk. Heb ik dat ook écht nodig voor mijn werk?

Reddit

Het positieve vanalles-medium. Het is trouwens debiel dat anno 2015 Reddit er nog zo slecht uit ziet op mobiel. Waar zijn die gasten in godsnaam mee bezig? Aan de andere kant; het is allemaal wel heel vermakelijk. Voor even. Het lukt vrij aardig om niet te lang te redditten.

Tinder

Oeioei, dit is verslavend. Swypen als een malle. Ik denk dat ik inmiddels wel 10000 meisjes heb behandeld. En het blijft interessant. En toch in de tussentijd zitten we met z’n allen ook lekker te Tinderen. De date die volgt is eigenlijk veel minder relevant. Elke dag zou ik kunnen afspreken, in plaats van een uur op Tinder te verbranden. Fok, wat is die app verslavend. Ik denk zelfs dat het wat doet met je hoofd.

Inner Circle

Nog zo’n verslavende app. Inner Circle, waar alle minder kanppe meiden er vast voor je zijn uit gefilterd. Ik heb de app ook maar in m’n schoot geworpen gekregen. Of ik een keer lid wilde worden, op basis van een invite. Veel chatten, leuke gesprekken, maar wederom weinig dates. Het plan is om dit soort dating-apps los te laten. En m’n smartphone gebruik te verminderen. Maar hoe doe ik dat? En hoe meet ik dat?

Al die kleine interacties zijn cadeautjes. Die zou je als beloning moeten zien. Pas na een productieve sessie kun je jezelf belonen. Dit lukt op dit moment nog niet heel aardig, maar een beginnetje is er.

Op een groter niveau; ik wil gewoon in controle zijn van mijn tijd. Ik wil nu bloggen, en dat doe ik. Dat vind ik leuk. Misschien hoort het ook een beetje bij volwassen worden. Maar ik wil niet afhankelijk zijn van een lege batterij om mijn smartphonegebruik af te breken. Dat was volgens mij ook de initiële reden om dit blog te beginnen. Analyseren, beredeneren, filosoferen. Over hoe je controle krijgt over je leven. En af en toe een debiel blogje tussendoor hoort daarbij.

De Konklusie, voor nu.

Hoe kan ik nou mijn smartphone minder smartphone gebruiken? Door productiever te zijn! Het middel is het doel 🙂 De gedachte moet niet zijn: Ik wil minder smartphone gebruiken zodat ik productiever ben

maar: Ik wil productiever zijn zodat ik minder op m’n smartphone kijk. Simpel.

Eens kijken of dat wat gaat worden. 🙂

toevoegen aan smartphone lijstje: minder doen, want scheel kijken
toevoegen aan smartphone lijstje: dingen te doen hebben is de perfecte manier om te ontsnappen aan smartphonegebruik

Mouwplank voor uw mouwen

Strijkplank voor mouwen

Heeft u een strijkplank? Heeft u armen? Dan heeft u ook mouwen. Mouwen, om te strijken. Maar mouwen laten zich helemaal niet gemakkelijk strijken. Daarom heeft u een mouwplank nodig. Een mouwplank mouwplank mouwplank. Om lekker mee te strijken strijken strijken. Vooral heel veel strijken. Laten we eerlijk wezen. Uw buurvrouw heeft er al een, of buurman natuurlijk.

Mouwstrijkplank wit

Deze mouwstrijkplank heeft allerlei features. Zo kunt u hem opklappen. De mouwstrijkplank is dus opklapbaar. Opklapbaar zegt u? Ja, opklapbaar. Deze opklapbare mouwstrijkplank is er voor u in verschillende formaten. Het beste formaat is het formaat dat bij uw mouwlengte past. Het minst beste formaat is er eentje die niet aansluit bij de lengte van uw mouw, of armen. Als u korte armpjes heeft, heeft u korte mouwen. Mouwen, die kort zijn, strijkt u het best met onze korte mouwen strijkplank. De lange mouwen strijkplank is er meer voor lange mouwen die aan lange armen liggen.

Wilt u deze strijkplank kopen? Hij kost nu 10 euro, 10 euro mensen. In het winkelmandje. In het winkelmandje met de strijkplank voor mouwen. Of mouwplank waar men ook weleens graag op zoekt. De mouwplank, de strijkplank voor mouwen, is zo fantastisch, hij is er in het wit en in het wit. Is dat niet helemaal mooi, en fantastisch? De kleuren spatten er vanaf. Dat is goed voor u, voor uw leven en voor uw wasgoed. Een betekenisvolle mouwstrijkplank voor korte en lange mouwen. Geef het een kans, laat het niet liggen. Alleen maar 10 euro. Koop nu! Kopen want ook kopen vindt u belangrijk.

U zoekt graag een mouwstrijkplank die u wilt kopen. voor 10 euro bied ik deze fantastische mouwstrijkplank voor u aan. Is het niet wonderbaarlijk? Is er geen andere mouwstrijkplank die zoveel aandacht verdient op het internet als deze? Had ik al gezegd dat hij in het wit is? Koop ‘m nu. Uw leven zal nooit meer hetzelfde zijn. Uw geluk neemt exponentieel toe als uw mouwen en die van uw man plooiloos zijn. Ja, dat hoort u goed, dankzij de mouwstrijkplank zijn de korte en lange mouwen van uw overhemd dan wel trui plooiloos. Meer succes, meer liefde, meer geluk in uw leven.

Koop nu!

Strijkplank kopen €10,-

Zwaziland

Beste inwoner van Zwaziland,

Jij en ik weten best dat we het soms niet met elkaar kunnen vinden. De Manier waarop we met elkaar omgaan is vaak niet een prettige. U schildert vaak uw huis blauw, terwijl ik mijn huis rood verf. We zitten niet voor niets met z’n tweeen in deze situatie. Ik kan er niet al te veel aan doen, maar het is zaak dat wij naar oplossingen moeten zoeken. Dat wij niet verzanden in eindeloze discussies over de kleur van ons huis. Ieder heeft zo hun eigen keuze. En ook u begrijpt dat rood de betere kleur is. In Zwaziland houden we nou eenmaal van rood. Daar mag u uzelf best bij neerleggen. Ik zal niet oordelen.

De pierlepetjes van de sofaboom liggen smierlend in het koraafblad. Mogen we u daar aan herinneren? U vindt van niet, ik vind van wel. Graag ga ik met u op zoek naar een tussenweg. Een tussenweg waarin u ziet dat ik gelijk heb, en u niet.

Toegegeven, die actie waarbij u de vaderlandse hartkwalen beter aan het platzakkerige groefjesbekertje nabracht, deed mijn vloerkleed schudden. Daar kan ik niets anders van maken. De beer, de boef, de bal. Ook ik kijk met veel ongenoegen naar de stevige gloeberboom in uw tuin. Ik zal niet klagen over uw gloeberboom. Die mag daar staan en ik begrijp de sentimentele waarde die u daaraan hecht. Het lijkt mij niet meer dan logisch dat weij die samen op de dag van de klaboer de fik erin gooien. Een mooi gebaar.

Geef ons heden ons dagelijks honkbalknuppeltje. Spring in ’t veld, een gare boterham. beter bestaat niet. Holadijeee, we nemen er twee. Zalte zoweeen zever graaf maar raak. Peren paren pietje baf. Blodiewadiewop. Streef je kort, een lange gedachte. Voor ieder en iedereen.

Met gepaste groet,

Chorniflasbof.


 

Geachte Chorniflasbof.
In Zwaziland streven we naar een blauw huis. Feele flardorium stagoes greva. Klopboor bali petronella choreografie. Als u begrijpt wat ik bedoel. En daarvoor zullen we alijd in de clinch liggen. Ik heb al een verzetsgroep in het leven gebracht met mijzelf als enig lid. De intentie is vreedzaam doch offensief aggressief. Omdat u dat waard bent.

U weet, mijn argumentatie behoeft geen verdere uitleg. Maar om het voor u toch nog wat verder uit te dijen blaag ik frotzalig door het groen. Groebeltjes sta ik droolbaar in de friebel. Gonzachtig, niet grollig. Frobbelaholiotank! Frobbela stradiavoluptuaan.

Blauwe huizen, geen rode. Ik begrijp uw begrip. En voel u vrij om mijn standpunt te forceren. Ik begrijp u, soms (niet), dus dat. En toch want ja en ook nee.

Met zeer gepaste groet,

inwoner van Zwaziland

Hoe verander je iets?

 

Gisteren stond ik op Hilversum op een te druk perron te wachten op een vertraagde trein. Zoals wel vaker bij vertraagde treinen is het dringen geblazen. Als een mierenkolonie vallen we over elkaar heen om maar naar binnen te mogen. Terwijl er ondertussen ook mensen uit moeten stappen.

Elke keer als dat gebeurt vraag ik me weer af: waarom hebben treinen geen instap- en uitstapdeur? Zoals in de tram. Dat is toch veel makkelijker?

Dus ik dacht: ik vertel de NS dat. Maar waarom eigenlijk? Heeft het eigenlijk zin om ze dit ter vertellen? De NS is een logge organisatie, en ik heb er geen vertrouwen in dat mijn idee zorgvuldig wordt bekeken. Tijdsverspilling zou het zijn. En toch denk ik dat het idee de moeite van het proberen waard is.

In dit blog ga ik het helemaal niet hebben over dat idee. Ik ga het hebben over hoe je iets verandert. En om een hele boel analyse te besparen zet ik maar gewoon een aantal dingen op een rijtje die volgens mij wel werken. Het is gebaseerd op Boerenverstand™. Ik ga niet zitten googlen want dan komt zo’n blog nooit af, ik ken mezelf. Maar doe vooral wat je niet laten kunt.

Het is eindeloos veel makkelijker een idee niet uit te voeren dan om het wel te doen. Waarom eigenlijk niet? Mensen houden niet van verandering. Maar hoe draai je dit dan om? Wat werkt dan wél?

1. Maak van mensen ambassadeurs

Probeer niet iedereen in één keer te overtuigen. Wees geen Don Quichote. Werk een idee met meerdere mensen uit. Het is gemakkelijker om door 2 mensen overtuigd te raken dan door één.

2. Zorg dat het idee echt goed is

Wees kritisch op jezelf, en bedenk antwoorden op redenen om het niet te doen. Bijvoorbeeld: “we kunnen het altijd eens proberen en kijken of het werkt” werkt beter dan “Dit idee gaat werken, want [..]”. Experimentjes falen niet.

3. Houd het leuk

Je moet dit, je moet dat. Niemand vindt het leuk om dingen te moeten. Breng het idee als iets luchtigs, nieuws, spannends, interessants.

4. Verkoop de gaten, niet de boor.

Je idee is vaak een middel tot een doel, en het is makkelijk om dat doel te vergeten. “Wat heeft mijn publiek hier nou aan?” is een goede vraag. “Wie zit hier nou echt op te wachten?”. In mijn voorbeeld van de NS zou ik me kunnen voorstellen dat er een veel betere doorstroom op de perrons plaats vindt, als ook een vriendelijkere sfeer, omdat we niet op elkaar hoeven te wachten.

5. Leef je in in je doelgroep

Wie is je publiek, en zitten ze eigenlijk wel echt te wachten op verandering?

6. Denk na over je eigen motivatie

Waarom wil je graag iets veranderen? Wees eerlijk naar jezelf. Is het uit ergernis? Of heb je toch wel een groot ego en wil je graag gehoord worden? Misschien is het wel handiger je idee los te laten en niet proberen de wereld te veranderen.

7. Bedenk of het de moeite waard is.

Ik geloof dat je uiteindelijk alles kunt veranderen. Maar moet je het ook willen? Sommige instanties (*kuch* overheid) zitten zo in elkaar dat echte verandering niet plaats hoeft te vinden. Wees vooral op je hoede voor kleine organisaties met veel personeel.

Conclusie, heb je een goed idee, besluit of je de moeite wilt doen. Zo ja, ga op campagne en overtuig je publiek.

De oude knar

Er brandt licht in de keet van de scoutingvereniging. Het is laat en de laatste groep is net vertrokken. Ritmisch trekt Willem alle veertien bruine rolgordijnen naar beneden. Een ritueel dat zich elke zondagavond voordoet. De tafels zijn afgenomen, maar de verwarming laat hij vanavond nog even aan. Willem sjokt naar het koelkastje in de hoek van de zaal en trekt een biertje open. “Gefeliciteerd ouwe knar”, zegt de oude man tegen zichzelf. Op de tafel ligt een bloemetje en een VVV-bon van vijftig euro.

Interessant, deze manier van schrijven kost veel langer dan gewoon het een en ander bloggen. Non-fictie is makkelijk. Creatief schrijven is moeilijk. Het is leuk, maar het is moeilijk. Het voelt nog niet per se alsof het iets is wat ik vaker doe. Ik kan me er namelijk nog niet helemaal in verliezen, en volgens mij is dat wel een voorwaarde. Ach ja, vandaag wel weer een half uurtje bloggen gehaald. Hooray for me!

Wat je nu kunt doen om nooit meer na te hoeven denken over cadeautjes

Ik weet niet hoe het met jou zit, maar ik heb altijd erg veel moeite om cadeaus te verzinnen. Ik heb eigenlijk alles al, en cadeaus geven is zo enorm ingesleten in onze cultuur dat we nou eenmaal cadeaus moeten krijgen. Hoe pak ik dit aan? Dit is een verkenning van het creatieve brein.

Aan het eind van dit blogartikel geef ik als tip mee: houd een lijstje bij, en als je er iets tebinnen schiet, schrijf het dan meteen op het lijstje. In het artikel heb ik beschreven hoe je sommige creatieve problemen kunt oplossen door er een langetermijn-project van te maken.

Creativiteit is moeilijk. Maar sommige problemen hebben het nodig. Bijvoorbeeld het verzinnen van een cadeautje voor iemand. Wat ik heb gemerkt, is dat je sommige problemen zich automatisch kunt laten oplossen. Ik noem dat het probleem achter in je hoofd parkeren. Het is alsof je een vraagstuk laat rijpen, en dit is hoe het werkt:

Iemand vraagt je: wat wil je hebben voor je verjaardag? Daar weet ik op dat moment geen antwoord op. Maar ik parkeer het probleem achterin m’n hoofd. Op een gegeven moment sta ik in de keuken de afwas te doen en opeens schiet het me te binnen: ik wil wel graag een nieuwe pan. Wat is hier gebeurd? Op een of andere manier heb ik mijn hersenen de rust gegeven om tot ideeën te komen. Als je je wel eens verdiept hebt in creativiteit dan is dit misschien niet heel nieuw voor je.

Maar ik merk dat ik dit principe, het parkeren van een probleem, steeds vaker voor vanalles toe pas. Voor sommige dingen is het heel nuttig, zoals lijstjes. Boodschappen, cadeaus.

Wat wil ik nou eigenlijk zeggen? Waar gaat dit blog nou over? Het is allemaal niet heel boeiend. Wat ik wil vertellen is dat het soms handig kan zijn om een lijstje bij te houden, zodat je de willekeurige ideeën die je af en toe te binnen schieten meteen weg kan schrijven. Net als mijn blog-onderwerpenlijst. Ik vertel dit de wereld omdat ik denk dat mensen hier wat aan hebben. Het helpt mij enorm, in ieder geval, en dat wil ik graag delen. Maar iets zegt me dat misschien maar 0.001% van m’n lezers dit echt een keer gaat proberen. Dat komt dan weer omdat er hierna een ander artikel is waar weer duizend en één andere tips voor een beter en efficienter leven in staan. Zo wordt de boel wel lekker oppervlakkig. Wat heeft een blog vol met lifehack tips nou zin als er vervolgens zoveel concurrentie is op onze aandacht? Misschien als ik héél specifiek inzoom op dit ene probleem: hoe kom ik aan cadeau-ideeën? dat ik daar mensen mee help. Daar kan ik dan mooi op focussen.

De titel moet dan iets hebben als: nooit meer na hoeven denken over cadeaus. Wat je nu kunt doen om nooit meer na te hoeven denken over cadeautjes. Het zit ‘m eigenlijk in de houding die je aanneemt voor het probleem.

In het artikel ga ik de lezer dan vertellen wat hij kan doen om tot cadeau-ideeen te komen, zonder dat ik ook maar zelf een suggestie doe. Ik geef verschillende methodes aan die kunnen helpen.

Er zijn cadeautjes en er zijn cadeautjes. Een goed cadeau zegt: ik ken je, ik heb de moeite genomen om me in jou te verdiepen en ik denk dat je hier wat aan hebt. Fuck, wat zijn cadeautjes een saai onderwerp. Kan er helemaal niks mee. Kutzooi. Laat maar zitten ook.