Eefje

Eefje de Visser, ongeveer. In een vlaag schrijf ik nu over genieten van muziek. Hoe weet je of muziek landt? Binnen de eerste seconde begint er onderin je rug een tinteling die je nek in rent. De gitaar belooft: zo gaan we het aanpakken de komende paar minuten. De toon is gezet, er is akoestiek en sfeer.  Je zintuigen mogen aan het werk. Ah, kippenvel. Dat melancholische gevoel dat je bang bent, dat je het gevoel hebt dat je uit elkaar aan het brokkelen bent. Ik vang een vlaag woorden op en hang er betekenis aan. De muziek landt, vochtige ogen. De tekst maakt niet zoveel uit. De laatste paar weken hebben m’n hersens een slotje bedacht, en deze muziek is nu even de perfect geslepen sleutel op hem te openen.

Ik kan me niet neerleggen bij de gedachte een specialist in een bepaald onderwerp te worden. Het is de makkelijke weg. Ben ik wel een echte ondernemer? Ik word specialist in ondernemerschap. Mensen bij elkaar zetten, samen mooie dingen maken. Risico’s inperken. 1000 dingen tegelijkertijd in de lucht houden. Melancholiek: een gemoedstoestand die neigt naar depressie en zich kenmerkt door een verdrietige kijk op het verleden of een onvervuld verlangen.

Het kippenvel, de directe beloning. De tranen, liefde. Ik word liever niet gezien als ik van mooie muziek geniet. Volgend nummer.

Woord

Dat gevoel dat je de wereld gaat veranderen, hoop. Inspiratie. Pindakaas. Woorden. Het zijn maar lege hulzen als ze er niets toe doen. Ik kan hier schreeuwen:

HOI LEZER!

En wat maakt het uit. Ik schrijf dit voor mezelf, niet voor jou. Je mag meelezen. Jij, lezer staat aan de zijlijn van mijn éénmansvoetbalspel. Een beetje stil mee te kijken hoe ik onhandig een bal over het veld schop terwijl ik tegen mezelf praat: “het maakt niet uit, dit doe je voor jezelf, je publiek is leuk maar niet relevant. schrijf maar gewoon, schrijvertje. Schrijf maar gewoon die woorden die in je opkomen. woorden als Kers, Automobiel en Vla.” En jij, de lezer, mag dan van alles denken. Ik oordeel niet. Jij mag gerust oordelen. En stiekem hoop ik dan ervaring op te doen met schrijven. Waarna ooit een moment komt dat mijn schrijven door zal breken, en ik beroemd raak. En dan? Dan doe ik nog steeds hetzelfde. Poe.

Dit is het, hoor. Deze woorden, die hier nu dynamisch onder mijn knipperende cursor verschijnen hebben net zoveel betekenis als dat we zelf belangrijk vinden. Voor hetzelfde geld ben jij, lezer, al afgehaakt en typ ik hier in een lege nietsheid. Dan kan ik hier gewoon een zin neerzetten, zo absurd, want hij wordt toch niet gelezen. Een zin als: Vandaag  heb ik zeshonderdvijfendertigduizendriehonderdbakvis andersoortig melaatse vloerpartijen in de bocht genomen.

Lekker typen over de dingen. Gewoon. Dingen. Eigenlijk weet ik dan niet precies waarover. Soms heb je van die dagen. Ja beste mensen, vandaag staat hier geen meesterwerk. U zou het moeten doen met dit stukje tekst. Ik adviseer u, lees dit niet. Er zijn nuttiger dingen te doen om uw tijd aan te besteden. Had ik dat u aan het begin van dit verhaal kunnen vertellen? Maar natuurlijk! Ik ben immers de schrijver. Maar dat heb ik niet gedaan en nu leest u niets. Wat ik zeg, het is geen pareltje, dit.

En wat dan nog! Ik zit hier niet om pareltjes te schrijven. Ik schrijf hier rauwe brij op. Woordenkots, om lekker opgelezen te worden. Lees mijn kots, lezertje. Bla bla bla. Ik hou van je, lezertje, maar vandaag gaat het gewoon even over mij en mijn woordenbrij.

Hebban olla vogola.

22 mrt ’16, 7:50 – 8:15

Flow meten

Hoe lang duurt “flow” eigenlijk? Ik ben benieuwd hoe lang en hoe vaak een goede flow sessie duurt. Hoe vaker in de flow, hoe meer ik gedaan krijg. Dit gaan we maar eens bijhouden. Misschien raak ik dan wel verslaafd aan flow..!

Do 24/03/16 10:30 – 12:00 (1,5u) projectvoorstel
Di 22/03/16 14:45 – 15:30 (0,75u) projectvoorstel, schetsen
Di 22/03/16 11:00 – 13:00 (2u) projectvoorstel opzet en schetsen
Di 22/03/16 9:15 – 10:30 (0,75u) projectvoorstel
Ma 21/03/16 14:45 – 16:15 (1,5u) 3d modeling
Ma 21/03/16 09:45 – 12:45 (3u) projectvoorstel

Spelregels

  • Telefoon uit
  • Stopwatch aan

Oh, ja.

Tja wat wil ik nog een beetje vertellen zo? Dat de wereld veranderd kan worden en dat verandering moeilijk is? Dat weet ik ook wel. Dat de donkere verleiding van het mobiele apparaat een destructieve is. Ik wil tijd maken voor ontspanning op m’n telefoon, want dat hele tussendoorgedoe werkt niet. Korte concentratiesprints van een uur of 2. Plannen maken, afspraken nakomen, ook met mezelf. Of zo goed mogelijk. Goed eten, veel bewegen. En ’s avonds tijd om even een uurtje mobiel tijd te verdrijven. Moet kunnen. En tussendoor? Een afspraak plannen via whatsapp is een gedoe, want heen en weer appen. Daar heb ik zo geen oplossing voor. De vraag is; komt dat scenario voor? Berichten compacter maken en met een hoge informatiedichtheid is de oplossing.

Hoe komt het nou dat het mis is gegaan met het bloggen? Nou ja, mis. Het is wel ff stil nu. Ik ging er prat op dat ik elke dag blog, maar feit is, ik doe dit 99% voor mezelf. Als een middel om meer gedaan te krijgen op een dag. Elke dag een schrijfritueeltje. Niet verkeerd.

En die telefoon, die dopaminegenerator. Misschien moet ik gewoon genieten van haar aanwezigheid. Elke dag een uurtje toestaan. Het is de afwezigheid van mensen die alles zo zwaar maakt. Eenzaamheid ik zie ik als de reden voor futloosheid. Genoeg mensen blijven zien, dus.

Oppakken

ma 21/3 8:00 – 8:15

Hoi Blog, daar was ik weer, terug van weggeweest. Ik heb geen zin om een heel moralistisch verhaal op te gaan hangen. Ik heb geen zin om met mijn vinger te wijzen en te zeggen: deze en deze aanpak is de beste aanpak. Want hierom en hierom. Want ik doe maar wat.

Ik zie dit als een nieuw begin, een tweede poging van dagelijks schrijven als therapeutisch middel. Het gevoel van productiviteit dat het geeft aan het begin van de dag, helpt me ook beter aan andere dingen te beginnen. Dat is de theorie. Gebaseerd op de universaliteit van: begin maar gewoon, dan gaat het werk daarna vanzelf.

Ik heb het nodig. In de opstartfase van mijn bedrijf zijn er genoeg dode momenten. Veel werk te doen, maar niets is urgent. Acquisitie moet gedaan worden, maar waar precies is me een raadsel. Angst overvalt me als ik denk aan een samenwerking met “mensen in de aannemerswereld”. Mijn vooroordeel is dat het keiharde types zijn. Onderhandelen tot de bodem. En, zoals altijd, sta ik ook hier er wat langer bij stil en denk ik: ach, ik weet wat ik wel en niet wil, dus dat keiharde onderhandelen zal wel meevallen.

Nog zo’n angst: Wat als ik iets beloof en niet lever? Veel werken met go-no go momenten, resultaatverplichtingen aangaan. Man man, wat een angsten. Vind ik het nog wel leuk? Wat moet er gebeuren om dit verhaal tot een succes te maken? Ik heb geen zin om straks in de zomervakantie zonder poen te zitten, en ik ben nu hard op weg om dat scenario waar te maken.

Nee. Het wordt tijd voor een optimistisch verhaal. Er zijn zat potentiële opdrachtgevers in de wereld, en we hebben al een gesprek gehad waar we een voorstel bij mogen neerleggen. Mooi is dat, toch? En vandaag gaan we daar eens fijntjes mee aan de slag. Had ook vorige week gemogen, maargoed. Het is niet anders.

Hoe komt het nou dat ik op een gegeven moment gestopt ben met dit blog? Ik kreeg er veel creatieve energie van. Het maakt ook niet uit, vanaf vandaag gaan we elke dag weer wat schrijven. En vroeg op, want dat is goed voor de geest. Structuur enzo.

Bram, jij kunt dit.

Gedrocht op visite

Het beest, het gedrocht. Het stinkende, rode geschilferde, 3 meter hoge beest met zijn grote snuit loopt door de straat van een hollandse jaren zeventig woonwijk. De keurige doorzonwoningen met hun oranje dakpannen liggen er netjes bij. Het gedrocht loopt op een willekeurig huis af. Binnenin het huis zit een gezinnetje the voice te kijken. Het gedrocht loopt DOOR de woning heen. Alles om hem heen breekt. Het gedrocht begint aan de keukenzijde. Het keukenraam breekt als eerst. Het aanrecht breekt in tweeën. De keukentegels breken aan diggelen, waarna er alleen nog een mozaiek van te maken is. Het plafond komt ter hoogte van de torso van het gedrocht. Het plafond krult op. Het gedrocht is aangekomen bij het zitgedeelte.

Een meisje op tv zingt een liedje van Adéle. Dit meisje heeft niet door wat er zich gaat afspelen in deze woonkamer. Het gedrocht grijpt met zijn klauw de TeeVee vast en vermorzelt de projectie van het meisje in zijn krachtige klauwen. Vonken vliegen er vanaf. Het vervormde geluid van Adéle blijft uit de perfect werkende speakers komen waarna het gedrocht vuur blijkt te kunnen spuwen die hij richt op de Stereoversterker die de Man des Huizes die zelfde week nog vaardig aan de televisie heeft geklust met een AUX kabel. Voor de zekerheid wordt de verkoolde versterker nog in twee stukken gescheurd als ware het een aviertje.

De familie verschuilt zich in de woonkamer, wetende dat zij dit niet gaan overleven. Het gedrocht richt zich tot de familie. Het is een wat apart tafereel want het gedrocht is moeilijk te zien met zijn hoofd op de volgende verdieping. Hij maakt wat ruimte door met zijn torso het gat in het plafond van de woonkamer groter te maken. Er valt een bed naar beneden, op de hond. Door een stapje achteruit te nemen ziet hij het angstige gezin in een hoekje zitten. Hij begint met het jongste kindje vandaag. Het kindje schuilt onder de bank, de trillende voetjes verklappen de aanwezigheid. Het gedrocht trekt het onder de bank vandaan en pakt het krijsende stukje ellende in zijn linkerklauw vast. Eerst het kopje eraf, heeft hij geleerd op de school van gedrochten. Dan blijft de rest lekker mals. Plop. Bloed spuit de woonkamer in. Op de rode Norsborg hoekbank zien we er gelukkig niets van. De armpjes spartelen nog wat na. Ondertussen begint moeders ongelooflijk te krijsen. Dit was altijd het nadeel van zo’n binnenwandelsessie. Je verscheurt letterlijk zo’n heel gezin en dat moet geuit worden op de een of andere manier. Het gedrocht bijt de jongste af tot aan de onderbuik. Het malse orgaanvlees smelt zachtjes op de ruwe tong van het gedrocht. De benen bewaart hij voor later, Daar maakt hij straks een salade van.

Dan is de Moeder aan de beurt. Hij heeft het niet zo op moeders. Hap slik weg. Taaie schedel deze keer. Krak. De lelijke spataderbenen van de moeder halen de salade niet. Het gedrocht opent voorzichtig de GFT-bak en propt de benen tussen het resterende tuinafval en de gebruikte senseo-pads, het past allemaal maar net. Vanavond zou hij aan de straat gaan. Vader en de oudste zitten lijkbleek in een hoekje hun lot af te wachten. Het gedrocht besluit nog eventjes te wachten met die twee.

De hele vloer van de woonkamer is onder het bloed komen te staan. Plens plens. Van de keuken is weinig meer over. De eetkamertafel staat er nog wel vrij netjes bij. Dus het gedrocht zorgt ervoor dat deze nog eventjes plat wordt gemaakt. Een relatief klein klusje voor een gedrocht. Het is tijd voor een tweede ronde. Het oudste kind, een puber van een jaar of veertien, zit huilend als een baby in de hoek van de kamer. Hij voelt zich niet fijn. Het gedrocht hurkt door de gedrochtenknieeen en voor de eerste keer ziet de puber het lelijke, korsterige gezicht en grote snuit van het gedrocht. Het zal het laatste zijn wat hij ziet. In de ene klauw, het lijf. Met de nagel van zijn andere klauw snijdt hij de keel van de puber door. De hoge druk van het bloed spuit in de mond van het gedrocht. Het smaakt hem voortreffelijk. Het linkerarmpje, het rechterarmpje worden als kippenpootjes losgetrokken van het rompje. Het wil niet echt, alles is een beetje glibberig geworden van het bloed. Nog een keer. Nu wel, het armpje scheurt los en er blijven nog wat spieren en pezen aan het uiteinde bungelen. Spelen met je eten wordt aangemoedigd op de school van gedrochten. Angst kan als een natuurlijk specerij werken, je hebt erna eigenlijk niets nodig. Sommige gedrochten nemen wel eens zout mee naar hun binnenwandelsessies, maar deze probeert een beetje op z’n bloeddruk te letten.

De benen van de oudste worden aan de kant gelegd. Twee paar benen voor in de salade nu. De voeten blijven altijd een half uurtje natrillen. Als het gedrocht snel is proeft hij dat nog, dat kietelt dan zo lekker in de mond. Vader is over. Heldhaftig staat hij op. “Hier ben ik, doe wat je wilt” zegt de vader heldhaftig als een held. Iets waar hij spijt van zal krijgen. Het gedrocht heeft de tijd. Omwonenden zijn te druk bezig met filmen, niemand denkt eraan de politie te bellen. Het bebaarde hoofdgerecht wordt in de toevallig nog functionerende oven gepropt. Gelukkig had het gezin een Smeg Maxi-oven waar een volledig persoon in past. Bij binnenkomst had het gedrocht dit fraai staaltje techniek al in zijn ooghoek zien langskomen en het “perongeluk” gemist bij het vertrappen van de woonkamer. Beter nog, hij had de over vast voorverwarmd op 220 graden Celcius. De vader werd eringepropt. Natuurlijk probeert hij, net zoals alle andere hoofdgerechten, de oven te ontsnappen dus heeft het gedrocht een dwarsbalkje tegen het deurtje gezet. Dit was een mooi moment om de salade voor te bereiden.

In de tuin stond een rijtje slecht gesnoeide coniferen die hij uit de grond trok. Dat er wat grond meekwam in de salade vond hij nooit zo erg. De takken van de conifeer trok hij los van de stam. Met hij bedoel ik het gedrocht dus, wie anders pff. De coniferenbladeren werden bij elkaar gelegd in de woonkamer en namen een gedeelte van het bloed op. De benen snijdt hij altijd in stukjes met de elektrische heggenschaar. Maar die was stuk dit keer. Dan maar met de handen losscheuren, lekker op z’n surinaams. Nog even wachten op het hoofdgerecht, hij was bijna klaar nog 4 minuutjes volgens zijn timer. Hmm hmm. Het gedrocht dagdroomt een beetje over Fifa voetbalspelletjes en genetisch gemodificeerde aubergines.

Dan gaat de timer, vader is klaar. Hij is heel krokant geworden. Alleen het hoofd is iets verbrand, Dat gebeurt altijd het snelst. De oren, de neus, ze raken altijd verbrand. Doe je niets aan. Ook de oogkassen zijn volledig leeg en zwartgeblakerd. Het gedrocht gaan in de woonkamer zitten in kleermakerszit. Links; vader-uit-de-oven, rechts: benensalade. Eet smakelijk gedrocht!

Satan en Henk

In het land woont een man die niets te verliezen heeft. Naam: Henk. Beroep: Visser. Alweer? Nee. Beroep: Melkboer. Lekker, met melk zeulen. De melkboer is een man in een witte jas met een karretje en een witte bus. We zien hem tegenwoordig niet zoveel meer maar hij is er wel. Zeker als we het jaartal wat terugdraaien. Jaartal? 1956. Lekker oud. De man in de witte jas is melkboer en hij brengt melk rond in doorzichtige, glazen flessen met een gouden dop. Niet echt goud, hoewel hij er wel eens over na heeft gedacht. Wat als ze één keer, bij wijze van uitzondering, een fles uitbrengen die een gouden dop heeft? Dan kunnen mensen opeens een fles winnen met daarop een gouden dop. Dat betekent dan dat ze een geldprijs winnen, of een gouden dop. Dat zou vast voor meer verkoop zorgen. Wie wil er nou niet een gouden dop van een melkman ontvangen?

De melkman wandelt, met een kratje melk naar de voordeur toe. Mensen willen nou eenmaal melk. Af en toe doet er een mevrouw open die dan een beetje zwoel staart naar de melkman. Je weet wel wat ik bedoel. Maar de melkman kent zijn plek. Alleen witte melk, geen andere substanties. En dat doet hij goed hoor. Sharif, de andere melkman van het dorp op de hoek neemt zijn taak niet zo nauw. Zijn motto: klanten kun je maken.

Henk de melkboer komt na een uurtje werken aan bij een huis dat vrij groot is, hoe groot vraag je je af? Dat wil ik ook wel weten maar ik heb geen rolmaat bij me. Heel groot. Zo’n kast van een huis. Niemand zou voorzien dat deze dag anders zou verlopen dan andere dagen, zelfs andere dagen die van zichzelf al anders verlopen. Anders, dat is deze dag ten voeten uit.

Afijn, de melkman loopt, een eindje te lopen. Lekker lopen, lekker lopen. Het is immers een groot huis. Wacht hij is er al. Hij kent deze mensen. Het huis is van Jonkheer Froebel de la Krab-Veleijn-Haribal en zijn vrouw Trees. Jonkheer Froebel werkt thuis, hij zit boven in zijn royale met mahoniehoutenkantoor beklede slaapkamer zich om te kleden. Hij staat net op het punt om in zijn met mahoniehoutenslaapkamer beklede kantoor wat werk te verrichten, en daarvoor trekt hij graag “Werkkleding” aan, iets waar hij maar al te graag grapjes over maakt. Want het is natuurlijk gewoon een overhemdje. Trees zit beneden in de theekamer op een houtje te bijten. Ding dong. Daar is Henk, de melkman. Maar Trees doet niet open, Jonkheer Froebel doet niet open. Degene die open doet is Satan, de bediende.

“HALLO WIE IS DAAR” brult Satan. “De melkman”, zegt Henk voorzichtig. Er komt rook onder de deur vandaan. Satan had net een sigaretje opgestoken voordat hij open deed. Satan, de bediende, is maar wat blij met de melk. Deze ochtend had Jonkheer Froebel hem nog uitgefoeterd (Jonkheer Froebel houdt van roerei met een scheutje melk), dus nu kon hij morgen weer ontspannend aan het ontbijt beginnen. Satan afrekenen, Henk melk geven, iedereen blij. “Dààg”, “Hoooi”. Of.. Wacht eens even. Hij heeft te veel wisselgeld teruggegeven! En in de jaren 1956 was dat een ramp. Satan was inmiddels naar binnen, maar hij had de deur niet goed dichtgedaan. Onhandig. Henk tuurt om de hoek van de deur. “euh, pardon? Hmm?” Geen gehoor. Satan is weg.

Jonkheer Froebel de la Krab-Veleijn-Haribal is een verre afstammeling van het legendarische Krab-Veleijn geslacht uit West-Schots IJsland. De laatste tak, een sterk geslacht. Elke jaar komt de hele familie De la Krab-Veleins (kortweg ‘de la’, voor directe vrienden en familie, andere mensen die ‘de la’ zeggen worden gefussileerd. Nu gebruiken we het even voor het gemak. Daar dit een fictief verhaal betreft vertrouw ik er wel op dat het wel even goed gaat) bijeen voor een potje Golf.

De melkman loopt verder door het lege gebouw, op zoek naar Satan. Of nou ja, niet echt op zoek. Maar hij wil zijn wisselgeld terug. Godverdorie, hoe moeilijk kan het zijn. Dan treft hij daar Trees aan, nog altijd bijted op een houtje. Nu is Trees het type vrouw dat je krachtig kunt noemen. Je kunt haar een beetje vergelijken met een walvis. Ze is ook een zoogdier. Haar slanke postuur, goudkleurige haren en witte huid doet Henk denken aan de melkfles met de gouden dop. Hij heeft haar gevonden. Dit kon geen toeval zijn. Henk steekt een sigaretje op. Trommeletrom. Trommeletrom, we horen een trommelend geluid. De vrouw, Trees is een trommelaarster. In haar mond een houtje, in haar handen twee trommelstokken waar mee ze een vel bewerkt ter grootte van pak ‘m beet een koekepan. Trommeletrom. Het is een apart tafereel, en Henk is geintrigeerd.

Henk staat in de deuropening te kijken naar zijn Sirene. De goudharige bleke vrouw met haar trommel. De wereld verdwijnt. Even is er geen vloer meer, geen raam, geen lamp, geen sigaretje. Geen niks niet. Alleen haar, en hij en een dreunend tromgeluid. Henk kan het niet laten. Zijn mond valt open, het sigaretje valt uit zijn mond. Maar de tijd en de ruimte staan stil. Het sigaretje blijft op de plek staan waar Henk inmiddels niet meer staat. Achter zich, boven zich, onder zich, zwart. Henk, in zijn hand een mandje met zes lege flessen. Ze vullen zich met leegte, De vrouw blijft trommelen, trom trom. Ze heeft hem door, maar ze reageert niet.

De Melkman, hij is er en hij heeft nog steeds een witte jas aan. Witte jas. Hij loopt door het huis en bewondert de trommelende Trees. Achter zich staat Satan en Henk heeft hem niet door. Satan is van het schrikken. Hij tilt zijn hand langzaam op en dan plots, tikt hij tegen het oorlelletje van Henk. Henk kijkt om en ziet Satan snel wegrennen. Nu is Satan niet zo groot dus Henk rent achter hem aan en heeft hem zo ingehaald. De gang is lang. Henk komt naast Satan rennen. Henk zegt dat hij dat niet fijn vindt wat Satan nou net heeft gedaan. Satan zegt oh sorry, het ging perongeluk maar Henk gelooft dat niet zo, dit soort dingen gaan niet per ongeluk. Henk en Satan rennen een eindje door de gang. Ze zijn nu toch lekker bezig dus waarom niet. Ze komen langs een schilderij van Jonkheer Froebel. Zo’n statig portret, waarop het lijkt alsof de geportretteerde je vanuit elke hoek van de kamer aankijkt. Jonkheer Froebel rookt een pijp op het portret.

Terug naar Jonkheer Froebel in zijn werkkamer. Hij rookt een pijp. Hij zit in zijn werkkleding in zijn werkkamer te werken aan werk. Man man, wat kan die man werken. Als Jonkheer Froebel hard aan het werk is, bijvoorbeeld om zijn vispetjesfabriek in goede banen te leiden, dan neuriet hij altijd in zichzelf. Hmm hmm hmm, werkiewerkie, hmm hmm. En soms, als hij heeeeel erg veel te doen heeft, dan schreeuwt hij heel hard HM HM HM WERRKRKKIEE WEEEERKIE WEEERKIE. Daarmee kwam het werk sneller af. Je zou zeggen dat dat juist alleen maar slecht is voor de concentratie. Maar dit was niet het geval bij Jonkheer Froebel. Het was zelfs zijn geheime wapen, waarmee hij sneller en harder kon werken dan de concurrentie van de vispetjesfabriek en andere visgerelateerde fabrieken die hij ook in bezit heeft sinds de overname van ’54.

De pijp van Jonkheer Froebel is opgeraakt, dus hij heeft meer pijpspullen nodig. Hij roept zijn bediendeSATAN SATAN WAAR BEN JE. Geen gehoor. He, verdorie. hmm hmm LOOP LOOP LOOP Jonkheer Froebel wil snel lopen. De pijpspullen heeft de heer Froebel dacht ik beneden neergelegd, dus hij gaat daar even kijken. Ja inderdaad daar ligt het. Beneden is ook Trees aan het trommelen. “Goedendag Trees, hoe maakt u het?” HEEEL GOED FROEBEL IK BEN AAN HET TROMMELEN.” Trees stopt met trommelen. Een stilte valt over de kamer heen. Dus begint ze maar weer. TROMMEL TROMMEL TROMMEL. Froebel heeft zijn pijpspullen en wil weer naar boven. Maar hij is toch benieuwd naar waar Satan is. Froebel loopt een kamer in. In de kamer staat een standbeeld, maar geen Satan. Froebel loopt de keuken in. In de keuken staat een chef, Megatron, de bietjes te snijden. Hmm. Bietjes. Maar geen Satan. Dan maar de lange gang in, zucht. Erg praktisch was het niet om een gang van 5km te laten bouwen, maar hij had wel de langste gang van de hele wereld.

Satan en Henk zijn inmiddels lekker in een jogtempo geraakt. Ze komen langs een hoop interessante dingen. Satan was zelf nooit zo ver in de gang gerend, omdat Froebel meestal in het huisgedeelte zelf zit. Iedereen was het er eigenlijk wel mee eens dat de gang een erg onpraktisch ding was. Froebel zal wel blij zijn dat hij een keer goed gebruikt wordt. Maar zo zie je dat vaak bij gangen van 5km. Het lijkt leuk maar na 3 keer doe je er niets meer mee. De gang buigt en helt een beetje naar rechts. Zeer aangenaam lopen is dat wel. De gang is behangen met een verticaal strepenpatroon, heel chique, heel wow. Dat geeft het gevoel alsof je heel snel gaat als je door de gang rent. Het was een idee van Froebel zelf. In de verte zien ze een splitsing. “Huh? ik wist niet dat er een splitsing was!” Riep Satan. “Kom we gaan linksaf” zegt Henk de Melkman in de hoop dat het een lus is en hij uiteindelijk weer omgedraaid is en daarmee terug de gang in loopt. Satan vindt het een goed idee en samen loopt het duo links de splitsing in. Meer gang, meer van hetzelfde.

Jonkheer Froebel is inmiddels een stuk op weg in de gang. hm hm hm loop loop loopie loop. Hmm, deze gang moet nodig eens een keer afgestoft worden. Maar er staan verse voetstappen op de vloer. Twee paar! Froebel voelt zich opeens wat minder veilig en alleen in zijn eigen gang. “Die gang was een slecht idee” denkt de jonkheer. Froebel staat stil. Achter zich heel stil het getrommel van Trees. Voor zich hoort hij ook wat. Hij hoort twee paar voetstappen. Ze worden luider. Daar komen Satan en nog iemand aan, wie is dat? En waarom joggen ze? “HOOOO HOOOOO STOP” Roept Froebel. Wat moet dat in mijn huis? Satan en Henk stoppen hijgend en puffend voor de heer Froebel. Henk probeert een hand te geven aan de markante eigenaar van het pand maar hij heeft zijn handen vol met een rekje lege melkflessen en in de andere hand wisselgeld.

“Henk komt zijn wisselgeld ophalen” zegt Satan, die inmiddels tijdens het joggen even kennis heeft gemaakt. Froebel trekt zijn portemonnee. “Alsjeblieft jongen” zegt Froebel terwijl hij Henk 2,50 geeft. “Maar goed dat ik die lus in heb laten bouwen, anders was ik jullie voor altijd kwijt geweest”. Hahaha iedereen lacht. “Ja, nou, we hadden ook om kunnen keren” zegt Henk vervolgens. Froebel en Satan kijken elkaar aan. Zo hadden ze er nooit over nagedacht. Satan steekt een sigaretje op. Henk sjokt maar weer richting de voordeur. Nog 1km terug te gaan. Wat een dag. Froebel en Satan lopen mee. “Satan je moet hier een keer stof afnemen, kijk eens wat een stof.” Satan lacht en zegt: “Haha, je bent zelf stof”. Henk moet lachen. “HAHA” Froebel moet lachen. “HAHA LACHIE LACH” Satan moet nu ook lachen HAHAHA. Iedereen moet lachen HAAAA HAAA HAAA

Henk is weer bij de melkbus aangekomen. “Nou, ik ga maar weer.” Satan en Froebel zwaaien hem uit. Henk rijdt in zijn witte busje de lange oprit uit en draait de weg op. Satan zegt tegen Froebel: “Dat is de meest toegewijde melkman die ik ooit heb gezien”. Froebel vraagt of hij morgen weer zijn oude omeletje krijgt. “Ja.” Zegt Satan. “hmm hmm” zegt Froebel en hij loopt de trap op, naar boven om verder te gaan zijn fabrieken in goede banen te leiden.

Trommel trommel. Trees kijkt sluw. Was dit het einde? Nu misschien wel. Maar misschien ook niet.

Zaken doen met een beer

De man zit in een boot met een hengel te vissen naar niks. Het bootje, een gele, schommelt rustig in het wilde water. Het water duwt ertegenaan alsof ze het bootje wat wil vertellen. De man rookt een sigaret. Hij heeft een vissershoedje op met verschillende stukjes aas die hij onder een elastiekje rondom z’n hoed heeft geschoven. Daar zijn vissershoedjes ideaal voor. De broer van de man maakt ze, en heeft er een fortuin aan verdiend. De man krijgt geld van zijn broer. Niet veel, maar de broer kan het missen en de man hoeft alleen te vissen, dat geeft hem voldoende voldoening in zijn luie leventje.

De hengel: een werp. Er zijn ook andere modellen, die zijn onhandig. De werphengel is een hoogstaand staaltje techniek. Als je aan het hendeltje draait, doet het klosje twee dingen: het haalt de lijn binnen, en de klos waarop de lijn zich bevindt beweegt tegelijkertijd op en neer. Ook zit er éénrichtingsmodus op, die je aan zet nádat je de lijn hebt uitgeworpen. Als je de lijn uitwerpt, wil je zo ver mogelijk komen. Daarna wil je dat de lijn vanaf dat moment alleen nog maar korter wordt. Met een schuifje zet je de éénrichtingsmodus aan, en haal je de lijn een beetje in. Zo ligt de lijn niet op het water, maar ontstaat er een fraaie boog tussen de dobber en het puntje van de hengel. Op dat moment flikker je de hele hengel in het water. Kutsport.

De man in het gele bootje zit lekker te vissen met z’n kuthengel. Hij heeft er geen haakje aan, dat vindt hij zielig. Daar doet hij het ook niet voor. Hij komt hier voor z’n rust. RUST! rust. Maar het water was onrustig. Dus het is geen goede dag voor de man. Hij heeft wel eens beter water gehad. Helder, stil water waar je prima niet in kunt vissen.

Het scenario: Een groene, bosrijke omgeving, met daarin een meer, met daarin een man met een gele hengel. Op de kade staat een beer te kijken. Hij wacht de man op. De beer is van middelbare leeftijd, heeft een moeilijke jeugd gehad en vindt geen plezier in zijn werk als beer. De beer is daarom per definitie chagrijnig. Dit is geen beer waar we van houden, zoals poeh en mastur. De beer tikt met zijn klauw van een hand tegen zijn been aan. Hij heeft zin om de vissende man, die niet vissen kan, een pak rammel te geven. Hij verkoopt namelijk pallets met pakken rammel, en heeft ontdekt dat de meeste klanten graag een pallet afnemen als hij ze eerst een gratis pak rammel geeft. De beer is erg overtuigend op die manier. Niet bepaald vriendelijk, maar het werkt wel.

Beer heet Hans. Je zou kunnen zeggen, Hans de beer. Dat vindt Hans maar niks. Hans is zijn naam en dat hij een beer is vindt hij een voor de hand liggend feit dat nogmaals benadrukt hoeft te worden door deze of gene. Het heeft heel wat pallets met pakken rammel mogen verkopen aan mensen die hem Hans de beer noemen. Daar loopt ie dan lekker van binnen. Beer heeft niet zoveel aan geld. Beer’s valuta is angst. Hoe mee angst hij verzamelt, hoe sterker hij wordt. Hans heeft wel eens geprobeerd een coachingbedrijf van de grond te krijgen, maar nadat hij realiseerde dat hij met zijn nieuw verdiende geld weinig echt praktische dingen kon kopen (een gasstelletje voor de camping en een stuk klimtouw) was hij er maar mee gestopt. Jammer, want de markt had wel behoefte aan cursussen pallets met pakken rammel verkopen. Dat ging dan ongeveer zo. Dan komt er een klant binnen bij Hans.

Tringeling, doet de bel van het coachingsbedrijf. “Goedemorgen, wat kan ik voor u doen” zegt Hans op een toon met een vriendelijkheid van pak ‘m beet een magere zes. (Hij heeft immers een reputatie hoog te houden). Waarop de nieuw binnengelopen klant dan iets zegt in de trant van ik kom voor een cursus pakken rammel verkopen heeft u daar iets voor kunt u me helpen misschien want ik kan wel wat angst gebruiken. En dan zegt Hans iets in de trant van ja kom maar mee waarop hij dan een hendeltje overhaalt en de hele ruimte verandert in een Japanse dojo met een pallet Rammel in het midden waarop de klant dan zoeits heeft van jemig wat is dit nou weer, en Hans dan al meteen op verkeerde voet met de klant staat waardoor hij angst krijgt en dat is precies hetgene dat Hans wil uitleggen in zijn cursus dus is dat het wel zo’n beetje. Dan heeft de klant zoiets van: O ja, nu snap ik het. Op dat moment vraagt Hans de klant een exorbitant bedrag, dat de klant vervolgens fluitend betaalt (hij snapt immers ook dat het best wat geld kost om een kantoor te hebben die je met een hendel kunt transformeren naar een Japanse dojo met een pallet Rammel in het midden). Zo komt Hans redelijk uit de kosten.

Maar het gaf geen voldoening. De ondernemende beer is gaan rondtrekken, iets wat bij ‘m past. Wat dichtbij hem staat, zijn Roots, zijn Passie. Hans staat nu op de kade om rondtrekkende mensen in de natuur het mooie van pakken rammel te laten ervaren. De beer heeft de tijd, alle tijd. Al moet hij een beetje plassen. Wacht hij is zo terug.

De vissende man in de gele boot heeft nog een paar lijntjes uitstaan. Hij is namelijk aan het solliciteren naar een baan als full-time visser. Ik denk dat hij een verkeerde verwachtingen heeft van de functie. In het gebied waarin hij zich begeeft, Alaska van Amerika, zijn alleen maar ruige vissersboten die aan krabvissen doen. Hmm, krab. De man hoopt er betaald te krijgen voor wat hij nu ook doet. NAMELIJK RECREATIEF VISSEN. De man is daarin wat naief. Maar ach, dat geeft ook allemaal weer niet he! Hij is wel lekker aan het vissen! Alleen het water mocht wel wat minder wild. Dan heeft hij opeens beet. Hij wordt gebeld: “hee man, wil je komen werken voor de vissersboot?” “Jazeker” zegt de man. Hoera, de man krijgt betaalt om het zelfde te doen opeens. Hij moet alleen nog even naar huis toe om zijn lunchtrommel te pakken en andere zaken die relevant zijn in dit soort situaties.

De man start het motortje van de gele boot en haalt zijn kuthengel binnen. BrrrrrrbbllBrrrrrrrrbblBBBRRBBBRBBRRRRRRRRBBRBRRRBRBBRBRRBRBRBBRBRRBBRRBRBRBBRklotsBRRRBBBRBRBRBRBRRBRRBRBRBRBBRBRBRBRBRBRRBRRBBRBRRBRB
Nu is hij aan de kade aangekomen. Daar staat Hans de beer NEE WACHT HANS GEWOON HANS te wachten op de man. Nog steeds want het was inmiddels al een beetje gaan schemeren en koud geworden want nu komt het spannende gedeelte van het verhaal.

BAM! Hans verkoopt de man een gratis pak rammel. De man zegt iets in de trant van wauw, dit is geweldig heb je een pallet voor me? De beer zegt iets in de trant van jazeker. De beer had hier al op geanticipeerd dus hij had een pallet met rammel verstopt achter een boompje.

Met zo’n wagentje met twee van die lange vorkachtige dingen (volgens mij heet het een palletwagentje) kun je zonder al te veel moeite een pallet op tillen. Heel handig zijn die dingen, en je ziet ze dan ook veel in de wat grotere magazijnen. Ik weet niet of je wel eens bij de Makro bent geweest, daar kun je alleen in met een Makropas, maar daar zie je die wagentjes ook veel.

Met zo’n wagentje dus pakt Hans de pallet met rammel en zet hem voor de man neer. De man zegt: “Oh gaaf, zo’n wagentje! Mag ik eens op het pallet staan en dat jij me dan zo omhoog tilt? Dat kan hij vast wel aan.” Hans zucht. Hij is nogal populair met dat wagentje maar daar gaat het nu helemaal niet om. “Neen. Ik kom hier om jou een pallet met rammel te verkopen”. De man kijkt naar de pallet. Een stapel van 3 lagen met dozen liggen netjes omwikkeld met plasticfolie op de pallet. De man vraagt hoeveel het kost. Hans zegt 300 Angst. De man zegt ik heb helemaal geen Angst, ik heb alleen een gele vissersboot, een kuthengel en een sollicitatiegesprek.

“Voor een sollicitatiegesprek doe ik het.” Zegt Hans. “Ja dààg, weetje hoeveel dat waard is?” Zegt de man. “Nou?” zegt de beer. “280 Angst” zegt de man. Hans en de man onderhandelen nog wat en uiteindelijk komenze er wel uit in de trant van 285 angst. Hans heeft weer een nieuwe klant gemaakt, en de man kan gewoon weer gaan vissen de volgende dag. Hij was stiekem gewoon naar het sollicitatiegesprek gegaan. Beren kunnen echt geen zaken doen.

Beige

Daar zijn we dan. De meneer op het bankje zit te draaien aan z’n sigaar. Hij heeft een bruinen tweed jasje aan en een beige broek. Het groene bankje buigt een beetje door van het vele zitten. De meneer overpeinst zijn leven. Was het al voorbij? Wanneer was het dan begonnen? Het Nu heeft hij nooit gekend. alleen het verleden en de toekomst. En de man voelt zich droevig. Het is niet alsof hij zijn tijd terug kan krijgen. Maar ja, het Nu is te pijnlijk geworden. Terwijl je dat soms wil vergeten. De man zoekt naar momenten van geluk in zijn leven. Die zijn er wel. Als hij er naar zoekt, dan vindt hij ze ook. De man realiseert zich dit. Ik moet vaker op zoek naar de geluksmomenten. Dan word ik er gelukkig van. Alleen het is wel te laat. De man beseft zich; ach ja, ik wist het niet eerder. De man heeft ineens vrede met zijn keuzes, hij wist immers niet beter. De man staat op. Het bankje was net geverfd. De strepen lopen over zijn bruine tweedjasje en zijn beige broek. Had ik maar niet op het bankje gezeten, denkt hij, en de man is weer nors.

De moeder heeft twee kinderen, een is ze er kwijtgeraakt. Niet overleden of zo, gewoon kwijt geraakt. Zoek. Ze was een keer aan het wandelen met haar twee kinderen. Het waren twee zonen, of twee dochters. Dat maakt niet uit. Er is er een kwijt. Ze liepen over de straat, de winkelstraat. Toen raakte ze er een kwijt. Welke doet er niet toe. Ze liep over straat te winkelen en ze keek naar een etalage met mooie spulletjes. De etalage was net gelapt en zag er uit alsof je er in kon lopen. Op dat moment liep er eentje weg. De moeder was te druk met staren naar de mooie spulletjes in de gelapte etalage. De moeder liep verder met de twee kinderen, is wat ze dacht. Maar het was er maar eentje. De ander was weg, foetsie.

Het kikkertje zat te kwaken op de pont. De pont gaat meerdere malen elke dag naar Amsterdam Noord en weer terug. Elke keer als het pontje aan de andere kant is kwaakt het kikkertje. KWAAK.

Vele handen maken licht werk, dat is de uitdrukking. Ken je die? Ik wil niet alles in m’n eentje doen, want ik heb maar twee handen. Licht werk, een uitdrukking natuurlijk, staat voor de mate waarop werk zich transformeert van een zware staat naar een staat die minder zwaar is. Geef die boer een stoel, dat is iets, ook, wat de mensen gráág wel eens zeggen. De boer, het gaat niet om een feitelijke boer, met een boerenkiel en een tuinbroek aan en klompen en soms ook een beige hoedje op, of niet, of soms een kalende plek op zijn hoofd. De boer in dit geval gaat om het geluid dat je hoort vanuit Demond. Grappig is de uitdrukking want het woord boer heeft een dubbele betekenis. Het is heel Hollands. Zodra ik een boer laat –of boertje, hij mag immers ook klein zijn– dan zou iemand dat eens kunnen zeggen. Diegene zegt dan eigenlijk iets in de trant van: ik vind het tamelijk onaangenaam dat je hier een boer –of boertje– laat, en ik wil dat je er mee ophoudt. Of de boergever dat dan dus ook daadwerkelijk doet is een tweede. Of hij laat een tweede boer, waar mee hij eigenlijk aangeeft het niet eens te zijn met de uitspraak. Bijvoorbeeld omdat de uitspraak, je weet wel, “geef die boer een stoel”, geen één-op-één verzoek is van de boernemer, maar alleen een verhulling. De tweede boer die de boergever dan laat is –ironisch genoeg– ook geen duidelijk antwoord op het verzoek. Wat hier ontstaat is een situatie van de uitlokking. De uitspraak van de boernemer, weet u ‘m nog; “geef die boer een stoel”, communiceert –vertelt– in zekere zin ook een vorm van of factor dezens mijns inziens iets in de spreekwoordelijke trant, TRANT, van; ik zeg er wat van, maar zo erg vind ik het ook weer niet. Er is voor beide partijen wat van te zeggen. Boeren laten is machtsvertoon.

Graaf maar lekker door, jij graafmachientje. Maak een gat in de wereld, totdat je in china bent. Lukt je niet, op een gegeven moment is daar lava. Dan smelt je graafmachientje. Je gele verf zal afbladderen, je rupsbandjes zullen smelten. Maar graaf maar. Je zult zien dat het niet lukt. Ik vind het ook jammer. Maar we hebben het er mee te doen. De wereld is een toverbal, geen mens weet hoe hij worden zal. Maar één ding dat weet iedereen, je graaft niet zomaar naar China. En waarom zou je ook, het is veel makkelijker om in het vliegtuig te stappen. Over pak hem beet, tien uur, zal je daar aankomen en denken; hier ben ik dan in China. Ha. Voor de vorm zou je, eenmaal daar aangekomen, een gat kunnen graven. En dan net doen alsof je het hele stuk bent aan komen graven. Mijn eerste vraag is dan: waar is al het zand? Zoveel vragen. Nee, het scenario is er eentje van weinig realisme.

Even Evalueren

Als ik terugkijk. Wat wilde ik bewijzen met mijn blog? Waarover wilde ik schrijven? Heb ik een doel? Ik ben nu 29. De afgelopen 10 jaar heb ik me bezig gehouden met van alles. Ondernemerschap, het bouwen van websites, drummen, zingen, dansen en schrijven. Ik heb het gevoel dat ik mezelf nu wel ken. Ik heb geleerd dat geluk in mezelf zit. Dat ik mijn geld het liefst uit geef aan immateriele dingen. Ik heb geleerd dat het leven bestaat uit een aaneenschakeling van experimentjes. En dat angst een slechte raadgever is.

Toch wordt het tijd voor een nieuw hoofdstuk. Ik voel dat het tijd wordt voor iets nieuws. De dames, daar snap ik nog niet al te veel van. Msschien komt er iemand op m’n pad die naadloos bij me aansluit. En een beetje rust kan ook geen kwaad. Een klein beetje groter wonen zou wel prettig zijn.

Ik wil wel blijven ondernemen. Mijn leven ligt nog voor me, en toch heb ik al zo veel gedaan. Het wordt tijd om te gaan focussen. Iets dat ik altijd verschrikkelijk moeilijk heb gevonden. Maar ik ben er van overtuigd dat ik m’n geld kan blijven verdienen, ook met experimentele, nieuwe dingen. En als het écht niet anders gaat, dan kan ik altijd nog wel ergens gaan solliciteren. Ik bedoel, kom op. Maar dat gebeurt me niet.

Dit blog hier, van me. Wat wil ik daar nou mee zeggen? Wordt het tijd voor een videokanaal? Ik wil nog beter kunnen spreken. Een camera kopen, en met geluid vertellen waar ik mee bezig ben. Elke dag een beetje. Mensen meenemen in mijn proces. Korte films maken. Alles vastleggen. Omdat het leuk is om nieuwe dingen aan te pakken. Een blog is ook maar zo tekstueel. Schrijven is goed, maar waarom geen spraak? Waarom geen video? Hoe pak ik dit aan?

Er is altijd die angst, die zit er in geprogrammeerd. Die angst dat ik niet meer “aan de bak” zou komen, omdat ik teveel tijd verklooi met niets doen. Maar dat is zo’n achterlijk denkbeeld. Ik haat angst. Zit daar dan niets goeds in? Ben ik geprogrammeerd om altijd maar mijn passie te volgen?

Volgens mij word ik alleen onrustig omdat ik geen opdrachten heb, dat ik nu thuis niets zit te doen. We moeten de boer op, met Pixelwater. Elke dag ermee bezig. Het blog, dat mag in het teken staan van Pixelwater. En daarin kan ik beschouwend zijn. Ik merk wel dat ik wel klaar ben met blogs schrijven over mijn eigen gedrag. Mijn blog.bramjoosten is een prettige plek om af en toe eens wat op te schrijven. Als ik nou iedere dag blijf bloggen, maar dat ik nu nog een tweede website er naast ga doen.

Blog.bramjoosten krijgt een restyling, en pixelwater wordt een nieuw project voor mezelf. Ja. Zo gaan we het doen. Elke dag bezig blijven met bloggen. Mijn blog blijft een speeltuin en daar kan ik af en toe nog mijn frustraties, moreel gezeik of gekkigheid kwijt. En Pixelwater word de plek voor VR, wat de komende jaren mijn core business gaat worden.

Als ik nu terugblik dan kan ik zeggen dat dit blog-experiment zeer geslaagd is. Ik ga er mee door, elke dag schrijven is lekker, het is goed voor de geest. Maar het neemt ook tijd in beslag dus gaan we het combineren met m’n VR diensten. Het wordt interactiever, met meer afbeeldingen, meer video’s, meer uitleg. Maar vooral; de kwaliteit blijft het belangrijkst.

Schrijflog

17 jan 23:40 – 00:09 (30 min)