Liftman

Je zou wel denken. Waar gáát dit over? Een paar dagen geleden stond ik met mijn goede vriend Bob in een tweedehands-kledingzaak op zoek naar ideeën voor een sketchshow (lang verhaal). We vonden daar een tof t-shirt met wat pijlen erop, en zo was het idee van het typetje “Liftman” geboren. Liftman, een man die gek is op liften! Bij wijze van oefening schreven we er vervolgens een backstory over…

Liftman, een niet zo heel populair jongetje was, op zijn twaalfde verliefd op een meisje, Emma. Emma was het mooiste meisje van de klas, populair maar niet arrogant. Zo mooi als haar karakter was, was haar uiterlijk.

Met haar rode jurkje en haar lange haar tot op haar heupen liet ze iedere jongen van de kostschool “de bronzen toren” smelten. Op de strenge kostschool, waar liftman zat, was het natuurlijk verboden om contact te hebben met de meisjes, maar zijn liefde voor Emma overwon en tot zijn verbazing was het gevoel wederzijds.

Er ontstond een verboden romance. Elke dag keken Liftman en Emma naar elkaar en wisten dat ze ooit, later, met elkaar zouden trouwen in huis ver weg van waar ze nu zijn. Elke aanraking, elk fysiek contact was schaars. Op een dag waren liftman en meisje zo verliefd dat ze met elkaar wilden zoenen.

Liftman en het meisje sprongen het personeelsliftje in. Dit was het moment. Alles was goed. Toen liftman Emma probeerde te zoenen, hoorden ze plots een geluid. De lift kwam in beweging. In haar bevlogenheid had Emma te laat door dat haar lange haar was blijven steken in de liftdeur. Liftman kon niets anders dan lijdzaam toe zien hoe de liefde van zijn leven gescalpeerd werd en, ter plekke in een plas bloed naar de allerhoogste verdieping van de kostschool werd gebracht. Na jaren van traumaverwerking heeft liftman de lift als iets positiefs weten te zien en hij werd fan. Iets té obsessief fan de liftindustrie.

Trivialiteiten in pasta

Een prins in groene kleding op een vliegend tapijt, gemaakt van pasta. Hoe kwam hij aan dat tapijt? Dat is waar dit verhaal over gaat.

Het is misschien wel de beste vraag die je je vandaag kunt stellen. Prins, vliegend tapijt. Waarom? Je zal niet teleurgesteld zijn! Luister en huiver, keerr twee!

Een prins rijdt (hm) vliegt (hm) zweeft (dat is het!) op een tapijt gemaakt van pasta. In elkaar gevlochten spaghetti om precies te zijn. De zon staat in een perfecte hoek van 45-graden op z’n gezicht geprojecteerd. Het is laat in het jaar. Je kent het wel. Vliegend over zijn land, vliegvlieg, Italië. Het is allemaal van hem. Generaties geleden begon er ooit een keer iemand met mensen uitbuiten. Deze persoon lulde zichzelf een hoop eigendom toe. Het ging meestal van: “hé, wist je dat jouw land van iedereen is? We delen alles eerlijk. Dus geef maar hier.” Natuurlijk, sommigen stribbelden tegen, maar de meesten gingen mee in de retoriek. En nu was opeens het land van de prins…

Jaren terug. Het begon allemaal met graan. Die granen worden vermalen. Poeder van chocolade wordt soms toegevoegd. Heb je er dan iets aan? Klassiek vraag-antwoordmechanisme. Leuk voor ’t verhaal. Komt ‘ie. Het chocoladepoeder is voor de kleur. Voor de smaak is het niet zo belangrijk. Als je nou een jury was die pasta moet jureren, dan kan de kleur een factor zijn in je beoordeling. Zo van hup, kleur. 7,8. En dat speelt dan mee voor een totaalscore. Maar door de bank genomen doet het er niet toe.

Flits, we zijn in een dorpje, ergens in Zuid-Italië, waar we te maken hebben met een paar magische tapijtmaaksters. Het gilde van de magische pastatapijtmaaksters is ooit opgericht door een groepje verveelde drugsmama’s. In Zuid-Italie heerst enorm veel drugsgeweld. En de gemiddelde vrouw van de gemiddelde drugsbaron heeft op een dag op z’n zachts gezegd weinig te doen. Je zit als vrouw toch redelijk opgesloten, als je gezocht wordt door Jan en alleman. In een bizar toeval, in een zoektocht naar de ideale hobby, kwamen ze hier naar uit. De magische tapijterij is een hobby die door deze vrouwen is gepionierd.

Op een dag kwam Maria, één van de vrouwen van de verveelde drugsvrouwenclub VDC en een schat aan ervaring in het vlechten van mandjes, dekentjes hoedjes, in aanraking met het idee van het het vlechten van tagliatelle. Brede, lange lappen pastadeeg. Traditioneel wordt spaghetti gebruikt, maar tagliatelle heeft dat typische “gemakkelijke vlechtkarakter” waar veel beginners graag mee starten. Je moet immers eerst plezier hebben in wat je doet. Daarna is het haast onvermijdelijk dat de pastavlechter zichzelf begint uit te dagen door bijvoorbeeld met spaghetti te gaan werken. Tegen alle traditie in kocht Maria haar spaghetti gewoon bij de Aldi. Tijden veranderen, en de pasta van de Aldi was prima. Zelf maken? Mwa. Het zijn dan wel misschien vrouwen van drugsbazen, maar er werd aardig liberaal gedacht over traditie en ambacht. Dit geldt vooral om triviale dingen, zoals waar je je pasta koopt.

Een drugsmama die met een Aldi-tas gezien wordt, kan veilig over straat. Iemand zal echt niet zo snel een bom onder je auto monteren als je spaghetti bij de aldi koopt. Gelukkig maar. Elke keer met je handen vol de onderkant van je auto controleren zou een hoop gedoe zijn.

Voor de lezers die het gemist hebben; Ik leg uit hoe onze groene prins aan zijn pastatapijt komt. In dat dorpje ergens in Zuid-Italie zijn ze tot de ontdekking gekomen dat door op een speciale manier de spaghetti te bereiden, je ze kunt weven. Eerst koken, dan weven. Nu voor het magische zweefgedeelte.

Maria en de drugsmama’s kwamen elke maand bij elkaar en praatten over de dingen waarin ze die maand in geïnteresseerd waren. De bijeenkomsten waren een manier om allemaal een beetje structuur in hun leven te houden. Dat zouden ze zelf in groepsverband nooit aan elkaar toegeven omdat er altijd een bepaalde psychologische afstand werd gehouden. Iets met zelfbescherming. Maar iedereen wist het wel, en het beviel goed. Ergens, een keer op een bijeenkomst in Oktober kwamen de dames bij elkaar in Maria’s huis. Oktober! De spannende maand, in al z’n spookachtige herfsterigheid, waar de vrouwen het over het Ouija bord begonnen. Een van de mama’s had dat dan een keer op internet gelezen. Een Ouija-bord (spreek uit OE-WIED-JEE-A, vanaf nu), is een bord waarmee je contact op kunt nemen met de doden. Je schrijft het alfabet erop, en met z’n allen houd je je vinger op een glaasje. Na wat ritueel gedoe begint dat glaasje dan te bewegen en ontstaat er een tekst. De notulist van zo’n sessie had dus een cruciale rol. FUNICULI FUNICULAA!!! Erg handig in een regio waar veel doden en bijna-doden vallen, vanwege drugsgeweld. Meestal vanuit wraak.

De vrouwen besloten een potje te spelen. Maar ze hadden even geen Ouija-bord. Daarom besloten ze het op Maria’s één van de drie gewoven pasta-tapijten te houden. Op het gewoven ding schreven ze de letters A tot en met Y. (de Z pasta er niet meer op, want de schreven het in bolognesesaus en ze hadden het niet goed uitgepland). Stel je voor. Een groep vrouwen rondom een van spaghetti gevlochten creatie met daarop in bolognesesaus geschreven 25/26e deel van het romeinse Alfabet. Het begon. Terwijl de spaghetti de bolognesesaus langzaam op zat te nemen bewoog het glaasje door de tomaten-pasta-drap. De vraag die werd gesteld; kunnen we van dit spaghetti-tapijt een magisch spaghetti-tapijt maken? Het glaasje begon te schuiven; J.A. D.A.T_I.S_M.O.G.E.L.IJ.K (in ’t italiaans dan. In de italiaanse vertaling kwam de letter Z nog een keertje voor, en dat zorgde door een toevalige samenloop voor taalgrapje. De sfeer werd ondanks het occulte geheel verrassend ontspannen.)

Het Ouija-bord had gesproken. Het tapijt begon zachtjes te bewegen; alsof het gewichteloos was. Op dat moment hadden de dames wat ontdekt. Hoe ze zwevende, magische pastatapijten konden maken. Geweldig! Wow! Wat een uitvinding!

Nu hadden ze niet heel veel nodig in het leven om gelukkig te zijn. Dus de volgende maand waren de dames het alweer vergeten, gezellig kletsend over de volgende hobby van een van hen, Beleggen in staatsobligaties en versgebakken brood. Toch bleek het een goede business, en later groeide de techniek uit in een unieke niche in de toch al grote pastabranche.
Een jaar later komt een man in groene kledij aan in een zelfgebouwd groen schipje aan op het strand van Sicilie (er even vanuit gaande dat ze daar strand hebben, niet zoals Kroatie (boee). Op zoek naar iemand die hem de weg naar Rome kan vertellen klopt hij aan bij het huisje waar drie gevlochten pastatapijten buiten stonden uitgestald. Maria deed open. Nou was er eerst een heel gesprek over lieveheersbeestjes, of eerder het gebrek eraan, maar lang verhaal kort; hij kocht een magisch zwevend Pastatapijt. Door zijn gewicht bleek tagliatelle uiteindelijk te broos om een prins te ondersteunen. Na een weekje had Maria er een van spaghetti gemaakt, en dat ging beter. Na een paar onhandige pogingen en blauwe plekken, bleek het ding uiteindelijk verrassend stabiel. En zwart, van de chocolade, maar dat vond de prins minder belangrijk.

Dus daar heb je het; Onze groene prins op z’n chocoladepastatapijt.  Tevreden rondvliegend over zijn koninkrijk.

O ja, dat koninkrijk? Die had hij gratis bij het tapijt gekregen. Goeie deal!

Gummi

Gummiberen, daar kan je pas echt mee lachen. Ze zijn op de eerste plaats lekker, daarnaast voelen ze goed tussen je tanden, bijvoorbeeld als je iets tussen je kiezen hebt, dan nemen ze af en toe restjes eten mee. Een gummibeer heeft een leuke naam. Gummi, alsof je een gummetje hebt. En een beer. Beren zijn leuk. Ik had al eens eerder een verhaal over een beer geschreven. Dat was een van mijn succesverhalen. Doe ik het dan om het succes? Om de glitter en de glamour? Nee, tuurlijk niet. Toch? Nou.. In ieder geval.. Waar had ik het ook alweer over. Beren, gummiberen, hm. VReemd. VRRREEEMD. Gummiknuppel. Ook zo’n leuk woord. Alsof je een knuppel hebt van snoep. Maar eigenlijk is het een heel vervelend ding. Een zwart rubberen staaf waar je mensen onwijs pijn mee kan doen. Symbool voor fascistische staten met politiekrachten en/of knokploegen die maar een beetje erop los slaan. Nee, in mijn land, BRAMLAND, zijn gummiknuppels gewoon knuppels, maar dan van snoep gemaakt! En gummiberen komen dus zomaar uit de lucht vallen. Want die worden afgevuurd met gummikatapulten. Als je in BRAMLAND namelijk iets fouts hebt gedaan, dan word je afgevuurd. Dat is eigenlijk een heel sympathieke straf. Zo zijn gummiberen. Maar er moet toch een maatregel zijn. Gummiberen zijn namelijk TRAAG. Een gummibeer loopt ongeveer 3 kilometer in een uur. Dat heeft onder andere te maken met een slechte motoriek en korte armpjes en beentjes.

Daar hebben gummiberen wel wat op gevonden, ze rijden rond in de allerschattigste elektrische wagentjes, elektrische vliegtuigjes en bootjes. (de rivieren in BRAMLAND zijn gemaakt van siroop, maar dat is een verhaal voor later). Als een gummibeer iets ergs heeft gedaan, bijvoorbeeld moord. Dan wordt hij door een blauw politiegummibeertje opgepakt en in een elektrisch politieautootje gestopt en naar een katapult gebracht. De katapult vuurt zo’n gummibeertje dan, hup, een heel stuk buiten de stad, en kost het zo’n beertje al gauw een jaar om weer terug te komen in zijn stad. Gummibeertjes hebben veel minder strikte scheiding tussen ziel en lichaam. Daarom is moord een relatief luchtig vergrijp.

Zodra een gummibeertje een ander gummibeertje doodsteekt of beter gezegd opeet, dat is eigenlijk doodsoorzaak nummer één in BRAMLAND, dan verplaatst de ziel van het gummibeerdje zich in een nieuw gummiberenlichaam. Gummibeertjes zijn daarom ook veel minder met uiterlijk bezig. De ene dag is een gummibeertje groen, de andere dag is hij geel omdat hij de avond ervoor tijdens het stappen was vermoord. De moordenaar is inmiddels ergens ver buiten de stad gekatapulteert, en de ziel van het groene gummibeertje is vervlogen en heeft zich in een nieuw gummiberenlichaampje genesteld. De rivier waarop gummiberen de stad doorvaaren was gemaakt van siroop. De ziel van een gummibeertje reist als het ware met de rivier mee en eindigd in 99% van de gevallen in de machines van de gummibeerfabriek. Daar krijgt hij een nieuwe kleur aangewezen en -afhankelijk van de matrijs- ook een ander lichaampje. Er zijn een paar varianten. Dan zet de gummibeer een foto van zichzelf op instaBRAM en dan weet iedereen dat de groene beer vervolgens geel door zijn korte leventje doorgaat.

Als het dan zo eenvoudig is om een nieuw lichaampje te krijgen? Waarom dan een jaar lang uit de stad gekatapulteerd worden voor zo’n vergrijp? Nou, dat heeft te maken met die 99%. Er gaat namelijk wel eens wat mis. Zoals elke fabriek heeft ook deze fabriek wat we noemen “verlies”. Het is onvermijdelijk als je bijvoorbeeld een toevoerkanaal maakt dat alle siroop uit de rivier opvangt. Zo’n toevoerkanaal heeft zo zo’n scherpe randjes, ongedefinieerde hoekjes en gaatjes waar het een en ander in verstopt raakt. Dat betekent de “dood” van een gummibeerziel. En tja. Als een gummibeerziel dood gaat, dan eindigt hij in de echte wereld. Als de ziel van een echt persoon. In de echte wereld heb je mensen die zielen van gummibeertjes bevatten. We noemen ze de Creatieven. Creatieven hebben zware levens, en zijn in het algemeen uit balans. Dus daar heb je ’t. Een creatief persoon is een gereincarneerde gummibeer die ergens gaandeweg perongeluk in de kiertjes van een gummibeerfabriek in BRAMLAND terecht is gekomen. Dat je ’t ff weet.

Dirkje klapte tegen een lantaarnpaal

Geef mij een rijtje van 5 gouden tandjes en ik tover je de wereld. Dat is wat mijn collega bij het kopieerapparaat niet tegen me zei. Sterker nog, hij nodigde me uit voor een feestje. Of ik het leuk vond om, samen met een handjevol andere collega’s en hier en daar wat aanhang zijn verjaardig wilde vieren. Tuurlijk. Het is niet alsof ik wat beters te doen heb op vrijdagavond. We verlengen de vrijdagmiddagborrel wel. En rijden we met z’n allemaal aangeschoten naar zijn huis. Wie het eerste aankomt, dat is dan wel spannend. Brokken maken is pizza’s betalen, vaste regel bij elke verjaardag. De Bob? Een vergeten concept van een een eenvoudigere tijd van voor de dotcombubbel. Vroem! En als we welig tierend met een puntige flap pizza in onze achterkiezen de avond benaderen zullen we elkaar op de schouder kloppen. De collega’s, de aanhang en kleine dirk, die was blijven hangen aan een lantaarnpaal. We sturen hem de pizzarekening wel via whatsapp. Van de doos was weinig meer over. Spiegeltjes schijnen in m’n ogen, het is na middernacht en het lokale buurthuis ademt het volk naarbinnen. Of we allemaal een stoel willen pakken om te kijken wat er temidden de dansvloer gebeurt. Niet veel, kan ik je vertellen. Een anderhalve man zoent met een paardekop en dat is het wel. En terwijl de zon opkomt vraag ik me af waar de rest van de nacht gebleven was. De collega’s, één voor één achtergebleven in een lantaarnpaal dan wel een met chlamydia besmette paardenkop maar zo bedoelde ik het niet. Wel een beetje respectvol blijven, dat is wat we tegenwoordig willen, met z’n allen. Fietslichtcontrole? Nu geen risico. Het dekbed trek ik over me heen, en ik word wakker naar de dag die gaat komen. Hoera weekend. Vishengels, rally kijken. Dat ene dingetje met die decoupeerzaag en een pakkie melk. Vraag mij niet hoe ik het elke keer weer voor elkaar krijg maar het geeft me gewoon die energie, die ‘vibe’ als ik denk aan de nacht van zaterdag op zondag. kauwen. Kijken. voelen. drinken. Gaap. Is het al zondag? Ik sta op een pallet, koffie in m’n klauwen. Niet 3, maar twee rake klappen van de windmolen hebben me de das om gedaan. Dit is grijs, zo. uitzitten. Maandag. Ja ja.

Deur

Ik heb altijd al eens die deur geel willen verven. Niet dat blauw nou zo vervelend staat. Afplakken die hap, rolletje tape hoppa. Kwasten maar. Nog geen uurtje werk, schat ik in. Hoewel, hij moet natuurlijk eerst even geschuurd worden. Hoe moeilijk kan het zijn. Zo’n driehoekig ding, bij de Gamma. Stekker eraan. Nee, accu. Dat is mooier. Dan zit je niet zo te klooien met een verlengsnoer, of haspel. Een haspel is een verlengsnoer maar dan op een rol. Prima zo. Ruitje afplakken, driehoeksschuurding met accu kopen. En van die schuurplaatjes erbij met klitteband aan de onderkant. Daar heb je vast verschillende ruwheden in. Doet er niet toe. Verf kopen, geel. Zou daar nog veel verschil in zijn? Het moet wel matchen bij de rest van het huis. De rest van het huis is geel. Dat moet lukken. Fietsje pakken. Waar ligt m’n sleutel. Misschien eerst een lijstje maken. Verf, Geel, Hee, een vogel. Wacht. Verf, geel, schuurding, driehoekig, groen. Meestal zijn die schuurdingen groen. Blegh. Of blauw, Gamma eigen merk. Blauw is beter. Doet er niet toe. Hoewel, blauw is best een leuke kleur. Ik laat hem maar zo.

Ik ben een fiets

Ik ben een fiets. Op mij zit een man. Hij duwt mijn trappers voort met zijn beige timberlands. De koffer die hij draagt, daar zit een gitaar in, ik voel het. Ik stik van het slot dat hij strak om mij heeft gewikkeld. Alsof iemand interesse heeft in mijn zadelpen. Godzijdank, hij stapt af. De klootzak. Vorige week reed hij me met volle vaart een stoeprand op. Ik voel me beschadigd, respectloos betrapt. Ik staar wat voor me uit. Geluid maken is zinloos. Anderhalf jaar geleden –alsof het niets was– ramde hij mijn mooie stuur tegen zo’n fietsrek aan. Je weet wel, zo’n onhandig groot woud van rijen aan rijen pisbakkenstaal in de vorm van een nietje gekant. Met een lagertje. Trek hem eruit, duw me erin. Zet me maar weg. Alsof ik een gezellig gesprek start met die pretentieuze e-bike naast me. En toen was het pats, weg fietsbel. Gooi mij maar in de gracht.

Eefje

Eefje de Visser, ongeveer. In een vlaag schrijf ik nu over genieten van muziek. Hoe weet je of muziek landt? Binnen de eerste seconde begint er onderin je rug een tinteling die je nek in rent. De gitaar belooft: zo gaan we het aanpakken de komende paar minuten. De toon is gezet, er is akoestiek en sfeer.  Je zintuigen mogen aan het werk. Ah, kippenvel. Dat melancholische gevoel dat je bang bent, dat je het gevoel hebt dat je uit elkaar aan het brokkelen bent. Ik vang een vlaag woorden op en hang er betekenis aan. De muziek landt, vochtige ogen. De tekst maakt niet zoveel uit. De laatste paar weken hebben m’n hersens een slotje bedacht, en deze muziek is nu even de perfect geslepen sleutel op hem te openen.

Ik kan me niet neerleggen bij de gedachte een specialist in een bepaald onderwerp te worden. Het is de makkelijke weg. Ben ik wel een echte ondernemer? Ik word specialist in ondernemerschap. Mensen bij elkaar zetten, samen mooie dingen maken. Risico’s inperken. 1000 dingen tegelijkertijd in de lucht houden. Melancholiek: een gemoedstoestand die neigt naar depressie en zich kenmerkt door een verdrietige kijk op het verleden of een onvervuld verlangen.

Het kippenvel, de directe beloning. De tranen, liefde. Ik word liever niet gezien als ik van mooie muziek geniet. Volgend nummer.

Woord

Dat gevoel dat je de wereld gaat veranderen, hoop. Inspiratie. Pindakaas. Woorden. Het zijn maar lege hulzen als ze er niets toe doen. Ik kan hier schreeuwen:

HOI LEZER!

En wat maakt het uit. Ik schrijf dit voor mezelf, niet voor jou. Je mag meelezen. Jij, lezer staat aan de zijlijn van mijn éénmansvoetbalspel. Een beetje stil mee te kijken hoe ik onhandig een bal over het veld schop terwijl ik tegen mezelf praat: “het maakt niet uit, dit doe je voor jezelf, je publiek is leuk maar niet relevant. schrijf maar gewoon, schrijvertje. Schrijf maar gewoon die woorden die in je opkomen. woorden als Kers, Automobiel en Vla.” En jij, de lezer, mag dan van alles denken. Ik oordeel niet. Jij mag gerust oordelen. En stiekem hoop ik dan ervaring op te doen met schrijven. Waarna ooit een moment komt dat mijn schrijven door zal breken, en ik beroemd raak. En dan? Dan doe ik nog steeds hetzelfde. Poe.

Dit is het, hoor. Deze woorden, die hier nu dynamisch onder mijn knipperende cursor verschijnen hebben net zoveel betekenis als dat we zelf belangrijk vinden. Voor hetzelfde geld ben jij, lezer, al afgehaakt en typ ik hier in een lege nietsheid. Dan kan ik hier gewoon een zin neerzetten, zo absurd, want hij wordt toch niet gelezen. Een zin als: Vandaag  heb ik zeshonderdvijfendertigduizendriehonderdbakvis andersoortig melaatse vloerpartijen in de bocht genomen.

Lekker typen over de dingen. Gewoon. Dingen. Eigenlijk weet ik dan niet precies waarover. Soms heb je van die dagen. Ja beste mensen, vandaag staat hier geen meesterwerk. U zou het moeten doen met dit stukje tekst. Ik adviseer u, lees dit niet. Er zijn nuttiger dingen te doen om uw tijd aan te besteden. Had ik dat u aan het begin van dit verhaal kunnen vertellen? Maar natuurlijk! Ik ben immers de schrijver. Maar dat heb ik niet gedaan en nu leest u niets. Wat ik zeg, het is geen pareltje, dit.

En wat dan nog! Ik zit hier niet om pareltjes te schrijven. Ik schrijf hier rauwe brij op. Woordenkots, om lekker opgelezen te worden. Lees mijn kots, lezertje. Bla bla bla. Ik hou van je, lezertje, maar vandaag gaat het gewoon even over mij en mijn woordenbrij.

Hebban olla vogola.

22 mrt ’16, 7:50 – 8:15

Flow meten

Hoe lang duurt “flow” eigenlijk? Ik ben benieuwd hoe lang en hoe vaak een goede flow sessie duurt. Hoe vaker in de flow, hoe meer ik gedaan krijg. Dit gaan we maar eens bijhouden. Misschien raak ik dan wel verslaafd aan flow..!

Do 24/03/16 10:30 – 12:00 (1,5u) projectvoorstel
Di 22/03/16 14:45 – 15:30 (0,75u) projectvoorstel, schetsen
Di 22/03/16 11:00 – 13:00 (2u) projectvoorstel opzet en schetsen
Di 22/03/16 9:15 – 10:30 (0,75u) projectvoorstel
Ma 21/03/16 14:45 – 16:15 (1,5u) 3d modeling
Ma 21/03/16 09:45 – 12:45 (3u) projectvoorstel

Spelregels

  • Telefoon uit
  • Stopwatch aan

Oh, ja.

Tja wat wil ik nog een beetje vertellen zo? Dat de wereld veranderd kan worden en dat verandering moeilijk is? Dat weet ik ook wel. Dat de donkere verleiding van het mobiele apparaat een destructieve is. Ik wil tijd maken voor ontspanning op m’n telefoon, want dat hele tussendoorgedoe werkt niet. Korte concentratiesprints van een uur of 2. Plannen maken, afspraken nakomen, ook met mezelf. Of zo goed mogelijk. Goed eten, veel bewegen. En ’s avonds tijd om even een uurtje mobiel tijd te verdrijven. Moet kunnen. En tussendoor? Een afspraak plannen via whatsapp is een gedoe, want heen en weer appen. Daar heb ik zo geen oplossing voor. De vraag is; komt dat scenario voor? Berichten compacter maken en met een hoge informatiedichtheid is de oplossing.

Hoe komt het nou dat het mis is gegaan met het bloggen? Nou ja, mis. Het is wel ff stil nu. Ik ging er prat op dat ik elke dag blog, maar feit is, ik doe dit 99% voor mezelf. Als een middel om meer gedaan te krijgen op een dag. Elke dag een schrijfritueeltje. Niet verkeerd.

En die telefoon, die dopaminegenerator. Misschien moet ik gewoon genieten van haar aanwezigheid. Elke dag een uurtje toestaan. Het is de afwezigheid van mensen die alles zo zwaar maakt. Eenzaamheid ik zie ik als de reden voor futloosheid. Genoeg mensen blijven zien, dus.